DOSSIERS
Alle dossiers

Contracten  

IEF 22411

Factuur voor achtergrondmuziek in café moet betaald worden

Kantonrechter 4 nov 2024, IEF 22411; ECLI:NL:RBMNE:2024:5304 (KHN tegen gedaagde), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/factuur-voor-achtergrondmuziek-in-cafe-moet-betaald-worden

Rb. Midden Nederland 4 september 2024, IEF 22411; ECLI:NL:RBMNE:2024:5304 (KHN tegen gedaagde). Gedaagde heeft een lidmaatschapsovereenkomst afgesloten met KHN. Hierdoor heeft KHN muziekinstellingen betaald voor de auteursrechten van de achtergrondmuziek die in het café van gedaagde werd afgespeeld. Deze kosten zijn vervolgens doorberekend aan gedaagde, maar hij heeft deze factuur niet betaald. In deze procedure vordert KHN alsnog betaling hiervan. Gedaagde stelt dat hij de lidmaatschapsovereenkomst had opgezegd en dat hij niet wist dat KHN de muziekrechten namens hem betaalde. Hij zou zelf de kosten aan Buma en Sena hebben voldaan en dacht dat de facturen van KHN betrekking hadden op de lidmaatschapsbijdrage. Gedaagde heeft dit echter onvoldoende onderbouwd. Ook heeft gedaagde de opzegging niet kunnen bewijzen, waardoor deze niet kan worden vastgesteld. De verweren van gedaagde slagen dus niet, waardoor hij gehouden is de vordering van KHN te voldoen.

IEF 22405

Geschil over ontbonden distributieovereenkomst van opblaasbaar zitkussen

Hof Amsterdam 1 okt 2024, IEF 22405; ECLI:NL:GHAMS:2024:2763 (Curator tegen ZigZac), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/geschil-over-ontbonden-distributieovereenkomst-van-opblaasbaar-zitkussen

Hof Amsterdam 1 oktober 2024, IEF 22405; ECLI:NL:GHAMS:2024:2763 (Curator tegen ZigZac). ZigZac heeft een zitkussen met een interne opblaaspomp ontworpen en hierover een distributieovereenkomst gesloten met een bedrijf. In de distributieovereenkomst, die een looptijd van drie jaar had, was bedongen dat het bedrijf exclusiviteit kreeg over het product. ZigZac ontving een testproduct van de fabriek en stelde vast dat de kwaliteit niet goed was. Het bedrijf stelde vervolgens dat het product nog steeds door derden werd verkocht en niet naar behoren werkte. Daarom stuurde zij ZigZac een bericht waarin zij de overeenkomst onmiddellijk ontbond. ZigZac reageerde hier meerdere malen op en ontbond de overeenkomst even later vanwege niet-nakoming. Na het faillissement van het bedrijf vordert de curator dat ZigZac de licentievergoeding terugbetaalt. ZigZac vordert op haar beurt schadevergoeding wegens het mislopen van een resterend bedrag aan licentievergoeding. In de reconventionele procedure zijn de vorderingen van de curator afgewezen. Hiertegen heeft de curator hoger beroep ingesteld.

IEF 22029

Uitspraak ingezonden door Thijs van Aerde, Houthoff, en Arnout Groen, AC&R

Disney mag overeenkomsten Buma/Stemra met andere aanbieders niet inzien

Rechtbanken 2 mei 2024, IEF 22029; ECLI:NL:RBAMS:2024:7001 (Disney tegen Buma/Stemra), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/disney-mag-overeenkomsten-buma-stemra-met-andere-aanbieders-niet-inzien

Rb. Amsterdam 2 mei 2024, IEF 22029, IT 4546; ECLI:NL:RBAMS:2024:7001 (Disney tegen Buma/Stemra). Disney maakt op haar platform Disney+, een subscription video on demand (hierna: SVOD)-dienst, gebruik van muziek die behoort tot het door Buma/Stemra beheerde repertoire. Voor dit gebruik hebben partijen een licentieovereenkomst gesloten. Disney stelt dat zij sterke indicaties heeft dat het tarief dat door Buma/Stemra wordt gehanteerd niet is gebaseerd op objectieve en niet-discriminerende criteria. Dit zou in strijd zijn met artikel 21 van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten (hierna: Wet Toezicht), artikel 102 van het VWEU en artikel 4 van de Mededingingswet. In verband daarmee verzoekt Disney bij de rechtbank op grond van artikel 843a Rv verstrekking van, primair, de meest recente overeenkomsten die Buma/Stemra met andere SVOD-aanbieders (waaronder Netflix en Apple) en, subsidiair, de geanonimiseerde versie van deze documenten. Uiterst subsidiair vordert Disney een door een onafhankelijk registeraccountant gecontroleerd en gewaarmerkt afschrift van informatie over de door Buma/Stemra toegepaste licentietarieven. Buma/Stemra betwist deze stellingen en betoogt dat het verzoek van Disney neerkomt op een “fishing expedition”.

