IEF 23407
26 maart 2026
Uitspraak

Gerecht bevestigt verwarringsgevaar tussen TEAM BEVERAGE en TEAM en laat weigering van schorsing in stand

 
IEF 23412
26 maart 2026
Uitspraak

UPC: procestaal gewijzigd van Duits naar Engels op verzoek van HyGear op grond van “fairness”

 
IEF 23409
26 maart 2026
Artikel

Het big tobacco moment: uitspraak tegen Meta en Google

 
IEF 23407

Gerecht bevestigt verwarringsgevaar tussen TEAM BEVERAGE en TEAM en laat weigering van schorsing in stand

Gerecht EU (voorheen GvEA) 25 mrt 2026, IEF 23407; ECLI:EU:T:2026:214 (Team Beverage AG tegen EUIPO en Zurich Deutscher Herold Lebensversicherung AG), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/gerecht-bevestigt-verwarringsgevaar-tussen-team-beverage-en-team-en-laat-weigering-van-schorsing-in-stand

Gerecht EU 25 maart 2026, IEF 23407; IEFbe 4159; ECLI:EU:T:2026:214 (Team Beverage AG tegen EUIPO en Zurich Deutscher Herold Lebensversicherung AG). Het Gerecht verwerpt het beroep van Team Beverage AG tegen de beslissing van de Tweede Kamer van Beroep van het EUIPO. Team Beverage vraagt het figuratieve Uniemerk TEAM BEVERAGE aan voor verschillende diensten in klasse 36, waaronder verzekerings-, financiële en bancaire diensten. Zurich Deutscher Herold Lebensversicherung AG stelt oppositie in op basis van het oudere Uniewoordmerk TEAM, dat eveneens voor verzekeringsdiensten is ingeschreven. Tijdens de procedure stelt Team Beverage ook nietigheids- en vervalvorderingen tegen het oudere merk in en verzoekt zij om schorsing van de oppositieprocedure. Het Gerecht oordeelt dat de Kamer van Beroep dat verzoek terecht afwijst. Op grond van artikel 71, lid 1, onder a en b, van Gedelegeerde Verordening 2018/625 beschikt de Kamer van Beroep over een ruime beoordelingsmarge en moet zij de belangen van partijen afwegen. Daarbij mag zij betrekken dat eerdere, grotendeels gelijksoortige procedures tegen het oudere merk al zijn afgewezen, dat de verzoekster geen overtuigende redenen voor schorsing aanvoert en dat de omstandigheden wijzen op een vooral vertragend gebruik van die procedures. procedures.

IEF 23412

UPC: procestaal gewijzigd van Duits naar Engels op verzoek van HyGear op grond van “fairness”

Unified Patent Court (UPC) 20 mrt 2026, IEF 23412; UPC_CFI_1849/2025 (HyGear B.V., SYPOX GmbH - Josef Kerner Energiewirtschafts GmbH - Technical University of Munich tegen Topsoe A/S), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/upc-procestaal-gewijzigd-van-duits-naar-engels-op-verzoek-van-hygear-op-grond-van-fairness

UPC CoFI Düsseldorf Local Division 20 maart 2026, IEF 23412; UPC_CFI_1849/2025 (HyGear B.V., SYPOX GmbH - Josef Kerner Energiewirtschafts GmbH - Technical University of Munich tegen Topsoe A/S). De zaak draait om een lopende bewijsbeslag-/inspectieprocedure bij de Local Division Düsseldorf in een octrooigeschil over EP 3 802 413 (“Hydrogen production by steam methane reforming”), waarin Topsoe A/S als verzoekende partij (applicant in the main proceedings) op grond van Rules 192, 199 e.v. RoP bewijsmaatregelen tegen o.a. SYPOX GmbH, HyGear B.V., Josef Kerner Energiewirtschafts GmbH en de TU München had verkregen. Na de order van 10 december 2025 tot bewijsbewaring vroeg SyPOX om herziening en schorsing. HyGear, een Nederlandse medegedaagde, kreeg op 12 januari 2026 vertegenwoordiging en verzocht vervolgens (15 januari 2026) naast deelname aan de hoorzitting ook om wijziging van de procestaal van Duits naar de octrooitaal Engels op grond van artikel 49 lid 5 UPCA en Rule 323 RoP. Topsoe en SyPOX maakten binnen de gestelde termijn geen bezwaar tegen een overgang naar Engels. Alleen de TU München verzette zich en wees op het uitgangspunt dat de eiser de officiële taal van de gastlidstaat (hier: Duits) mag kiezen en dat HyGear de enige niet‑Duitse gedaagde is. De President van de Court of First Instance, die volgens Rule 323 RoP over zulke taalverzoeken beslist na consultatie van partijen en de lokale kamer, moest dus beoordelen of het “fairness”‑criterium van artikel 49 lid 5 UPCA noopte tot wijziging van de taal van de procedure.

