DOSSIERS
Alle dossiers

Contracten  

IEF 23529

Dropshipping via Bol.com: betaling terecht opgeschort na verkoop van mogelijke namaakproducten

Rechtbank Midden-Nederland 15 apr 2026, IEF 23529; ECLI:NL:RBMNE:2026:1895 ([eiseres] tegen [gedaagde]), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/dropshipping-via-bol-com-betaling-terecht-opgeschort-na-verkoop-van-mogelijke-namaakproducten

Rb. Midden-Nederland 15 april 2026, IEF 23529; RB 4006; ECLI:NL:RBMNE:2026:1895 ([eiseres] tegen [gedaagde]). In deze zaak oordeelt de kantonrechter over een geschil tussen partijen die samen via een Bol.com-account producten verkochten op basis van een dropshipping-constructie. Partijen waren overeengekomen dat 20% van de winst aan de accounthouder ([gedaagde]) toekwam en 80% aan [eiseres]. [eiseres] vordert uitbetaling van haar winstdeel van ruim €6.000. De kantonrechter wijst de vordering af. Hoewel [gedaagde] erkent dat hij in beginsel een deel van de opbrengst moet afdragen, mocht hij de betaling opschorten.

IEF 23525

Licentieovereenkomst over ‘Draculatanden’ niet rechtsgeldig opgezegd: overeenkomst loopt door

Hof Amsterdam 31 mrt 2026, IEF 23525; ECLI:NL:GHAMS:2026:905 (CSB tegen Copar), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/licentieovereenkomst-over-draculatanden-niet-rechtsgeldig-opgezegd-overeenkomst-loopt-door

Hof Amsterdam 31 maart 2026, IEF 23525; ECLI:NL:GHAMS:2026:905 (CBS tegen Copar). In deze zaak oordeelt het Hof Amsterdam over de opzegging van een licentieovereenkomst tussen Continental Sweets Belgium (CSB) en Copar met betrekking tot de merken voor het snoepgoed “Draculatanden”. CSB had de licentie in 2023 opgezegd, onder meer vanwege een wijziging van zeggenschap bij Copar en gestelde gewijzigde marktomstandigheden. Het hof bekrachtigt het oordeel van de rechtbank [IEF 22515] dat de opzegging geen rechtsgevolg heeft gehad. De door CSB ingeroepen contractuele opzeggingsgrond, gebaseerd op een “change of control”-bepaling, slaagt niet. Hoewel sprake was van een wijziging in de aandeelhoudersstructuur van Copar, is niet voldaan aan de aanvullende eis dat de zeggenschap is overgegaan naar een directe concurrent. Investeringsmaatschappijen en gelieerde vennootschappen die zelf niet actief zijn in de zoetwarenmarkt kwalificeren niet als zodanig.

IEF 23471

Samenwerking eventtechbedrijven: Amplify geen product van de samenwerking dus geen onrechtmatige toe-eigening of onrechtmatige concurrentie

Rechtbank Amsterdam 1 apr 2026, IEF 23471; ECLI:NL:RBAMS:2026:3311 (Howler tegen Woov), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/samenwerking-eventtechbedrijven-amplify-geen-product-van-de-samenwerking-dus-geen-onrechtmatige-toe-eigening-of-onrechtmatige-concurrentie

