Rechtspraak  

IEF 23531

Rb. Den Haag: conservatoir beslag op namaaklampen blijft in stand

Rechtbank Den Haag 20 apr 2026, IEF 23531; ECLI:NL:RBDHA:2026:9742 (([eiser] tegen Graypants)), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/rb-den-haag-conservatoir-beslag-op-namaaklampen-blijft-in-stand

Rb. Den Haag 20 april 2026, IEF 23531; ECLI:NL:RBDHA:2026:9742 ([eiser] tegen Graypants). De voorzieningenrechter wijst de vordering tot opheffing van conservatoir derdenbeslag af in een geschil tussen een dropshipping-webshop ([eiser]) en Graypants. Graypants is houdster van een Uniemodel en auteursrechten op het ontwerp van de Wick-tafellamp. In december 2025 constateerde zij dat via de webshop van [eiser] lampen werden aangeboden die met dit model overeenstemden, waarbij ook gebruik werd gemaakt van campagnefoto’s van Graypants. Na verkregen verlof liet Graypants op 20 en 21 januari 2026 conservatoir derdenbeslag leggen onder meer op Rabobank, BAWAG en Revolut. Het eerste bedrag van € 70.400,87 werd op 12 februari 2026 beperkt tot € 61.425. Na verlenging van de termijn stelde Graypants op 17 februari 2026 een bodemprocedure in wegens inbreuk op haar model- en auteursrechten. [eiser] vordert in kort geding opheffing van het beslag op grond van art. 705 lid 2 Rv. Hij stelt dat de vordering van Graypants ondeugdelijk is, omdat hij de betreffende lampen niet heeft verkocht en de webshop al op 30 september 2025 zou hebben overgedragen aan een derde. Graypants betwist deze overdracht gemotiveerd en voert aan dat deze, mede gelet op het late moment van overlegging van stukken, ongeloofwaardig voorkomt. De voorzieningenrechter maakt duidelijk dat een beslag alleen wordt opgeheven als al snel blijkt dat de vordering niet klopt of dat het beslag niet nodig is. Daarbij rust de stelplicht en bewijslast in beginsel op degene die opheffing vordert en vindt ook een belangenafweging plaats.

IEF 23524

Gerecht EU: promotiebrochure kan bewijs leveren van openbaarmaking ouder model

Gerecht EU (voorheen GvEA) 29 apr 2026, IEF 23524; ECLI:EU:T:2026:301 (Doors Bulgaria EOOD tegen EUIPO, Top Ten EOOD), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/gerecht-eu-promotiebrochure-kan-bewijs-leveren-van-openbaarmaking-ouder-model

Gerecht EU 29 april 2026, IEF 23524; IEFbe 4214; ECLI:EU:T:2026:301 (Doors Bulgaria EOOD tegen EUIPO, Top Ten EOOD). In zaak T-579/25 bevestigt het Gerecht de beslissing van de Derde Kamer van Beroep van het EUIPO in een nietigheidsprocedure over een ingeschreven Uniemodel voor deuren van Doors Bulgaria. Het betwiste model was aangevraagd in 2013 en ingeschreven voor waren in klasse 25.02 van de Locarno-classificatie. Top Ten had in 2023 om nietigverklaring verzocht op grond van artikel 25 lid 1 onder b van Verordening (EG) nr. 6/2002, gelezen in samenhang met de vereisten van nieuwheid en eigen karakter uit de artikelen 4, 5 en 6 van die verordening. Ter onderbouwing beriep Top Ten zich onder meer op een promotiebrochure uit 2010 waarin een vergelijkbaar deurontwerp was afgebeeld. De nietigheidsafdeling verklaarde het model nietig wegens gebrek aan eigen karakter. De Kamer van Beroep bevestigde die beslissing en oordeelde dat de brochure voldoende bewijs vormde dat het oudere model vóór de relevante datum aan het publiek beschikbaar was gesteld in de zin van artikel 7 lid 1 van de verordening. Ten overvloede oordeelde zij dat de betrokken modellen bij de geïnformeerde gebruiker dezelfde algemene indruk wekten.

