IEF 23363
16 maart 2026
Uitspraak

Gerecht bevestigt nietigheid van het Uniemerk GEOGRAPHICAL NORWAY EXPEDITION wegens kwade trouw

 
IEF 23361
16 maart 2026
Uitspraak

Gerecht bevestigt weigering van 3D-merk voor kurkentrekker wegens technisch bepaalde vorm

 
IEF 23352
16 maart 2026
Artikel

Font-trollen – auteursrecht op lettertypes?

 
IEF 23363

Gerecht bevestigt nietigheid van het Uniemerk GEOGRAPHICAL NORWAY EXPEDITION wegens kwade trouw

Gerecht EU (voorheen GvEA) 11 mrt 2026, IEF 23363; ECLI:EU:T:2026:188 (SBG tegen EUIPO en VF International Sagl), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/gerecht-bevestigt-nietigheid-van-het-uniemerk-geographical-norway-expedition-wegens-kwade-trouw

Gerecht EU 11 maart 2026, IEF 23363; IEFbe 4140; ECLI:EU:T:2026:188 (SBG tegen EUIPO en VF International Sagl). In deze zaak staat de vraag centraal of het figuratieve Uniemerk GEOGRAPHICAL NORWAY EXPEDITION van Super Brand Licensing (SBG) terecht nietig was verklaard wegens kwade trouw bij de indiening van de merkaanvraag op 1 april 2011. Het Gerecht bevestigt het oordeel van de Tweede Kamer van Beroep van het EUIPO dat dit het geval was. Daarbij stelt het voorop dat voor de toepassing van artikel 52, lid 1, onder b, van Verordening nr. 207/2009 beslissend is of uit objectieve, onderling samenhangende omstandigheden blijkt dat de aanvrager het merk niet heeft gedeponeerd om op loyale wijze aan de mededinging deel te nemen, maar om op oneerlijke wijze aan te haken bij de belangen van een derde of een merkrecht voor oneigenlijke doeleinden te verkrijgen. Het relevante tijdstip is het moment van depot, maar ook later gebruik van het bestreden merk mag als aanwijzing voor de oorspronkelijke bedoeling worden meegewogen. Tegen die achtergrond oordeelt het Gerecht dat het EUIPO terecht niet alleen acht heeft geslagen op het oudere ingeschreven merk van VF International, maar ook op het teken NAPAPIJRI geographic zoals dat reeds vóór 2011 daadwerkelijk op de markt werd gebruikt in combinatie met de Noorse vlag. Uit catalogi, advertenties, persartikelen, verkoopinformatie en eerdere rechterlijke beslissingen bleek voldoende dat dit teken al jarenlang commercieel succesvol en bekend was voor onder meer kleding, schoenen en tassen, en dat de rechtsvoorganger van SBG het bestaan en de marktpositie ervan kende of in elk geval niet kon negeren.

IEF 23361

Gerecht bevestigt weigering van 3D-merk voor kurkentrekker wegens technisch bepaalde vorm

Gerecht EU (voorheen GvEA) 25 feb 2026, IEF 23361; ECLI:EU:T:2026:146 (Empreinte tegen EUIPO), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/gerecht-bevestigt-weigering-van-3d-merk-voor-kurkentrekker-wegens-technisch-bepaalde-vorm

Gerecht EU 25 februari 2026, IEF 23361; IEFbe 4138; ECLI:EU:T:2026:146 (Empreinte tegen EUIPO). In dit arrest staat de aanvraag centraal voor een driedimensionaal Uniemerk bestaande uit de vorm van een kurkentrekker, aangevraagd voor “kurkentrekkers” in klasse 21. De examinator had aanvankelijk een bezwaar wegens gebrek aan onderscheidend vermogen opgeworpen, maar dat later laten vallen en vervangen door een weigering op grond van artikel 7, lid 1, onder e, ii, UMVo, omdat het teken volgens hem uitsluitend bestond uit de vorm van het product die noodzakelijk is om een technisch resultaat te bereiken. De Kamer van Beroep bevestigde die weigering. Voor het Gerecht vorderde Empreinte niet alleen vernietiging van de bestreden beslissing, maar ook een verklaring voor recht dat artikel 7, lid 1, onder e, ii, UMVo niet van toepassing was en een bevel tot inschrijving van het merk. Het Gerecht verklaart zich voor die laatste twee vorderingen onbevoegd, omdat het in een beroep op grond van artikel 263 VWEU geen declaratoire uitspraken kan doen en evenmin bevelen aan EU-instellingen kan geven. Vervolgens verwerpt het Gerecht alle aangevoerde middelen. Het oordeelt allereerst dat de Kamer van Beroep haar beslissing voldoende heeft gemotiveerd in de zin van artikel 94, lid 1, UMVo. De Kamer van Beroep had de wezenlijke kenmerken van het teken geïdentificeerd als een onregelmatige ergonomische handgreep die de vorm van een handafdruk benadert, met uitsparingen voor de vingers en de duim, en een staaf die uitloopt in een spiraal. Daarnaast had zij duidelijk uiteengezet waarom die kenmerken beantwoorden aan de technische functie van het product, namelijk het verwijderen van een kurk uit een fles door het gereedschap vast te nemen, de metalen spiraal in de kurk te draaien en de kurk vervolgens verticaal uit de flessenhals te trekken. Dat Empreinte die beoordeling inhoudelijk bestrijdt, raakt volgens het Gerecht aan de materiële juistheid van de beslissing en niet aan de motiveringsplicht als zodanig.