Rb. Amsterdam 1 april 2026, IEF 23471; IT 5204; ECLI:NL:RBAMS:2026:3311 (Howler tegen Woov). De Rechtbank Amsterdam wijst alle vorderingen van Howler af in haar geschil met Woov over de najaar 2022 gestarte samenwerking, die zag op de integratie van Howlers ticketing- en cashlessdiensten in de bestaande Woov-app en op het toewerken naar een mogelijke fusie. Volgens Howler had Woov het huidige product Amplify onrechtmatig aan de samenwerking onttrokken, omdat dit product door en voor de samenwerking zou zijn ontwikkeld en daarom als gezamenlijke corporate opportunity moest worden beschouwd. De rechtbank volgt dat niet. Zij oordeelt dat uit de Partnership Agreement niet blijkt dat partijen waren overeengekomen om naast de integratie van bestaande diensten ook een geheel nieuw product te ontwikkelen. Verder heeft Woov volgens de rechtbank voldoende onderbouwd dat zij Amplify zelfstandig buiten de samenwerking om heeft ontwikkeld. Daarbij acht de rechtbank van belang dat Woov Amplify in juni 2023 als nieuwe propositie aan Howler presenteerde, dat partijen contractueel hadden vastgelegd dat intellectuele eigendom toekomt aan de partij die het desbetreffende product ontwikkelt, en dat in de EPA Term Sheet 2023 uitdrukkelijk is opgenomen dat alle IP op Amplify en Woov-diensten bij Woov ligt. Ook de door Howler betaalde exclusiviteitsvergoeding bewijst volgens de rechtbank niet dat Howler aan de ontwikkeling van Amplify heeft meebetaald, omdat die vergoeding zag op de afgesproken samenwerkingsdiensten, met name de integratie, en niet op de ontwikkeling van een nieuw product. De rechtbank oordeelt bovendien dat Amplify wezenlijk verschilt van de geïntegreerde Woov-app: Amplify is een AI-gedreven enterprise product, technologisch anders ingericht, agnostisch ten aanzien van ticketing- en cashlessaanbieders en alleen op de zakelijke markt gericht. Dat Amplify tijdens de samenwerking en in het kader van de fusiebesprekingen aan klanten en aandeelhouders is gepresenteerd, maakt het nog niet tot een product van de samenwerking, nu de rechtbank nadrukkelijk onderscheid maakt tussen de contractuele samenwerking en het parallelle fusietraject. Daarom is geen sprake van onrechtmatige toe-eigening.

IEF 23221

Geldige exclusieve licentie doorslaggevend bij handelsnaam- en merkrechtgeschil

Rechtbank Gelderland 19 dec 2025, IEF 23221; ECLI:NL:RBGEL:2025:11550 ([eisers] tegen [gedaagde]), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/geldige-exclusieve-licentie-doorslaggevend-bij-handelsnaam-en-merkrechtgeschil

Rb. Gelderland 19 december 2025, IEF 23221; ECLI:NL:RBGEL:2025:11550 ([eisers] tegen [gedaagde]). In dit kort geding beoordeelt de rechtbank een geschil over het gebruik van een handelsnaam, merkrechten en een octrooi voor een isolatieproduct. Eisers stellen dat zij op grond van een in juni 2025 gesloten licentieovereenkomst (LO2) exclusieve rechten hebben verkregen en dat gedaagde inbreuk maakt door het gebruik van dezelfde handelsnaam en merken. Gedaagde verweert zich met de stelling dat zij al eerder, op 12 februari 2025, op grond van een andere licentieovereenkomst (LO1) een exclusieve licentie heeft verkregen op het octrooi, de handelsnaam en de bijbehorende merken. De voorzieningenrechter stelt voorop dat sprake is van spoedeisend belang, maar beoordeelt vervolgens of de vorderingen in een bodemprocedure een reële kans van slagen hebben.

IEF 23208

Overdracht IT-werk en redelijk loon bij voortijdig einde opdracht

Rechtbank Rotterdam 10 nov 2025, IEF 23208; ECLI:NL:RBROT:2025:15253 (De Veiligheidsgroup tegen [eiser]), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/overdracht-it-werk-en-redelijk-loon-bij-voortijdig-einde-opdracht

Rb. Rotterdam 10 november 2025, IEF 23208; IT 5072; ECLI:NL:RBROT:2025:15253 (De Veiligheidsgroup tegen [eiser]). De voorzieningenrechter oordeelt in kort geding dat tussen De Veiligheidsgroup B.V. en [eiser] een overeenkomst van opdracht tot stand is gekomen als bedoeld in artikel 7:400 BW. [eiser] had zich verbonden tot het (mede) ontwikkelen van een IT-werkproces en -infrastructuur, waaronder een website en digitale leeromgeving, tegen een vergoeding met een totale waarde van € 37.390. De overeenkomst is geëindigd voordat de opdracht was voltooid. Vaststaat dat [eiser] de werkzaamheden niet heeft afgerond en dat De Veiligheidsgroup de vergoeding nog niet had betaald. In de procedure vordert De Veiligheidsgroup onder meer overdracht van het technisch fundament van de website, terwijl [eiser] betaling van het volledige bedrag vordert.

