IEF 23392
25 maart 2026
Uitspraak

Vordering ANP afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat foto op website [gedaagde] heeft gestaan

 
IEF 23396
25 maart 2026
Uitspraak

Gerecht bevestigt afwijzing nietigheidsverzoek tegen Uniemodel voor verlichtingsarmatuur

 
IEF 23394
25 maart 2026
Uitspraak

Gerecht bevestigt afwijzing nietigheidsverzoek BLUE BRAND CHICKEN: eerdere vernietigingsuitspraak bindt Kamer van Beroep

 
IEF 23392

Vordering ANP afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat foto op website [gedaagde] heeft gestaan

Rechtbank Oost-Brabant 28 aug 2025, IEF 23392; ECLI:NL:RBOBR:2025:8948 (ANP tegen [gedaagde]), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/vordering-anp-afgewezen-wegens-onvoldoende-bewijs-dat-foto-op-website-gedaagde-heeft-gestaan

Rb. Oost-Brabant 28 augustus 2025, IEF 23392; ECLI:NL:RBOBR:2025:8948 (ANP tegen [gedaagde]). In deze zaak stelde ANP dat [gedaagde] inbreuk had gemaakt op haar auteursrecht door zonder toestemming een foto met het logo van de Belastingdienst op haar website te plaatsen. Op basis daarvan vorderde ANP een schadevergoeding van € 452,75, vermeerderd met wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. [gedaagde] betwistte echter dat de betreffende foto ooit op haar website had gestaan. Zij voerde aan dat zij haar website zelf en via een tekstschrijver had gecontroleerd zonder de foto aan te treffen, en dat zij bovendien geen enkel logisch belang had bij plaatsing van juist deze afbeelding, omdat die geen verband hield met haar bedrijfsactiviteiten.

IEF 23396

Gerecht bevestigt afwijzing nietigheidsverzoek tegen Uniemodel voor verlichtingsarmatuur

Gerecht EU (voorheen GvEA) 10 dec 2025, IEF 23396; ECLI:EU:T:2025:1099 (LTV Leuchten & Lampen Vertriebs GmbH tegen EUIPO en XAL GmbH), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/gerecht-bevestigt-afwijzing-nietigheidsverzoek-tegen-uniemodel-voor-verlichtingsarmatuur

Gerecht EU 10 december 2025, IEF 23396; IEFbe 4154; ECLI:EU:T:2025:1099 (LTV Leuchten & Lampen Vertriebs GmbH tegen EUIPO en XAL GmbH). In zaak T-82/25 stond een beroep centraal tegen een beslissing van de Derde Kamer van Beroep van het EUIPO inzake een verzoek tot nietigverklaring van een ingeschreven Uniemodel voor een verlichtingsarmatuur. LTV had de nietigheid ingeroepen op grond van artikel 25, lid 1, onder b, van Verordening nr. 6/2002, gelezen in samenhang met de artikelen 5 en 6, en stelde dat het model niet nieuw was en geen eigen karakter had in het licht van een aantal oudere modellen. De nietigheidsafdeling wees het verzoek af omdat LTV de openbaarmaking van die oudere modellen onvoldoende had aangetoond in de zin van artikel 7, lid 1, van Verordening nr. 6/2002. Ook wees zij de verzoeken af tot onderzoeksmaatregelen, waaronder het horen van getuigen, een deskundigenonderzoek en een mondelinge behandeling. In beroep bij het EUIPO diende LTV daarnaast nieuwe stukken in: bijlage AL werd meegenomen omdat die betrekking had op een al eerder ingeroepen ouder model, maar bijlagen AB tot en met AK bleven buiten beschouwing omdat zij oudere modellen bevatten die niet al in het oorspronkelijke nietigheidsverzoek waren aangevoerd.

IEF 23394

Gerecht bevestigt afwijzing nietigheidsverzoek BLUE BRAND CHICKEN: eerdere vernietigingsuitspraak bindt Kamer van Beroep

Gerecht EU (voorheen GvEA) 13 okt 2025, IEF 23394; ECLI:EU:T:2025:971 (Grzegorz Wyrębski tegen EUIPO en Anna Gagatek-Woźniak, Artur Woźniak en Jolanta Mozerys), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/gerecht-bevestigt-afwijzing-nietigheidsverzoek-blue-brand-chicken-eerdere-vernietigingsuitspraak-bindt-kamer-van-beroep