IEF 23510

Gerecht EU: Wayback Machine-screenshot kan bewijs leveren van openbaarmaking ouder model

Gerecht EU (voorheen GvEA) 29 apr 2026, IEF 23510; ECLI:EU:T:2026:302 (Doors Bulgaria EOOD tegen EUIPO en Top Ten EOOD), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/gerecht-eu-wayback-machine-screenshot-kan-bewijs-leveren-van-openbaarmaking-ouder-model

Gerecht EU 29 april 2026, IEF 23510; IEFbe 4206; ECLI:EU:T:2026:302 (Doors Bulgaria EOOD tegen EUIPO en Top Ten EOOD). In zaak T-580/25 bevestigt het Gerecht de beslissing van de Derde kamer van beroep van het EUIPO in een nietigheidsprocedure over een ingeschreven Uniemodel voor deuren. Het betwiste model was aangevraagd op 16 december 2013 en ingeschreven voor waren in klasse 25.02 van de Locarno-classificatie. Top Ten EOOD had in 2023 om nietigverklaring verzocht op grond van artikel 25 lid 1 onder b Verordening 6/2002, gelezen in samenhang met de vereisten van nieuwheid en eigen karakter uit de artikelen 4, 5 en 6 van die verordening, in de versie vóór Verordening 2024/2822. Ter onderbouwing beriep Top Ten zich onder meer op een afbeelding van een oudere deur op een website, vastgelegd via de Wayback Machine op 23 augustus 2013, dus vóór de aanvraagdatum van het betwiste model. De Nietigheidsafdeling verklaarde het model nietig wegens gebrek aan eigen karakter. De Kamer van Beroep bevestigde die beslissing en oordeelde dat de Wayback Machine-screenshot en de volledige uitdraai van de website voldoende bewijs vormden dat het oudere model vóór de relevante datum aan het publiek beschikbaar was gesteld in de zin van artikel 7 lid 1 Verordening 6/2002. Ten overvloede bevestigde de Kamer van Beroep ook dat de betrokken modellen bij de geïnformeerde gebruiker dezelfde algemene indruk wekten, zodat het betwiste model geen eigen karakter had.

IEF 23421

Geen IE-bescherming voor verwarmde handschoenen; model vernietigd en eerder gelegd beslag deels opgeheven

Rechtbank Den Haag 11 feb 2026, IEF 23421; ECLI:NL:RBDHA:2026:6647 (Comfort Products tegen Heat Performance), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/geen-ie-bescherming-voor-verwarmde-handschoenen-model-vernietigd-en-eerder-gelegd-beslag-deels-opgeheven

Rb. Den Haag 11 februari 2026, IEF 23421; ECLI:NL:RBDHA:2026:6647 (Comfort Products tegen Heat Performance). De rechtbank wijst alle vorderingen van Comfort Products af in haar geschil met Heat Performance over verwarmde handschoenen. Comfort Products beriep zich op een ingeschreven Gemeenschapsmodel voor haar Dual Heated Gloves Pro (DHG Pro), op auteursrecht, op haar Uniewoordmerk BERTSCHAT en subsidiair op slaafse nabootsing. Het model houdt echter geen stand. De rechtbank oordeelt dat Comfort Products de eerdere Single Heated Gloves Pro al op 24 oktober 2020 zonder voorbehoud op haar website aan het algemene publiek had aangeboden, dus vóór het begin van de twaalfmaands respijttermijn die terugrekent vanaf de depotdatum van 4 februari 2022. Die eerdere openbaarmaking is daarom nieuwheidsschadelijk. Dat oordeel wordt niet anders doordat de DHG Pro technisch is doorontwikkeld, omdat technische verschillen die niet zichtbaar zijn geen rol spelen bij de modelrechtelijke beoordeling. Uiterlijk verschilt de DHG Pro volgens de rechtbank alleen op een ondergeschikt punt van de oudere handschoen, namelijk de vormgeving van de aan/uitknop; daardoor wekken beide handschoenen bij de geïnformeerde gebruiker dezelfde algemene indruk. Het model wordt daarom in reconventie nietig verklaard. Ook het beroep op auteursrecht faalt: de DHG Pro is geen werk in de zin van art. 10 Aw, omdat de door Comfort Products aangewezen kenmerken, zoals stiksel, klittenbandsluiting, label, manchetlengte en knop, volgens de rechtbank banaal, triviaal of functioneel bepaald zijn, terwijl de interne verwarming volledig technisch bepaald en bovendien niet zichtbaar is. Het beroep op merkinbreuk strandt eveneens, omdat Comfort Products onvoldoende heeft onderbouwd dat Heat Performance het merk BERTSCHAT zelf als zoekterm in Google-advertenties gebruikte; Heat Performance had dat gemotiveerd betwist met een verklaring over keyword insertion en de invloed van zoekgeschiedenis. Ook de subsidiaire grondslag van slaafse nabootsing slaagt niet, omdat Comfort Products onvoldoende heeft gesteld en onderbouwd dat de DHG Pro een eigen gezicht op de relevante markt heeft.