IEF 23409

Artikel geschreven door Christiaan Alberdingk Thijm, Bureau Brandeis.

Het big tobacco moment: uitspraak tegen Meta en Google

Het big tobacco moment.

Zo wordt de uitspraak in Los Angeles van gistermiddag tegen Meta en Google omschreven.

Zij moeten miljoenen schadevergoeding betalen aan Lamey, een nu 20-jarige vrouw, die kampt met psychische klachten vanwege haar socialemediaverslaving.

Ook de tabaksindustrie ontkende lange tijd dat roken schadelijk was. Net als de tabaksindustrie hebben socialemediabedrijven hun platforms en apps zo ontworpen om gebruikers aan het infuus te houden.

Uit interne documenten blijkt dat Meta op de hoogte was van de gevaren. In interne communicatie zeggen Meta-medewerkers: "We zijn in wezen dealers... we veroorzaken Reward Deficit Disorder." In een YouTube-document stond: "Het doel is niet kijkers, het is verslaving van kijkers."

De uitspraak staat niet op zichzelf. Een dag eerder besliste een jury in New Mexico dat Meta 375 miljoen dollar moet betalen.

De eisers wijzen op verslavende werking van algoritmische aanbevelingen, oneindig scrollen, automatisch afspelen van video's en voortdurende dopamineshots in de vorm van likes.

Kaley bewees tegenover de jury dat zij schade heeft geleden en dat deze toerekenbaar is aan de socialemediabedrijven. Vanaf 6-jarige leeftijd begon ze YouTube te gebruiken, op 9-jarige leeftijd ging ze op Instagram. Gemiddeld bracht ze 16 uur per dag door op de app. Hierdoor kreeg ze onder meer suïcidale gevoelens en body dysmorphia.

IEF 23390

Laatste plekken voor het seminar: Consumentenrecht in de Digitale Sector | 2 april 2026

De Europese Commissie werkt aan de Digital Fairness Act (DFA), een nieuwe wet die consumenten beter moet beschermen in de digitale wereld. De nieuwe wet wordt naar verwachting in 2026 door de Comissie gepresenteerd. Tegenwoordig bestellen we (bijna) alles via internet. Iedereen die dat wel eens heeft gedaan, kent de kortingsacties die gegeven worden. Van een countdown-timer tot een rad van fortuin: platforms zetten alles in om consumenten te laten klikken en kopen. De digitale wereld is voor consumenten hierdoor niet altijd overzichtelijk. Ook voor juristen is niet alles helder, vooral op de grijze gebieden. Via deceptive interface design ontstaat er een oneerlijke handelspraktijk. Wat betekent dit voor consumenten, retailers, e-tailers, platforms en influencers als dit wordt vastgesteld? 

Meer weten over de DFA en oneerlijke handelspraktijken? Kom naar ons seminar Consumentenrecht in de digitale sector op donderdag 2 april 2026. We bespreken deze onderwerpen, en meer, samen met Jeroen Schouten en Michelle Seel (Pinsent Masons) op het kantoor van Pinsent Masons in Amsterdam. Er zijn nog enkele plekken beschikbaar.

Bent u erbij? Aanmelden kan alleen deze week nog. 