Gerecht EU 13 oktober 2025, IEF 23394; IEFbe 4153; ECLI:EU:T:2025:971 (Grzegorz Wyrębski tegen EUIPO en Anna Gagatek-Woźniak, Artur Woźniak en Jolanta Mozerys). In zaak T-44/25 stond een beroep centraal tegen de beslissing van de Vierde Kamer van Beroep van het EUIPO om het nietigheidsverzoek tegen het driedimensionale Uniemerk BLUE BRAND CHICKEN af te wijzen. Het merk betrof de blauw-witte rechthoekige vorm van een doos voor waren en diensten in de klassen 29 en 40. Verzoeker had nietigheid gevorderd op grond van artikel 52, lid 1, onder b, van Verordening nr. 207/2009, stellende dat de merkaanvraag te kwader trouw was ingediend. De nietigheidsafdeling had dat verzoek aanvankelijk toegewezen, maar die uitkomst hield geen stand nadat het Gerecht in een eerdere procedure de toenmalige beslissing van de Kamer van Beroep had vernietigd. Nadat het Hof van Justitie de hogere voorziening tegen dat vernietigingsarrest niet had toegelaten, besliste de Vierde Kamer van Beroep opnieuw en wees zij het nietigheidsverzoek af, omdat zij, gebonden aan dat eerdere arrest, tot de slotsom kwam dat de aangevoerde bewijsmiddelen kwade trouw niet konden dragen.

IEF 23397

Invitation to HOYNG ROKH MONEGIER's Women in IP event, 16 April 2026, Amsterdam - Only a few places left!

Dear All,

We would like to invite you to Women in IP 2026: From idea to impact: Women redefining the narrative across the IP lifecycle, hosted by HOYNG ROKH MONEGIER in collaboration with AIPLA and FIPE.

This year’s edition features an inspiring panel discussion exploring female influences across the IP landscape. IP is more than protection: it starts with bold ideas, takes shape through inventions and design, is strengthened by legal strategy, defended through enforcement, unlocked through licensing, and amplified through branding and marketing. While these stages are deeply interconnected, they are rarely discussed as a whole.

For this event, we will welcome three exciting panelists who each represent one or more stages of the IP lifecycle. They will share their experiences, the changes and challenges they have seen over the years in their respective parts of the IP cycle and the key moments in which they have “redefined the narrative” in their work, their organisations, and the wider IP ecosystem.

IEF 23398

Uitspraak ingezonden door Joris Deene, Everest.

Geen auteursrechtelijke bescherming en geen bewezen inbreuk: fotojournalist tegen UGent over online CLIM‑werkpakketten

Belgische gerechten 16 mrt 2026, IEF 23398; 2025/AR/1342 (SCHULD Peter-Vincent tegen UNIVESITEIT GENT), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/geen-auteursrechtelijke-bescherming-en-geen-bewezen-inbreuk-fotojournalist-tegen-ugent-over-online-clim-werkpakketten

Hof van beroep Gent 16 maart 2026, IEF 23398, IT 5154, IEFbe 4156; 2025/AR/1342 (SCHULD Peter-Vincent tegen UNIVESITEIT GENT). Deze zaak gaat over een geschil tussen fotojournalist Peter‑Vincent Schuld, hoofdredacteur van het online tijdschrift FactsFound.news, en de Universiteit Gent (UGent) omtrent het online gebruik van 18 foto’s in twee CLIM‑werkpakketten (“Mag ik spelen?” en “Verhuizen? Wat is dat?”) die door het Steunpunt Diversiteit en Leren (vakgroep Taalkunde UGent) zijn ontwikkeld en in 2016 integraal en kosteloos online werden geplaatst. Schuld had in 2006–2007 foto’s geleverd aan de Uitgeverij De Boeck voor papieren educatieve uitgaven en verwijst naar facturen en een dading, maar bezorgt die stukken in hoger beroep niet effectief aan het hof. Vanaf 2020 stelt hij UGent herhaaldelijk in gebreke wegens “auteursrechtfraude” en dagvaardt hij in 2024 UGent voor de rechtbank van eerste aanleg Gent, met een vordering tot bescherming van zijn auteursrecht en tot vergoeding van materiële schade van 84.350 euro en morele schade van 10.000 euro. UGent betwist zowel auteurschap als rechthebbenschap, voert onder meer nietigheid van de dagvaarding, verjaring, afstand van recht/rechtsverwerking, en een exceptie van borgstelling aan en stelt dat de auteursvermogensrechten op de CLIM‑pakketten, inclusief de foto’s, bij Uitgeverij De Boeck liggen, gelet op de colofon met “© 2007 Uitgeverij De Boeck nv – Alle rechten voorbehouden”. De rechtbank verwerpt de wering‑ en ontvankelijkheidsverweren, oordeelt dat de vordering ontvankelijk maar ongegrond is omdat Schuld niet aantoont dat hij nog de vermogensrechten bezit, en legt de gerechtskosten voor vier vijfde ten laste van Schuld en voor één vijfde ten laste van UGent. Schuld stelt hoger beroep in en vraagt vernietiging van het vonnis in zoverre zijn vordering ongegrond is verklaard en veroordeling van UGent tot 94.350 euro plus proceskosten, terwijl UGent incidenteel beroep instelt en de vordering alsnog als ontoelaatbaar of minstens ongegrond wil zien afgewezen, met volledige kostenveroordeling van Schuld. In hoger beroep identificeert het hof op basis van de CLIM‑pakketten nauwkeurig de 18 betwiste foto’s, maar werpt de door Schuld op 8 december 2025 via e‑deposit neergelegde conclusie en het nieuwe stuk ambtshalve uit de debatten omdat ze, in strijd met artikel 747 §4 Ger.W. en artikel 740 Ger.W., niet tijdig aan UGent zijn overgemaakt; het hof houdt enkel rekening met de beroepsakte en de daarin opgesomde stukken, die Schuld uiteindelijk evenmin neerlegt.