IEF 23179

Erkenning van buitenlands verbodsvonnis aangehouden wegens onzekerheid over inhoud bedrijfsgeheimen

Rechtbank Amsterdam 2 jul 2025, IEF 23179; ECLI:NL:RBAMS:2025:6445 (Marquee tegen 5SKYE), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/erkenning-van-buitenlands-verbodsvonnis-aangehouden-wegens-onzekerheid-over-inhoud-bedrijfsgeheimen

Rb. Amsterdam 2 juli 2025, IEF 23179; IT 5049; ECLI:NL:RBAMS:2025:6445 (Marquee tegen 5SKYE). Marquee, een in 2016 opgerichte onderneming actief op het gebied van smart city-oplossingen, heeft het SMARTCELL-platform ontwikkeld: een multifunctionele toren met geïntegreerde technologieën zoals edge computing, reclame, mobiele netwerken en verlichting. Tijdens onderhandelingen met investeerder IKAR heeft Marquee vertrouwelijke informatie gedeeld onder een NDA. Na beëindiging van die onderhandelingen is NEXX5 opgericht, gevolgd door de oprichting van 5SKYE in 2022 door voormalige betrokkenen bij NEXX5. 5SKYE ontwikkelde kort daarna een vergelijkbare toren, de Intelli-FarEdge.Marquee stelt dat 5SKYE hierbij gebruik heeft gemaakt van haar bedrijfsgeheimen. In de Verenigde Staten heeft zij daarom een verbodsvonnis verkregen tegen onder andere 5SKYE en vordert in deze procedure erkenning van dat vonnis in Nederland. De rechtbank toetst dit aan de vier voorwaarden uit het Gazprombank-arrest voor erkenning van buitenlandse rechterlijke uitspraken. 

IEF 23175

Kort geding over licentie en merkregistratie voor game "Spider Tanks"

Rechtbank Amsterdam 30 jul 2025, IEF 23175; ECLI:NL:RBAMS:2025:7867 (Gamedia tegen Gala Games), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/kort-geding-over-licentie-en-merkregistratie-voor-game-spider-tanks

Rb. Amsterdam 30 juli 2025, IEF 23175; ECLI:NL:RBAMS:2025:7867 (Gamedia tegen Gala Games). Gamedia en Gala Games zijn een samenwerking aangegaan voor de ontwikkeling en publicatie van het spel ‘Spider Tanks’. Gamedia heeft het spel ontwikkeld en het spel is op het platform van Gala Games (via blockchain infrastructuur) gepubliceerd. Partijen hebben vanwege hun samenwerking een overeenkomst gesloten waarin is bepaald dat Gamedia Gala Games een licentie geeft voor drie jaar voor de exploitatie van het spel. Partijen zijn het niet eens over de ingangsdatum van de licentie en dus ook niet over de vraag wanneer de licentie afloopt. Gamedia stelt dat de licentie al is verlopen en Gala Games nu dus al inbreuk maakt op haar intellectuele eigendomsrechten. Gala Games stelt dat de licentie nog niet is verlopen en vraagt daarom ook dat Gamedia de samenwerking moet voortzetten. Daarnaast speelt ook dat Gala Games merkenrechten heeft aangevraagd, waarvan Gamedia stelt dat die aan haar toebehoren. Gamedia vordert in conventie staking van de gestelde inbreuken, overdracht van de merkregistraties en rectificatie. Gala Games vordert in reconventie onder meer nakoming van de overeenkomst, de terbeschikkingstelling van de broncode en hervatting van de spelontwikkeling. 