IEF 23411

Overzicht UPC-uitspraken

20 maart t/m 25 maart 2026

25 maart 2026

UPC_CFI_2107/2025
Gerecht
: Düsseldorf Local Division
Type procedure: Infringement Action
Partijen: F. Hoffmann-La Roche AG e.a. tegen A. Menarini Diagnostics S.r.l. e.a.
Waar gaat het over: een octrooi-inbreukprocedure in de medische/diagnostische sector.

UPC_CoA_528/2024 en UPC_CoA_529/2024
Gerecht
: Court of Appeal, Luxembourg
Type procedure: Withdrawal (RoP 265)
Partijen: Sanofi-Aventis Deutschland GmbH, Sanofi-Aventis Groupe S.A., Sanofi Winthrop Industrie S.A. en Regeneron Pharmaceuticals Inc. tegen Amgen, Inc.
Waar gaat het over: ingetrokken appelprocedures in een farmaceutisch octrooigeschil.

24 maart 2026

UPC-COA-0000935/2025
Gerecht
: Court of Appeal, Luxembourg
Type procedure: Application RoP 223
Partijen: Applicant *** tegen Amycel, LLC
Waar gaat het over: een verzoekprocedure in hoger beroep; de aanvrager is geanonimiseerd.

IEF 23403

Uitspraak ingezonden door Nils Winthagen, Winthagen Legal.

Merkinbreuk via doorlinkende domeinnaam hirschmann.nl

Rechtbank Den Haag 25 mrt 2026, IEF 23403; C/09/693566 / HA ZA 25-937 (Belden c.s. tegen IP Groep c.s.), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/merkinbreuk-via-doorlinkende-domeinnaam-hirschmann-nl

Rb Den Haag 25 maart 2026, IEF 23403; C/09/693566 / HA ZA 25-937 (Belden c.s. tegen IP Groep c.s.). Na het faillissement van licentienemer Hirschmann Multimedia B.V. (HMM) in juni 2024 nemen IP Groep c.s. de activiteiten van het onderdeel Hirschmann Media Services over, inclusief de handelsnaam en diverse domeinnamen met “hirschmann”. Belden c.s., houders van diverse Unie‑ en Beneluxmerken HIRSCHMANN, sommeren IP Groep c.s. om elk gebruik van de HIRSCHMANN‑merken in handelsnaam en domeinnamen te staken en de domeinen over te dragen; IP Groep c.s. wijzigen de handelsnaam, tekenen op 5 augustus 2024 een onthoudingsverklaring en beloven onder meer elke merkinbreuk te staken op straffe van een boete van 1.000 euro per overtreding per dag, tot een maximum van 50.000 euro, en de domeinnamen met “hirschmann” uiterlijk per 1 januari 2025 over te dragen. Vervolgens blijft de domeinnaam hirschmann.nl echter niet op een neutrale “reserveringspagina” staan, maar linkt vanaf 13 september 2024 door naar de (onder constructie zijnde) website smartmedia.nl, waarop een link staat naar managedcloudtv.com waar de Managed Cloud TV‑diensten van IP Groep worden aangeboden. Belden c.s. stellen dat dit merkinbreuk én schending van de onthoudingsverklaring oplevert en dagvaarden IP Groep c.s. tot een verklaring voor recht van merkinbreuk en onrechtmatigheid, betaling van de contractuele boete van 50.000 euro, schadevergoeding (nader op te maken bij staat), een verbod op verdere inbreuk in EU/Benelux met dwangsom, overdracht van nog diverse “hirschmann”-domeinnamen en volledige proceskosten ex 1019h Rv. IP Groep c.s. voeren aan dat de doorlink slechts uit coulance diende om klanten te informeren, dat op smartmedia.nl geen diensten werden aangeboden en geen HIRSCHMANN‑merken werden gebruikt, dat Belden c.s. geen gelijksoortige Managed Cloud TV‑diensten aanbieden, dat de onthoudingsverklaring pas op 30 januari 2025 door Belden c.s. is aanvaard en dat zij de overige domeinnamen nooit van de curator hebben verkregen.