IEF 23395

Article written by Andres Guadamuz, University of Sussex.

An end to the input-output dichotomy in AI copyright? Like Company v Google takes an unexpected turn

I’ve been following the CJEU case C-250/25 Like Company v Google hearing with interest (my initial thoughts on the case here). I won’t attempt to cover the entirety of the proceedings, I’ve already accumulated plenty of notes for that, but I want to focus on one specific aspect that jumped out at me: a line of questioning from Advocate General Szpunar that I found particularly problematic, and which deserves immediate commentary.

Before I get to that, a few general comments about the proceedings. I’ve been writing about AI and TDM since 2012, and more specifically about what we now call generative AI since 2015, so I’ve become deeply familiar with the intricacies of the debate. The downside of that familiarity is that I tend to assume others understand at least the basics as well as I do, and I get a bit of a shock when I witness non-experts grappling with a very complex technical issue. The lawyers, advocates, and the judges involved did a very good job in trying to understand the technology and how it fits with copyright, but I could notice several times where the non-specialist parties appeared to be struggling with some concepts. I’m reminded of this famous xkcd cartoon:

IEF 23393

Artikel geschreven door Fulco Blokhuis, Boekx.

Meta's AI Smartglasses

Meta's AI Smartglasses liggen gewoon bij de opticien. Je kan er mee opnemen. De beelden gaan naar Nairobi, Kenia.

'Bank details, sex and naked people who seem unaware they are being recorded' kopte het Zweedse dagblad die uitvoerig onderzoek deed.

“We see everything – from living rooms to naked bodies. Meta has that type of content in its databases. People can record themselves in the wrong way and not even know what they are recording. They are real people like you and me”. The workers describe videos where people’s bank cards are visible by mistake, and people watching porn while wearing the glasses. Clips that could trigger “enormous scandals” if they were leaked.
 

IEF 23390

Laatste plekken voor het seminar: Consumentenrecht in de Digitale Sector | 2 april 2026

De Europese Commissie werkt aan de Digital Fairness Act (DFA), een nieuwe wet die consumenten beter moet beschermen in de digitale wereld. De nieuwe wet wordt naar verwachting in 2026 door de Comissie gepresenteerd. Tegenwoordig bestellen we (bijna) alles via internet. Iedereen die dat wel eens heeft gedaan, kent de kortingsacties die gegeven worden. Van een countdown-timer tot een rad van fortuin: platforms zetten alles in om consumenten te laten klikken en kopen. De digitale wereld is voor consumenten hierdoor niet altijd overzichtelijk. Ook voor juristen is niet alles helder, vooral op de grijze gebieden. Via deceptive interface design ontstaat er een oneerlijke handelspraktijk. Wat betekent dit voor consumenten, retailers, e-tailers, platforms en influencers als dit wordt vastgesteld? 

Meer weten over de DFA en oneerlijke handelspraktijken? Kom naar ons seminar Consumentenrecht in de digitale sector op donderdag 2 april 2026. We bespreken deze onderwerpen, en meer, samen met Jeroen Schouten en Michelle Seel (Pinsent Masons) op het kantoor van Pinsent Masons in Amsterdam. Er zijn nog enkele plekken beschikbaar.