IEF 23352

Font-trollen – auteursrecht op lettertypes?

Artikel geschreven door Patty de Leeuwe, Visser Schaap & Kreijger.

Steeds meer organisaties worden geconfronteerd met hoge claims voor vermeend ongeautoriseerd gebruik van lettertypes en fontbestanden. Terwijl lettertypen vanwege hun technische beperkingen zelden auteurs- rechtelijke bescherming genieten en fonts lang niet altijd origineel genoeg zijn, leidt onduidelijkheid bij gebruikers en ontwerpers toch regelmatig tot kostbare geschillen. Deze bijdrage schetst de juridische stand van zaken, de werkwijze van zogenoemde font-trollen en biedt praktische handvatten om claims effectief te beoordelen en te weerleggen.

We worden dagelijks zowel op papier als via het beeldscherm met tekst gebombardeerd, en hoe- wel dat vaak genoeg leidt tot controverse of erger, is dat doorgaans als gevolg van de inhoud. Toch is ook de vorm niet onbelangrijk. Zo draaide Marco Rubio, Minister van Buitenlandse Zaken van de VS, onlangs het besluit van zijn voorganger Anthony Blinken terug om de Times New Roman te vervangen voor de Calibri als stan- daardlettertype binnen het State Department: de achter- liggende inclusiviteitsbedoeling (de Calibri zou beter lees- baar zijn voor dyslectici) maakte dit een ‘woke’ initatief dat niet langer kon worden getolereerd. Een extreem voorbeeld, uiteraard. Toch is de vormgeving van tekst ook in normale tijden een bron van (potentieel kostbare) conflicten. Of beter: de auteursrechtelijke bescherming daarvan.

IEF 23351

Uitspraak ingezonden door Lila Qribi

Artificial neural networks in het octrooirecht: het Britse Supreme Court wijzigt de toets voor software-uitvindingen

Overig 11 feb 2026, IEF 23351; UKSC/2024/0131 ([Emotional Perception AI Ltd tegen Comptroller General of Patents, Designs and Trade Marks]), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/artificial-neural-networks-in-het-octrooirecht-het-britse-supreme-court-wijzigt-de-toets-voor-software-uitvindingen

Het Britse Supreme Court heeft uitspraak gedaan in Emotional Perception AI Ltd v Comptroller General of Patents, Designs and Trade Marks. In deze zaak staat de vraag centraal of een artificial neural network (ANN) moet worden aangemerkt als een “computerprogramma” in de zin van artikel 1(2)(c) van de Patents Act 1977 en artikel 52(2) van het Europees Octrooiverdrag (EPC). Daarnaast bepaalt het Hof welke beoordelingsmethode moet worden toegepast bij computer-geïmplementeerde uitvindingen.

Het arrest is van belang voor de beoordeling van software- en AI-gerelateerde uitvindingen onder het Britse octrooirecht. Het Supreme Court spreekt zich voor het eerst expliciet uit over de positie van artificial neural networks binnen het octrooirecht en wijzigt daarbij de toets die in het Verenigd Koninkrijk bijna twintig jaar werd toegepast bij computer-geïmplementeerde uitvindingen.

IEF 23350

Uitspraak ingezonden door Fabian Swart, The Legal Group Advocaten.