IEF 22362

Broadcom vs. Philips: ontbinding licentieovereenkomst Clarity-software onterecht bevonden

Rechtbank Midden-Nederland 22 okt 2024, IEF 22362; ECLI:NL:RBMNE:2024:5958 (Broadcom), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/broadcom-vs-philips-ontbinding-licentieovereenkomst-clarity-software-onterecht-bevonden

Rb. Midden-Nederland 22 oktober 2024, IEF 22362, IT4662; ECLI:NL:RBMNE:2024:5958 (Broadcom tegen Philips). Deze zaak betreft een kort geding tussen Broadcom en Philips. Broadcom, een softwareontwikkelaar, had een licentieovereenkomst met Philips voor het gebruik van haar Clarity-software. Broadcom ontbond deze overeenkomst buitengerechtelijk per 30 april 2024, omdat Philips volgens haar de contractuele verplichtingen niet nakwam, met name door niet tweemaal per jaar te rapporteren over het gebruik van de software en door onjuiste gebruikersaantallen door te geven. Philips betwistte de geldigheid van de ontbinding en stelde dat zij de overeenkomst niet had geschonden. De voorzieningenrechter oordeelde dat Broadcom de licentieovereenkomst niet terecht had ontbonden. De rechter vond dat de tekortkomingen van Philips, zoals het niet tweemaal per jaar rapporteren, niet ernstig genoeg waren om ontbinding te rechtvaardigen. Bovendien had Broadcom deze werkwijze gedurende de looptijd van de overeenkomst geaccepteerd.

IEF 22308

Uitspraak ingezonden door mr. S.D.Bakker, mr. S.A.E. Petit en mr. J.C. Rijnierse, Backstage Legal.

Vordering tot doorbetaling ROA-gelden afgewezen

Hof Amsterdam 15 okt 2024, IEF 22308; (SI Music tegen gedaagde), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/vordering-tot-doorbetaling-roa-gelden-afgewezen

Hof Amsterdam 15 oktober 2024, IEF 22308 (SI Music tegen gedaagde) Deze zaak betreft het eindvonnis in een geding tussen SI Music tegen gedaagde. S.I. Music vorderde in eerste aanleg de nakoming van een arbeidsovereenkomst, waarin wordt gesteld dat gedaagde toekomstige ROA-gelden zou doorbetalen aan SI Music. Daarnaast vorderde SI Music betaling van een contractuele boete, vanwege de niet-nakoming van de arbeidsovereenkomst. Dit is in eerste instantie toegewezen, waarop de gedaagde hoger beroep heeft ingesteld. Vervolgens heeft het hof in een tussenarrest geoordeeld dat de ROA-gelden bij helfte aan SI Music zouden toekomen en bij helfte aan de gedaagde. De gedaagde stelt echter dat wegens een terugbetalingsverplichting jegens Buma/Stemra, de arbeidsovereenkomst door de gedaagde niet meer nagekomen kan worden. De gedaagde kan hierdoor ook niet voldoen aan wat in het tussenarrest is besloten.

IEF 22229

Octrooizaak LinXis wordt doorverwezen naar rechtbank Den Haag

Rechtbanken 19 aug 2024, IEF 22229; ECLI:NL:RBAMS:2024:4733 (LinXis tegen gedaagde), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/octrooizaak-linxis-wordt-doorverwezen-naar-rechtbank-den-haag