IEF 23406

Article written by Mark Marfé and Sarah Taylor, Pinsent Masons.

UPC looks to CJEU to determine limits to jurisdictional reach

The first referral by the Unifed Patent Court (UPC) to the Court of Justice of the European Union (CJEU) will bring vital clarity for businesses over the UPC’s ability to issue relief for patent infringement in EU non-UPC countries, and the liability of EU-based authorised representatives, according to experts.

The CJEU’s consideration of the limits of the UPC’s long-arm jurisdiction will clarify the patent court’s reach for businesses in a variety of sectors - including manufacturers of pharmaceuticals and medical and electrical devices whose sales in Europe rely on the presence of an authorised representative to comply with local safety requirements.

The UPC’s Court of Appeal (10-page / 1.13MB PDF) has referred a number of questions to the CJEU relating to a long-running case between electronics maker Dyson and Hong Kong-based manufacturer Dreame International concerning hair stylers.

It has sought clarity over whether it can issue relief against companies based outside the EU for patent infringement in non-UPC EU countries, and whether an authorised representative of the manufacturer acts as an ‘anchor defendant’ to bring such companies into the UPC’s jurisdiction.

The referral came after the UPC’s Hamburg Local Division granted Dyson a preliminary injunction against various Dreame entities and Dreame’s authorised representative in the EU, Eurep, which marked the first time the UPC’s long-arm jurisdiction had extended to Spain, which is an EU member state but not a UPC country.

It was also the first time the UPC had granted a preliminary injunction - as opposed to a permanent injunction -  based on its long-arm jurisdiction and following the CJEU’s landmark ruling in BSH Hausgeräte v Electrolux. The decision also made headlines as the UPC extended its long-arm relief in respect of Spain against a company domiciled outside of the EU based on the fact that its authorised representative acts as an anchor defendant within the meaning of Article 8(1) Recast Brussels Regulation (Regulation 1215/2012).

This rule allows multiple defendants to be sued in one court if the claims against them are so closely connected that separate proceedings may lead to irreconcilable judgments.

The UPC Court of Appeal affirmed the original preliminary injunction and extended its scope over newer Dyson products within the UPC’s territory. However, it stayed the appeal concerning jurisdiction over the third country domiciled defendant Dreame International for its acts of infringement in non-UPC EU member state Spain, and also against Eurep and the role of EU-based authorised representatives in enabling the UPC to establish jurisdiction over third country domiciled defendants, to seek clarity over the interpretation of EU law.

As a result, the Court of Appeal has asked the CJEU to address a number of issues which concern the meaning of the relevant provisions of the Recast Brussels Regulation and the IP Enforcement Directive (Directive 2004/48).

The Court of Appeal has asked the CJEU to determine whether an authorised representative domiciled in an EU member state can act as an anchor defendant within the meaning of Article 8(1) of the Recast Brussels Regulation and provide the UPC with jurisdiction over the allegedly infringing activities of a non-EU based manufacturer in an EU member state that does not participate in the UPC.

The Court of Appeal has also asked the CJEU to determine whether the UPC has jurisdiction to issue a preliminary injunction that covers a non-UPC EU member state as well as UPC countries when the products are being sold in all of those countries via websites which are identical, save for language differences.

IEF 23402

Uitspraak ingezonden door Michiel Odink en Meredith Hom, Leeway.

Geen verbod op gebruik artiestennaam DJ Rossi in kort geding

Rechtbank Amsterdam 24 mrt 2026, IEF 23402; C/131782090 / KG ZA 26-46 EAM/EvK (Van Driest en Traveltex tegen McCormack en Meanwhile), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/geen-verbod-op-gebruik-artiestennaam-dj-rossi-in-kort-geding