IEF 23396

Gerecht bevestigt afwijzing nietigheidsverzoek tegen Uniemodel voor verlichtingsarmatuur

Gerecht EU (voorheen GvEA) 10 dec 2025, IEF 23396; ECLI:EU:T:2025:1099 (LTV Leuchten & Lampen Vertriebs GmbH tegen EUIPO en XAL GmbH), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/gerecht-bevestigt-afwijzing-nietigheidsverzoek-tegen-uniemodel-voor-verlichtingsarmatuur

Gerecht EU 10 december 2025, IEF 23396; IEFbe 4154; ECLI:EU:T:2025:1099 (LTV Leuchten & Lampen Vertriebs GmbH tegen EUIPO en XAL GmbH). In zaak T-82/25 stond een beroep centraal tegen een beslissing van de Derde Kamer van Beroep van het EUIPO inzake een verzoek tot nietigverklaring van een ingeschreven Uniemodel voor een verlichtingsarmatuur. LTV had de nietigheid ingeroepen op grond van artikel 25, lid 1, onder b, van Verordening nr. 6/2002, gelezen in samenhang met de artikelen 5 en 6, en stelde dat het model niet nieuw was en geen eigen karakter had in het licht van een aantal oudere modellen. De nietigheidsafdeling wees het verzoek af omdat LTV de openbaarmaking van die oudere modellen onvoldoende had aangetoond in de zin van artikel 7, lid 1, van Verordening nr. 6/2002. Ook wees zij de verzoeken af tot onderzoeksmaatregelen, waaronder het horen van getuigen, een deskundigenonderzoek en een mondelinge behandeling. In beroep bij het EUIPO diende LTV daarnaast nieuwe stukken in: bijlage AL werd meegenomen omdat die betrekking had op een al eerder ingeroepen ouder model, maar bijlagen AB tot en met AK bleven buiten beschouwing omdat zij oudere modellen bevatten die niet al in het oorspronkelijke nietigheidsverzoek waren aangevoerd.

IEF 23388

Rechtbank Den Haag: HP krijgt grotendeels gelijk in modelzaak over remanufactured cartridges

Rechtbank Den Haag 11 mrt 2026, IEF 23388; ECLI:NL:RBDHA:2026:5091 (HP tegen Digital Revolution), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/rechtbank-den-haag-hp-krijgt-grotendeels-gelijk-in-modelzaak-over-remanufactured-cartridges

Rb. Den Haag 11 maart 2026, IEF 23388; ECLI:NL:RBDHA:2026:5091 (HP tegen Digital Revolution). In deze bodemprocedure stonden Hewlett-Packard Development Company, L.P. en Digital Revolution B.V. tegenover elkaar over ingeschreven Uniemodellen voor printercartridges. HP stelde in conventie dat Digital Revolution met de verhandeling van remanufactured cartridges via haar webshop inbreuk maakte op die modellen en vorderde onder meer een EU-breed verbod, opgave en rekening en verantwoording, afgifte van voorraad, recall, schadevergoeding en nevenvoorzieningen. Digital Revolution vorderde in reconventie nietigverklaring van de modellen. De rechtbank oordeelt eerst dat cartridges, ook als zij zouden gelden als onderdelen van een samengesteld voortbrengsel, bij normaal gebruik zichtbaar blijven, omdat de eindgebruiker de cartridges zelf plaatst en vervangt. Het beroep op de techniekexceptie van artikel 8 lid 1 UModVo slaagt slechts gedeeltelijk: diverse kenmerken zijn uitsluitend technisch bepaald, maar de afgeronde hoek aan de voor-/bovenzijde niet. Dat kenmerk kan daarom bijdragen aan nieuwheid en eigen karakter. Op die basis acht de rechtbank Model 340 en de betrokken 422-modellen geldig, omdat Digital Revolution daarvoor geen relevant vormgevingserfgoed had aangevoerd. De 298-modellen worden daarentegen nietig verklaard op grond van artikel 86 lid 1 onder a jo. artikel 25 lid 1 onder b UModVo, omdat zij ten opzichte van de 422-modellen geen andere algemene indruk wekken en daarom niet nieuw zijn en geen eigen karakter hebben. Die nietigverklaring wordt niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

IEF 23349

Rechtbank Den Haag wijst IE-vorderingen tegen fatbikeverkoper grotendeels toe wegens inbreuk op merken-, model- en auteursrechten