Proceskosten in IE‑kort geding na onthoudingsverklaring: PetsPlace als in het ongelijk gestelde partij

Rechtbank Den Haag 10 mrt 2026, IEF 23350; C/09/697553 / KG ZA 26-30 (Petjoy c.s. tegen PetsPlace), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/proceskosten-in-ie-kort-geding-na-onthoudingsverklaring-petsplace-als-in-het-ongelijk-gestelde-partij

Rb. Den Haag 10 maart 2026, IEF 23350; C/09/697553 / KG ZA 26-30 (Petjoy c.s. tegen PetsPlace). In dit kort geding staan Pet Joy B.V., Pet Bros. Exclusive B.V. en hun aandeelhouder tegenover PetsPlace.com B.V. in een geschil dat oorspronkelijk draaide om merkinbreuk op IE-rechten van Petjoy c.s. PetsPlace heeft na dagvaarding, op 4 maart 2026, een onthoudingsverklaring getekend en de vermeende merkinbreuk gestaakt. Daarop heeft Petjoy c.s. bij akte van 6 maart 2026 haar eis gewijzigd en alle inhoudelijke IE‑vorderingen ingetrokken, waardoor uitsluitend nog een veroordeling van PetsPlace in de volledige proceskosten ex artikel 1019h Rv, vermeerderd met wettelijke rente, werd gevorderd. PetsPlace vorderde op haar beurt afwijzing van deze proceskostenvordering, veroordeling van Petjoy c.s. in haar kosten, althans beperking van de aan Petjoy c.s. te vergoeden kosten tot het in de onthoudingsverklaring toegezegde bedrag van € 3.000. De voorzieningenrechter verwijst naar het arrest HR 3 juni 2016, GIA/Wieland, en stelt vast dat sprake is van de situatie waarin de gedaagde na aanhangig maken van de zaak tegemoetkomt aan de vordering maar geen overeenstemming over kosten wordt bereikt; in zo’n geval kan de eiser de hoofdvorderingen intrekken en uitsluitend een kostenbeslissing vragen, waarbij de gedaagde als in het ongelijk gestelde partij kan worden aangemerkt. De rechter oordeelt dat Petjoy c.s. in deze situatie een (spoedeisend) belang heeft bij de proceskostenvordering, nu niet gevergd kan worden dat voor alleen de kosten een bodemprocedure wordt gestart, en merkt PetsPlace, die vrijwillig aan de oorspronkelijke vorderingen heeft voldaan, aan als de in het ongelijk gestelde partij in de zin van artikel 1019h Rv.

IEF 23311

Consumentenrecht in de digitale sector op donderdag 2 april 2026

De Europese Commissie werkt aan de Digital Fairness Act (DFA), een nieuwe wet die consumenten beter moet beschermen in de digitale wereld. De nieuwe wet wordt naar verwachting in 2026 door de Comissie gepresenteerd. 

Meer weten over de DFA en oneerlijke handelspraktijken? Kom naar ons seminar Consumentenrecht in de digitale sector op donderdag 2 april 2026. We bespreken deze onderwerpen en meer samen met Jeroen Schouten en Michelle Seel (Pinsent Masons) op het kantoor van Pinsent Masons in Amsterdam. 

Tijdens deze middag kijkt Santiago Bustos Plass (Vinted) naar de regels omtrent oneerlijke handelspraktijken in de praktijk, bespreekt Tom Bouwman (Universiteit Leiden) de consequenties van oneerlijke handelspraktijken voor consumenten, retailers, e-tailers, platformen en influencers en gaat Martijn Poulus (The Data Lawyers) in op digital fairness.

Daarna spreekt Jeroen Schouten over garantie, de verschillende vormen en de grijze gebieden.

IEF 23349

Rechtbank Den Haag wijst IE-vorderingen tegen fatbikeverkoper grotendeels toe wegens inbreuk op merken-, model- en auteursrechten

Rechtbank Den Haag 4 mrt 2026, IEF 23349; ECLI:NL:RBDHA:2026:4366 (La Souris c.s. tegen Gedaagden), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/rechtbank-den-haag-wijst-ie-vorderingen-tegen-fatbikeverkoper-grotendeels-toe-wegens-inbreuk-op-merken-model-en-auteursrechten