Rb Amsterdam 24 maart 2026, IEF 23402; C/131782090 / KG ZA 26-46 EAM/EvK (Van Driest en Traveltex tegen McCormack en Meanwhile). In dit kort geding staan twee dj’s tegenover elkaar die allebei onder de naam (DJ) Rossi werken: Van Driest, een Nederlandse technodj die sinds 1990 optreedt als (DJ) Rossi, en McCormack, een Britse techhouse-dj die internationaal, ook in Nederland (sinds 2018), optreedt onder de naam Rossi of Rossi. (met punt). Van Driest heeft via zijn holding Traveltex in 2022 opnieuw het Benelux-woordmerk DJ ROSSI laten registreren (na een eerdere registratie in 2003 die in 2013 is verlopen), terwijl Meanwhile sinds 2020 het Nederlandse boekingskantoor van McCormack is. Nadat Van Driest in 2024 klaagt over verwarring en sommatiebrieven stuurt, ontstaat een bredere merkenstrijd: McCormack vraagt in 2025 het EU-woordmerk ROSSI. aan, Traveltex stelt oppositie daartegen in, en McCormack start bij het Benelux-Bureau een doorhalingsprocedure tegen het merk DJ ROSSI wegens depot te kwader trouw; die doorhalingsprocedure loopt nog en de EU-oppositie is intussen geschorst. In dit kort geding vorderen Van Driest en Traveltex dat McCormack en Meanwhile ieder gebruik in de Benelux van de aanduidingen ROSSI en ROSSI. (en overeenstemmende tekens) voor dj‑activiteiten en promotie onmiddellijk staken wegens merkinbreuk (DJ ROSSI), handelsnaaminbreuk en onrechtmatig profiteren van de opgebouwde naam, alles op straffe van een dwangsom, plus een termijn voor het starten van een bodemprocedure en vergoeding van (IE-)proceskosten. McCormack verweert zich onder meer met de stelling dat het merk DJ ROSSI te kwader trouw is gedeponeerd, dat hij in de Benelux oudere handelsnaamrechten heeft op ROSSI. en dat er geen (relevante) verwarringsgevaarlijke overeenstemming is, terwijl Meanwhile aanvoert dat zij de naam Rossi. niet als eigen handelsnaam gebruikt en zich verder bij het verweer van McCormack aansluit.

IEF 23400

Article written by Tobias Cohen Jehoram, De Brauw Blackstone Westbroek.

ECJ decision in the Călinescu case

The Hof van Justitie van de Europese Unie again emphasises (after Mio & Konektra) that the concept of a 'work' in copyright law is fully harmonised throughout the EU and that everywhere only two requirements apply (identifiable subject matter and an expression of free and creative choices). No higher threshold may be applied by any EU court.
On top, "it seems" to the ECJ that in this case, the required and sufficient free and creative choices have indeed been made, because of the authors efforts to "restore, by making corrections and additions, the text of the original work in a complete, comprehensible form that was as close as possible to the intention of its author" and by making "corrections, word replacements and additions which may be necessary to understand the manuscript of Dimitrie Cantemir’s work, and to the various language versions or variants of words or expressions which have been discarded". By doing so the "author seeks to restore a partially lost literary work in the form which he or she considers to be as close as possible to that drawn up by the author of the original work". That 'seems' to suffice, the ECJ says.

IEF 23399

Hof Den Haag: zorgvuldigheid vereist bij online beschuldigingen op sociale media

Hof Den Haag 17 mrt 2026, IEF 23399; ECLI:NL:GHDHA:2026:368 ([appellante] tegen [geïntimeerde]), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/hof-den-haag-zorgvuldigheid-vereist-bij-online-beschuldigingen-op-sociale-media

Hof Den Haag 17 maart 2026, IEF 23399; IT 5155; ECLI:NL:GHDHA:2026:368 ([appellante] tegen [geïntimeerde]). Na een kortstondige relatie plaatste [appellante] TikTok-video’s waarin zij de indruk wekte dat [geïntimeerde] zich schuldig maakte aan (seksuele) contacten met minderjarigen. [geïntimeerde] reageerde daarop in zijn YouTube-programma met beledigende en seksueel getinte uitlatingen, waaronder suggesties dat [appellante] in de porno-industrie werkzaam zou zijn. Het gerechtshof Den Haag oordeelt dat beide partijen onrechtmatig hebben gehandeld door uitlatingen over elkaar te doen via sociale media.