IEF 23097

Uitgever heeft door twee (druk)fouten de zorgplicht niet geschonden

Rechtbank Midden-Nederland 11 nov 2025, IEF 23097; ECLI:NL:RBMNE:2025:6071 ([eisende partij] tegen [gedaagde partij]), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/uitgever-heeft-door-twee-druk-fouten-de-zorgplicht-niet-geschonden

Vzr. Rb. Midden-Nederland 11 november 2025, IEF 23097; ECLI:NL:RBMNE:2025:6071 ([eisende partij] tegen [gedaagde partij]). Partijen sloten op 23 december 2024 een uitgeefovereenkomst. [gedaagde partij] heeft daarna het kinderboek uitgegeven. In het boek staan twee fouten: een tikfout ("persten" had "pesten" moeten zijn) en een fout in de ondertitel. Volgens [eisende partij] is [gedaagde partij] daardoor tekortgeschoten in de zorgplicht als uitgever en zijn haar auteursrechten en morele rechten geschonden. [eisende partij] heeft om die reden de uitgeefovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden en wil dat de niet verkochte boeken worden vernietigd. [gedaagde partij] is het niet eens met de ontbinding van de uitgeefovereenkomst en wil ook de boeken niet vernietigen. 

IEF 23072

Geschil over royalty’s na vaststellingsovereenkomst: hof gelast mondelinge behandeling

Hof Amsterdam 4 nov 2025, IEF 23072; ECLI:NL:GHAMS:2025:3006 ([appellanten] tegen [geïntimeerde]), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/geschil-over-royalty-s-na-vaststellingsovereenkomst-hof-gelast-mondelinge-behandeling

Hof Amsterdam 4 november 2025, IEF 23072; ECLI:NL:GHAMS:2025:3006 ([appellanten] tegen [geïntimeerde]). Deze zaak gaat over een geschil tussen de als [appellant 2] bekende artiest [appellant 1] en [geïntimeerde] over de betaling van royalty’s. De rechtbank heeft de vorderingen afgewezen op de grond dat de vaststellingsovereenkomst (hierna: VSO) de eerdere overeenkomsten verving en partijen elkaar daarin finale kwijting hebben verleend. Het hof sluit zich hierbij aan in het tussenarrest van 21 januari 2025 [IEF 22552]. Partijen mochten zich hier nog over uitlaten bij akte. 

IEF 23036

Voorzieningenrechter: licentieovereenkomst mocht niet tussentijds worden beëindigd

Rechtbank Limburg 16 sep 2025, IEF 23036; ECLI:NL:RBLIM:2025:8922 (IFS tegen Isowrap), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/voorzieningenrechter-licentieovereenkomst-mocht-niet-tussentijds-worden-beeindigd

Vzr. Rb. Limburg 16 september 2025, IEF 23036; ECLI:NL:RBLIM:2025:8922 (IFS tegen Isowrap). In dit kort geding oordeelt de voorzieningenrechter over de vraag of Isowrap gerechtigd was de exclusieve licentieovereenkomst met IFS over het octrooi op het isolatieproduct "Isobooster" tussentijds te beëindigen. IFS was op grond van die overeenkomst exclusief licentienemer en vordert dat Isowrap het gebruiksrecht niet als vervallen had mogen beschouwen wegens vermeend ongebruik. Isowrap stelt dat bij het tekenen van de licentieovereenkomst mondeling een ontbindende voorwaarde is overeengekomen, IFS zou binnen één maand een productiemachine bouwen. Daarnaast zou het octrooi binnen drie maanden gebruikt moeten worden en mocht PXA doorgaan met de verkoop van Isobooster. Volgens IFS is tijdens het tekenen slechts de ambitie uitgesproken dat een machine gebouwd zou worden. De verklaringen van partijen spreken elkaar tegen. Het zou kunnen dat over een machine is gesproken tijdens de ondertekening van de licentieovereenkomst, maar de voorzieningenrechter kan op basis van de tegenover elkaar staande getuigenverklaringen niet aannemen dat [naam bestuurder 1] bij de ondertekening van de licentieovereenkomst als ontbindende voorwaarde heeft gesteld dat IFS binnen een maand een machine moest bouwen, laat staan dat deze door IFS is aanvaard.