Rb. Den Haag 4 maart 2026, IEF 23349; ECLI:NL:RBDHA:2026:4366 (La Souris c.s. tegen Gedaagden). In dit vonnis staat een handhavingsgeschil op het gebied van het intellectuele-eigendomsrecht centraal tussen La Souris c.s. en Fatbike Discounter c.s. La Souris verkoopt onder meer fatbikes via een webshop en fysieke winkels in Nederland en België en is houdster van verschillende merkregistraties voor fietsen, waaronder de Uniemerken DON SOURIS, eFather, CROSSBOSS en DonTail, en het Beneluxmerk CAPO. De Chinese fabrikant Qingmai is houdster van het geregistreerde Uniemodel voor de V20-fatbike. La Souris is wederverkoper van Qingmai, licentiehouder van de model- en auteursrechten op de V20-fatbike en bevoegd om die rechten te handhaven. Gedaagden boden via hun website onder het teken UNDERBOSS drie fatbikes aan: de UNDERBOSS H9 PRO + GPS, de UNDERBOSS Z8 Pro + GPS en de UNDERBOSS V20 PRO + GPS. Op de H9-fatbike en de V20 Underboss Fatbike was het teken UNDERBOSS ook op de afneembare accu aangebracht. Nadat La Souris gedaagden bij brief van 15 juli 2025 had gesommeerd de verhandeling te staken, bleef een reactie uit. Gedaagden zijn wel in de procedure verschenen, maar hebben na onttrekking van hun advocaat geen verweer meer gevoerd. De rechtbank behandelt de zaak daarom als een vonnis op tegenspraak met verstektoets en acht de vorderingen, behoudens enkele onderdelen, niet onrechtmatig of ongegrond. Zij verklaart zich internationaal en relatief bevoegd voor de Uniemerk- en Uniemodelvorderingen met werking voor de gehele Europese Unie, en voor de auteursrechtelijke en Benelux-merkvorderingen voor Nederland op grond van verknochtheid.

IEF 23348

Uitspraak ingezonden door Mathijs Peijnenburg, Maarten Haak en Evelien Huberts, Hoogenraad & Haak

Voorlopig oordeel merkinbreuk: House of Quantum vs. QUANTUM‑merk in de EU

Rechtbank Den Haag 11 mrt 2026, IEF 23348; C/09/695609 / KG ZA 25-1192 (Quantum tegen House of Quantum), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/voorlopig-oordeel-merkinbreuk-house-of-quantum-vs-quantum-merk-in-de-eu

Rb Den Haag 11 maart 2026, IEF 23348; C/09/695609 / KG ZA 25-1192 (Quantum tegen House of Quantum). Quantum Immobilien AG is een Duitse vastgoed- en vermogensbeheeronderneming en houdster van het Uniewoordmerk QUANTUM, ingeschreven voor onder meer faciliteitenbeheer, het beheren en verhuren van onroerend goed en vastgoedgerelateerde financiële diensten in de klassen 35, 36 en 42. Quantum stelt dat Stichting Quantum Delta NL en haar dochteronderneming House of Quantum onder de tekens QUANTUM DELTA NL en HOUSE OF QUANTUM soortgelijke diensten aanbieden. QDNL verdeelt subsidies, faciliteert toegang tot funding en beschikt over een eigen micro‑fonds, terwijl House of Quantum werk‑, kantoor‑ en labruimten aantrekt, inricht en verhuurt aan startups en bedrijven in het kwantumveld, onder gebruik van domeinnamen als quantumdelta.nl en houseofquantum.com. Quantum heeft sinds 2022 meermalen gesommeerd, oppositie ingesteld tegen de QDNL‑merkaanvragen en geprotesteerd tegen de aangekondigde uitbreiding van het House of Quantum‑concept naar andere Europese landen, en vordert in kort geding een inbreukverbod voor de hele EU, een (verder gespecificeerd) gebruiksverbod voor de tekens QUANTUM, QUANTUM DELTA NL en HOUSE OF QUANTUM voor vastgoed‑ en financiële diensten, naamswijzigingen, rectificatie op de websites en vergoeding van volledige proceskosten. QDNL c.s. betwist de spoedeisendheid en de inbreuk, beroept zich erop dat zij zich in een andere sector en op een specifieke doelgroep bewegen en dat “quantum” voor haar activiteiten beschrijvend is.