Rb. Amsterdam 19 augustus 2024 IEF 22229, LS&R 2256; ECLI:NL:RBAMS:2024:4733 (LinXis tegen gedaagde). LinXis is een biotechnologiebedrijf dat zich richt op de ontwikkeling van middelen voor de behandeling van levensbedreigende ziekten. Voor haar werkzaamheden heeft LinXis drie managementovereenkomsten gesloten met de vennootschap van gedaagde. LinXis heeft deze overeenkomsten later met onmiddellijke ingang opgezegd. Gedaagde stelt dat hij desondanks (mede-)uitvinder is en aanspraak maakt op een aantal producten/technologieën ten behoeve waarvan LinXis octrooiaanvragen heeft ingediend. LinXis is het daar niet mee eens. Zij verzoekt de rechtbank om voor recht te verklaren dat gedaagde geen uitvinder is van de producten in kwestie, nu hij daaraan geen uitvindersbijdrage zou hebben geleverd. Mocht dat toch wel het geval zijn, dan zou gedaagde al zijn rechten aan LinXis hebben overgedragen. Daarnaast vordert LinXis een verklaring voor recht dat gedaagde toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar contractuele verplichtingen en dat gedaagde onrechtmatig jegens LinXis heeft gehandeld. Gedaagde verzoekt om afwijzing van de vorderingen van LinXis. Volgens hem heeft hij een voor de uitvindersvraag relevante bijdrage geleverd aan de materie van de octrooien, wat hem mede-uitvinder zou maken. Verder betwist gedaagde dat hij schuldig zou zijn aan wanprestatie. Bovendien vordert gedaagde dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart om van de vorderingen van LinXis kennis te nemen en dat zij de zaak integraal doorverwijst naar de rechtbank Den Haag. Het betreft namelijk een octrooikwestie, waarover de rechtbank Den Haag exclusief bevoegd is (zie art. 80 lid 1 sub b ROW). LinXis is het hier voor een gedeelte van de vorderingen mee eens. De rechter oordeelt dat de gehele zaak zal worden doorverwezen naar de rechtbank Den Haag, aangezien de vorderingen aan elkaar verknocht zijn. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

IEF 22200

Haviltex-criterium in actie: de licentie van Harbour Antibodies ziet alleen op de toepassing van octrooien in muizen

Rechtbanken 14 aug 2024, IEF 22200; ECLI:NL:RBROT:2024:7560 (Eiser tegen Harbour Antibodies c.s. en Erasmus MC), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/haviltex-criterium-in-actie-de-licentie-van-harbour-antibodies-ziet-alleen-op-de-toepassing-van-octrooien-in-muizen

Rb. Rotterdam 14 augustus 2024, IEF 22200, LS&R 2251; ECLI:NL:RBROT:2024:7560 (Eiser tegen Harbour Antibodies c.s. en Erasmus MC). Eiser en Erasmus MC (hierna: Erasmus) hebben een platform ontwikkeld voor de productie van antilichamen voor medische toepassing. De antilichamen zijn afkomstig van zoogdieren, waaronder met name muizen. De vindingen van eiser en Erasmus zijn het onderwerp van een reeks Amerikaanse werkwijze-octrooien. De verdere ontwikkeling, toepassing en exploitatie van de geoctrooieerde werkwijzen is uitbesteed aan Harbour Antibodies B.V. (hierna: Harbour). Voor toepassing van de octrooien hebben eiser en Erasmus aan Harbour een exclusieve licentie verstrekt. Eiser, Erasmus en Harbour zijn het echter oneens over de uitleg van die licentie. Terwijl eiser van mening is dat de licentie is beperkt tot toepassing van de octrooien in muizen, vinden Erasmus en Harbour dat deze ook de toepassing in ratten omvat. Eiser vordert een verklaring voor recht om zijn gelijk te krijgen. Bovendien vordert hij dat Harbour haar octrooihandhavingsprocedure tegen TeneoBio Inc (hierna: Teneobio) voor de Amerikaanse rechter staakt, omdat zij daartoe niet bevoegd is. Harbour vordert in reconventie een verklaring voor recht dat haar uitleg van de licentieovereenkomst de juiste is, en dat zij bevoegd is om de handhavingsprocedure voort te zetten. Daarnaast vordert zij dat eiser zich als mede-eiser bij de procedure voegt en dat hij niet meer aan derden verklaart dat Harbour geen handhavingsbevoegdheid zou hebben. Ook Erasmus sluit zich bij die laatste twee vorderingen aan.

IEF 22194

Onduidelijkheid over geclaimde intellectuele eigendomsrechten leidt niet tot schadevergoeding

Hof Den Haag 27 feb 2024, IEF 22194; ECLI:NL:GHDHA:2024:216 (LC tegen HPM), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/onduidelijkheid-over-geclaimde-intellectuele-eigendomsrechten-leidt-niet-tot-schadevergoeding

Hof Den Haag 27 februari 2024, IEF 22194; ECLI:NL:GHDHA:2024:216 (LC tegen HPM). Partijen in deze zaak zijn [appellant 1] en Lattice Consultancy B.V. (hierna: LC of [appellant 1] c.s.) en Holland Park Media B.V. (hierna: HPM). LC en HPM hebben een overeenkomst gesloten over de aanpassing van de website van [appellant 1] c.s. Deze overeenkomst is na acht maanden door [appellant 1] c.s. opgezegd. In eerste aanleg heeft [appellant 1] c.s. onder andere vorderingen ingesteld die ertoe strekken om HPM te veroordelen tot het verstrekken van verzamelde en verwerkte persoonsgegevens. Zij stelt dat ze op grond van artikel 17 AVG dit recht heeft. Verder is zij van mening dat ze ervan uit mocht gaan dat de intellectuele eigendomsrechten van het werk dat HPM creëerde zouden worden overgedragen. De kantonrechter heeft de vordering over de persoonsgegevens toegewezen maar het overige afgewezen. Het was duidelijk genoeg dat er na afloop van de overeenkomst sprake zou zijn van een royaltyvergoeding. [appellant 1] c.s. komt tegen dit oordeel in hoger beroep.