Rechtbank Den Haag 4 mrt 2026, IEF 23349; ECLI:NL:RBDHA:2026:4366 (La Souris c.s. tegen Gedaagden), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/rechtbank-den-haag-wijst-ie-vorderingen-tegen-fatbikeverkoper-grotendeels-toe-wegens-inbreuk-op-merken-model-en-auteursrechten

Rb. Den Haag 4 maart 2026, IEF 23349; ECLI:NL:RBDHA:2026:4366 (La Souris c.s. tegen Gedaagden). In dit vonnis staat een handhavingsgeschil op het gebied van het intellectuele-eigendomsrecht centraal tussen La Souris c.s. en Fatbike Discounter c.s. La Souris verkoopt onder meer fatbikes via een webshop en fysieke winkels in Nederland en België en is houdster van verschillende merkregistraties voor fietsen, waaronder de Uniemerken DON SOURIS, eFather, CROSSBOSS en DonTail, en het Beneluxmerk CAPO. De Chinese fabrikant Qingmai is houdster van het geregistreerde Uniemodel voor de V20-fatbike. La Souris is wederverkoper van Qingmai, licentiehouder van de model- en auteursrechten op de V20-fatbike en bevoegd om die rechten te handhaven. Gedaagden boden via hun website onder het teken UNDERBOSS drie fatbikes aan: de UNDERBOSS H9 PRO + GPS, de UNDERBOSS Z8 Pro + GPS en de UNDERBOSS V20 PRO + GPS. Op de H9-fatbike en de V20 Underboss Fatbike was het teken UNDERBOSS ook op de afneembare accu aangebracht. Nadat La Souris gedaagden bij brief van 15 juli 2025 had gesommeerd de verhandeling te staken, bleef een reactie uit. Gedaagden zijn wel in de procedure verschenen, maar hebben na onttrekking van hun advocaat geen verweer meer gevoerd. De rechtbank behandelt de zaak daarom als een vonnis op tegenspraak met verstektoets en acht de vorderingen, behoudens enkele onderdelen, niet onrechtmatig of ongegrond. Zij verklaart zich internationaal en relatief bevoegd voor de Uniemerk- en Uniemodelvorderingen met werking voor de gehele Europese Unie, en voor de auteursrechtelijke en Benelux-merkvorderingen voor Nederland op grond van verknochtheid.

IEF 23307

Uitspraak ingezonden door Daan Breuking en Annelotte Boot, Holla.

Secrid vs Pularys: slechts twee van de vijf betwiste Pularys‑wallets leveren modelinbreuk op, geen auteursrechtinbreuk of slaafse nabootsing

Hof Den Haag 20 feb 2026, IEF 23307; 200.345.513/01 (Tomasz Chwilowicz, (voorheen) h.o.d.n. Jaguar Tomasz Chwilowicz, Jaguar en Pularys tegen Secrid B.V.), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/secrid-vs-pularys-slechts-twee-van-de-vijf-betwiste-pularys-wallets-leveren-modelinbreuk-op-geen-auteursrechtinbreuk-of-slaafse-nabootsing

Hof Den Haag 20 februari 2026, IEF 23307; 200.345.513/01 (Tomasz Chwilowicz, (voorheen) h.o.d.n. Jaguar Tomasz Chwilowicz, Jaguar en Pularys tegen Secrid B.V.). In deze zaak staat Secrid, producent van de Miniwallet en Slimwallet met ingeschreven Benelux-modellen, tegenover de Poolse ondernemer Chwilowicz, die onder de naam Pularys verschillende kaarthouder-portemonnees (Viking, Nordic, Vegan, Yoga en later Hugo) online aanbiedt. Secrid vorderde in kort geding primair een Benelux-breed verbod wegens inbreuk op haar twee geregistreerde kaarthoudermodellen en subsidiair een Nederlands verbod wegens auteursrechtinbreuk en slaafse nabootsing, plus opgave- en nevenvorderingen, alles versterkt met dwangsommen en een volledige proceskostenveroordeling op grond van artikel 1019h Rv. De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag oordeelde dat alle vijf Pularys-modellen inbreuk maakten op de modelrechten van Secrid en wees de vorderingen toe, met veroordeling van Chwilowicz in de proceskosten (IEF 22147). In hoger beroep komt Chwilowicz op met veertien grieven: tegen de feitenvaststelling, tegen de modelrechtelijke beoordeling, tegen de subsidiaire auteursrechtelijke en slaafse‑nabootsingsgronden, tegen de proceskosten en tegen de ruime formulering van het verbod. Het hof vernietigt het vonnis grotendeels. Waar de voorzieningenrechter nog vijf producten als inbreukmakend aanmerkte, oordeelt het hof dat slechts twee portemonnees, Viking en Vegan, inbreuk opleveren. Ten aanzien van de Nordic, Hugo en Yoga worden de vorderingen afgewezen. Het hof benadrukt daarbij dat bij de beoordeling van de algemene indruk niet alleen de buitenzijde, maar ook de binnenzijde moet worden betrokken, nu het modeldepot beide zijden omvat en de binnenzijde bij normaal gebruik zichtbaar is. Juist omdat de cardprotector en diverse kenmerken daarvan technisch bepaald zijn en reeds tot het vormgevingserfgoed behoren, is de ontwerpvrijheid binnen deze productcategorie beperkt en kan de buitenzijde op zichzelf, gelet op dat erfgoed, waarschijnlijk geen sterk onderscheidend karakter dragen. Het hof aanvaardt bovendien expliciet dat bij de afbakening van de beschermingsomvang, anders dan bij de geldigheidsbeoordeling, rekening mag worden gehouden met bekende elementen uit het vormgevingserfgoed (het zogenoemde ‘mozaïeken’).