IEF 23347

Termijnfout, discretionaire toetsing en de reikwijdte van R. 9.3(a) RoP in Angelalign/Align Technology

Unified Patent Court (UPC) 10 mrt 2026, IEF 23347; UPC-COA-0000037/2026 (Angelalign France Technology SASU, Europe Angelalign Technology B.V., Angelalign Technology (Germany) GmbH, Italy Angelalign Technology S.R.L. tegen Align Technology, Inc.), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/termijnfout-discretionaire-toetsing-en-de-reikwijdte-van-r-9-3-a-rop-in-angelalign-align-technology

UPC CoA 10 maart 2026, IEF 23347; UPC-COA-0000037/2026 (Angelalign France Technology SASU, Europe Angelalign Technology B.V., Angelalign Technology (Germany) GmbH, Italy Angelalign Technology S.R.L. tegen  Align Technology, Inc.). Het gaat om een verzoek van Angelalign‑vennootschappen tot “discretionary review” van een proces‑order van de Local Division Düsseldorf in een kortgedingprocedure over voorlopige maatregelen tussen Align Technology (octrooihouder EP 4 295 806) en Angelalign. Align had tijdig een reply moeten indienen, maar door een menselijke fout is op 13 februari 2026 een stuk uit een andere zaak ingediend. Op 20 februari diende Align de juiste reply in en verzocht op grond van R. 9.3(a) RoP om een retroactieve verlenging van de termijn tot die datum, waarmee Angelalign het oneens was. De Local Division heeft de termijn voor Align alsnog retroactief verlengd tot 20 februari, het late stuk toegelaten en Angelalign een verlengde termijn voor dupliek gegeven, maar geen leave to appeal verleend. Angelalign vraagt daarop bij het Hof van Beroep om discretionary review en betoogt dat zo’n retroactieve verlenging na afloop van de termijn alleen via re‑establishment (R. 320 RoP, met strenge eisen) kan en dat het gebruik van R. 9.3(a) RoP de hiërarchie tussen beide regels uitholt.

IEF 23346

Prejudiciële vragen over rechtsmacht van de UPC en aansprakelijkheid van een ‘intermediary’ in Dyson/Dreame

Unified Patent Court (UPC) 6 mrt 2026, IEF 23346; UPC_CoA_789/2025, UPC_CoA_813/2025 (Dyson Technology Limited v. Dreame International (Hongkong) Limited, Eurep GmbH), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/prejudiciele-vragen-over-rechtsmacht-van-de-upc-en-aansprakelijkheid-van-een-intermediary-in-dyson-dreame

UPC CoA 6 maart 2026, IEF 23346; UPC_CoA_789/2025, UPC_CoA_813/2025 (Dyson Technology Limited v. Dreame International (Hongkong) Limited, Eurep GmbH). De zaak betreft Dyson, houder van EP 3 119 235 voor een handzaam haarverzorgingsapparaat (o.a. de Dyson Airwrap), met unitair effect sinds 8 mei 2025 en gelding in alle UPCA‑landen en Spanje. Dyson stelt dat Dreame International via diverse landspecifieke webshops multifunctionele haarföhns aanbiedt die inbreuk maken op het octrooi. Het gaat om de oude Dreame-producten: de “Dreame Airstyle” en “Dreame Pocket”, en de nieuwe Dreame-producten: de “Dreame Airstyle Pro” en “Dreame Pocket Neo”, Eurep, een in Duitsland gevestigde “authorised representative”, fungeert als EU‑vertegenwoordiger op de verpakking en op Dreame’s website en vervult taken als economisch marktdeelnemer onder de productveiligheids‑ en marktbewakingsverordeningen 2023/988 en 2019/1020. Dyson vordert in kort geding bij de Hamburg Local Division voorlopige maatregelen tegen Dreame International, Eurep, Teqphone en Dreame Technology voor het volledige UPC‑territorium plus Spanje, in de vorm van verbodsmaatregelen tegen octrooi-inbreuk. De Hamburg Local Division wijst een voorlopige voorziening toe tegen Dreame International, Teqphone en Dreame Technology voor het UPC‑gebied en tegen Eurep voor het verlenen van diensten die inbreuk ondersteunen. Voor Spanje wordt het verbod slechts doorgetrokken voor Dreame International en Eurep. Voor de oude Dreame‑producten acht de divisie octrooi‑inbreuk aannemelijk, maar de nieuwe producten vallen volgens haar niet binnen de beschermingsomvang. Beide partijen gaan in hoger beroep. Dyson eist dat het verbod ook de nieuwe producten omvat, terwijl Dreame volledige afwijzing van alle voorlopige maatregelen nastreeft.