IEF 22192

Uitspraak ingezonden door Syb Terpstra en Hans Bousie, Porterfield.

Artiest mocht muziek-exploitatieovereenkomst opzeggen

Rechtbank Den Haag 14 aug 2024, IEF 22192; ECLI:NL:RBDHA:2024:12910 (Violent Publishing tegen [naam 1]), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/artiest-mocht-muziek-exploitatieovereenkomst-opzeggen

Rb. Den Haag 14 augustus 2024, IEF 22192; ECLI:NL:RBDHA:2024:12910 (Violent Publishing tegen [naam 1]). [naam 1] is een artiest die met muziekuitgeverij Violent Publishing drie overeenkomsten heeft gesloten voor de exploitatie van zijn muziek. Ruim twintig jaar later is [naam 1] van mening dat Violent Publishing niet voldoet aan de op haar rustende exploitatieverplichtingen. Als gevolg hiervan heeft [naam 1] de overeenkomst geprobeerd te ontbinden, of op te zeggen. Dit heeft geleid tot een geschil tussen de twee partijen. Violent Publishing vordert in de hoofdzaak een verklaring voor recht dat de ontbinding en opzegging door [naam 1] ongeldig zijn. Zij meent dat de overeenkomsten niet rechtsgeldig ontbonden zijn omdat er geen sprake was van een tekortkoming in de nakoming van haar verplichtingen. Over de opzegging stelt Violent Publishing dat de overeenkomsten niet opzegbaar zijn. [naam 1] stelt dat hij de overeenkomsten wel rechtsgeldig heeft beëindigd, primair door ontbinding wegens tekortkoming, subsidiair door ontbinding op grond van artikel 25e AW, met als reden het onvoldoende exploiteren van het auteursrecht op de werken. Meer subsidiair stelt [naam 1] dat de overeenkomsten zijn beëindigd door opzegging. In reconventie vordert [naam 1] dan ook een verklaring voor het recht van deze beweringen. 

IEF 22189

Rechter werpt licht op de licentieovereenkomst tussen EIC c.s. en Reflexy c.s.

Rechtbanken 22 mei 2024, IEF 22189; ECLI:NL:RBNHO:2024:7175 (EIC c.s. tegen Reflexy c.s.), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/rechter-werpt-licht-op-de-licentieovereenkomst-tussen-eic-c-s-en-reflexy-c-s

Rb. Noord-Holland 22 mei 2024, IEF ; ECLI:NL:RBNHO:2024:7175 (EIC c.s. tegen Reflexy c.s.). Eisers in deze zaak zijn Ucelli Holding B.V. en Great Horizon B.V. (samen hierna: EIC c.s.). EIC c.s. is aandeelhouder in EIC, een vennootschap die als doel heeft de octrooirechten van gedaagde en zijn bedrijf Reflexy Nederland B.V. ((samen) hierna: Reflexy (c.s.)) te exploiteren. Ook gedaagde is aandeelhouder in EIC, namelijk via Spectrum Energy Holding B.V. (hierna: Spectrum) en Reflexy (Spectrum is de enig aandeelhouder van Reflexy). De exploitatie door EIC vindt plaats op basis van een licentieovereenkomst. Reflexy heeft aan EIC c.s. laten weten dat zij een beroep doet op de opzegging van de overeenkomst. In reactie hierop heeft EIC c.s. verlof verkregen tot het leggen van conservatoir beslag ten laste van Reflexy c.s., waarna Reflexy heeft bevestigd dat de opzegging geen rechtsgevolg heeft gehad. EIC c.s. vordert bij de rechtbank onder andere dat Reflexy wordt veroordeeld tot nakoming van de licentieovereenkomst en tot betaling van de boetes die Reflexy op grond van de overeenkomst verbeurt. Reflexy c.s. vordert in reconventie onder andere dat een verklaring voor recht wordt gegeven dat de nieuwe, niet geoctrooieerde uitvindingen van gedaagde niet onder de reikwijdte van de licentieovereenkomst vallen en dat de tussen Reflexy en EIC c.s. gesloten licentieovereenkomst opzegbaar is.