IEF 23296

Geen IE-bescherming voor ‘brandblusser’-waterfles

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 7 jan 2026, IEF 23296; ECLI:NL:RBZWB:2026:521 (BHV-Specialist tegen 101BHV), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/geen-ie-bescherming-voor-brandblusser-waterfles

Rb. Zeeland-West-Brabant 7 januari 2026, IEF 23296; ECLI:NL:RBZWB:2026:521 (BHV-Specialist tegen 101BHV). In dit kort geding stond de vraag centraal of BHV-Specialist model- en auteursrechtelijke bescherming toekwam voor haar rood uitgevoerde RVS-waterfles met brandblusser-look en of 101BHV daarop inbreuk maakte, dan wel zich schuldig maakte aan slaafse nabootsing. De voorzieningenrechter oordeelt dat het ingeschreven Beneluxmodel geen nieuwheid en geen eigen karakter heeft in de zin van art. 3.1 BVIE. De cilindervormige dubbelwandige RVS-fles, de rode kleur en de brandblusser-uitstraling behoren tot het vormgevingserfgoed. Ook de grafische en tekstuele opdruk (vlam-icoon, stappenplan en woordspelingen als “Thirst Aid”) mist voldoende onderscheidend vermogen; het betreft een uitwerking van een onbeschermde stijl, waarbij eenvoudige teksten en gangbare pictogrammen geen andere algemene indruk wekken bij de geïnformeerde gebruiker dan reeds bestaande vormgeving.

IEF 23244

Geen inbreuk op Uniemodel Longchamp-tas: technisch bepaalde kenmerken en voldoende eigen karakter

Belgische gerechten 13 jan 2026, IEF 23244; (Cassegrain tegen Vadigran NV), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/geen-inbreuk-op-uniemodel-longchamp-tas-technisch-bepaalde-kenmerken-en-voldoende-eigen-karakter

Hof van beroep Brussel 13 januari 2026, IEF 23244; IEFbe 4094; 2018/AR/957 (Cassegrain tegen Vadigran NV). Het Hof van beroep Brussel oordeelt dat Vadirgan NV met haar hondenpoepzakhouders geen inbreuk maakt op het Uniemodel van Jean Cassegrain SAS (Longchamp) voor de bekende Le Pliage-tas. Het hof bevestigt zijn internationale bevoegdheid op grond van de Uniemodelverordening en verklaart zowel het principaal als het incidenteel hoger beroep ontvankelijk. Bij de beoordeling van de vermeende inbreuk stelt het hof voorop dat op grond van art. 8 lid 1 UMV geen bescherming toekomt aan kenmerken die uitsluitend door hun technische functie worden bepaald. De door Cassegrain aangevoerde overeenkomsten – waaronder de flap met drukknop, de globale vorm en de wijze van afsluiting – zijn volgens het hof functioneel noodzakelijk voor het betrokken product en daardoor uitgesloten van modelrechtelijke bescherming. Voor zover sprake is van niet-technische elementen, oordeelt het hof dat deze bij de geïnformeerde gebruiker geen overeenstemmende algemene indruk wekken, mede gelet op verschillen in formaat, verhoudingen, context van gebruik en marktpositionering. Van modelinbreuk is daarom geen sprake.