Bent u erbij? Aanmelden kan alleen deze week nog. 

IEF 23391

Gerecht wijst beroep van Mordalski af omdat een reeds vervallen Uniemerk niet meer nietig kan worden verklaard

Gerecht EU (voorheen GvEA) 19 mrt 2026, IEF 23391; ECLI:EU:T:2026:201 (Grzegorz Mordalski tegen EUIPO en Anita Food, SA), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/gerecht-wijst-beroep-van-mordalski-af-omdat-een-reeds-vervallen-uniemerk-niet-meer-nietig-kan-worden-verklaard

Gerecht EU 19 maart 2026, IEF 23391; IEFbe 4152;  ECLI:EU:T:2026:201 (Grzegorz Mordalsk tegen EUIPO en Anita Food, SA). In deze zaak verzocht Grzegorz Mordalski om nietigverklaring van de beslissing van de vierde kamer van beroep van het EUIPO van 5 februari 2025. Die beslissing betrof zijn verzoek tot nietigverklaring van een figuratief Uniemerk van Anita Food SA, dat was aangevraagd op 18 februari 2009, geregistreerd op 27 januari 2010 en, bij gebrek aan verlenging, waarvan de registratie was vervallen op 18 februari 2019. Mordalski had zelf in 2016 in Polen een nationaal merk aangevraagd, maar dat was in 2020 geweigerd wegens gevaar voor verwarring met onder meer dit oudere Uniemerk. Daarop diende hij op 1 november 2020 bij het EUIPO een verzoek tot nietigverklaring van dat Uniemerk in op grond van artikel 60, lid 1, onder a, van verordening 2017/1001, gelezen in samenhang met artikel 8, lid 1, onder a en b, maar gelet op de datum van de Uniemerkaanvraag moest het Gerecht voor de materiële beoordeling uitgaan van de overeenkomstige bepalingen van verordening nr. 40/94, namelijk artikel 52, lid 1, onder a, gelezen in samenhang met artikel 8, lid 1. De annuleringsafdeling had dat verzoek op 7 juni 2024 afgewezen omdat de registratie op het moment van het verzoek al was verstreken, en de kamer van beroep had dat oordeel bevestigd.

IEF 23388

Rechtbank Den Haag: HP krijgt grotendeels gelijk in modelzaak over remanufactured cartridges

Rechtbank Den Haag 11 mrt 2026, IEF 23388; ECLI:NL:RBDHA:2026:5091 (HP tegen Digital Revolution), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/rechtbank-den-haag-hp-krijgt-grotendeels-gelijk-in-modelzaak-over-remanufactured-cartridges

Rb. Den Haag 11 maart 2026, IEF 23388; ECLI:NL:RBDHA:2026:5091 (HP tegen Digital Revolution). In deze bodemprocedure stonden Hewlett-Packard Development Company, L.P. en Digital Revolution B.V. tegenover elkaar over ingeschreven Uniemodellen voor printercartridges. HP stelde in conventie dat Digital Revolution met de verhandeling van remanufactured cartridges via haar webshop inbreuk maakte op die modellen en vorderde onder meer een EU-breed verbod, opgave en rekening en verantwoording, afgifte van voorraad, recall, schadevergoeding en nevenvoorzieningen. Digital Revolution vorderde in reconventie nietigverklaring van de modellen. De rechtbank oordeelt eerst dat cartridges, ook als zij zouden gelden als onderdelen van een samengesteld voortbrengsel, bij normaal gebruik zichtbaar blijven, omdat de eindgebruiker de cartridges zelf plaatst en vervangt. Het beroep op de techniekexceptie van artikel 8 lid 1 UModVo slaagt slechts gedeeltelijk: diverse kenmerken zijn uitsluitend technisch bepaald, maar de afgeronde hoek aan de voor-/bovenzijde niet. Dat kenmerk kan daarom bijdragen aan nieuwheid en eigen karakter. Op die basis acht de rechtbank Model 340 en de betrokken 422-modellen geldig, omdat Digital Revolution daarvoor geen relevant vormgevingserfgoed had aangevoerd. De 298-modellen worden daarentegen nietig verklaard op grond van artikel 86 lid 1 onder a jo. artikel 25 lid 1 onder b UModVo, omdat zij ten opzichte van de 422-modellen geen andere algemene indruk wekken en daarom niet nieuw zijn en geen eigen karakter hebben. Die nietigverklaring wordt niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard.