Gepubliceerd op maandag 23 februari 2026
IEF 23296
Rechtbank Zeeland-West-Brabant ||
7 jan 2026
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 7 jan 2026, IEF 23296; ECLI:NL:RBZWB:2026:521 (BHV-Specialist tegen 101BHV), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/geen-ie-bescherming-voor-brandblusser-waterfles

Geen IE-bescherming voor ‘brandblusser’-waterfles

Rb. Zeeland-West-Brabant 7 januari 2026, IEF 23296; ECLI:NL:RBZWB:2026:521 (BHV-Specialist tegen 101BHV). In dit kort geding stond de vraag centraal of BHV-Specialist model- en auteursrechtelijke bescherming toekwam voor haar rood uitgevoerde RVS-waterfles met brandblusser-look en of 101BHV daarop inbreuk maakte, dan wel zich schuldig maakte aan slaafse nabootsing. De voorzieningenrechter oordeelt dat het ingeschreven Beneluxmodel geen nieuwheid en geen eigen karakter heeft in de zin van art. 3.1 BVIE. De cilindervormige dubbelwandige RVS-fles, de rode kleur en de brandblusser-uitstraling behoren tot het vormgevingserfgoed. Ook de grafische en tekstuele opdruk (vlam-icoon, stappenplan en woordspelingen als “Thirst Aid”) mist voldoende onderscheidend vermogen; het betreft een uitwerking van een onbeschermde stijl, waarbij eenvoudige teksten en gangbare pictogrammen geen andere algemene indruk wekken bij de geïnformeerde gebruiker dan reeds bestaande vormgeving.

Ten aanzien van het auteursrecht (art. 1 en 10 Aw) overweegt de rechtbank dat voor bescherming vereist is dat sprake is van een eigen intellectuele schepping die de persoonlijkheid van de maker tot uitdrukking brengt. De basisvorm en kleur zijn grotendeels functioneel of gangbaar en dus niet auteursrechtelijk beschermd. Voor zover de grafische en tekstuele elementen al als beschermd werk zouden kwalificeren, is geen sprake van inbreuk, omdat de fles van 101BHV wezenlijk andere teksten, taal (Nederlands in plaats van Engels), vormgeving en iconen bevat; herkenbare overname van beschermde trekken ontbreekt. Ook het beroep op slaafse nabootsing faalt, nu het concept van een waterfles met brandblusser-look vrij is en de concrete uitwerkingen voldoende verschillen vertonen, zodat geen nodeloze nabootsing of verwarringsgevaar bestaat. Alle vorderingen worden afgewezen en BHV-Specialist wordt veroordeeld in de proceskosten conform art. 1019h Rv (IE-deel) en het liquidatietarief (OD-deel).

De verdere beoordeling, modelrecht

3.4.

Voor modelrechtelijke bescherming is bepalend of het model voldoet aan de vereisten van nieuwheid en eigen karakter als bedoeld in art. 3.1 BVIE. Een model is niet nieuw indien vóór de datum van het depot een identiek model aan het publiek beschikbaar is gesteld of wanneer het eigen karakter mist. Daarvan is sprake als het bij de geïnformeerde

gebruiker geen andere algemene indruk wekt dan het relevante vormgevingserfgoed.

3.4.1.

De rechtbank stelt vast dat de door BHV-Specialist ingeschreven bidon een standaardvormgeving heeft die op zichzelf geen modellenrechtelijke bescherming geniet. Het gaat immers om een generieke cilindervormige, dubbelwandige RVS-drinkfles met dop en rietje, zoals die al jarenlang in grote variëteit op de markt verkrijgbaar is (zoals ook blijkt uit productie 8 zijdens 101BHV). Die basisvorm behoort tot het bestaande vormgevingserfgoed waarmee het model moet worden vergeleken. De brandweerrode kleur is evenmin nieuw: deze behoort ook tot het vormgevingserfgoed. Om die reden kunnen vorm en kleur dus geen nieuwheid of eigen karakter opleveren.

Wat overblijft is enkel de grafische en tekstuele opdruk die mogelijk modellenrechtelijke bescherming geniet.

3.4.2.

Ten aanzien van die opdruk geldt het volgende. 101BHV heeft gemotiveerd aangevoerd dat de grafische en tekstuele opdruk, te weten: een vlam met een stappenplan en een woordspeling (het “blussen van dorst”) in het vormgevingserfgoed los van elkaar veelvuldig voorkomen. 101BHV verwijst ter onderbouwing van deze stelling naar haar producties 3 tot en met 5. BHV-Specialist heeft dat op haar beurt onvoldoende (gemotiveerd) bestreden, zodat de rechtbankbank uitgaat van de juistheid van voornoemde stelling van 101BHV. Hierdoor resteert de vraag of de elementen in de grafische opdruk (de vlam, het stappenplan en de woordspeling) tezamen door het modellenrecht beschermd kunnen worden.

3.4.3.

De rechtbank beantwoord deze vraag ontkennend. De rechtbank constateert dat het gaat om een tekst in een gangbaar lettertype en dat de grafische opdruk aansluit bij het idee van een brandblusser. Zowel onder het modelrecht als onder het auteursrecht geldt dat een uitwerking van een stijl (in dit geval: de stijl van een brandblusser) geen bescherming toe kan komen.1 Deze stijl van een rode fles, met een witte opdruk met de “look” van een

brandblusser kan niet worde gemonopoliseerd. Slechts de concrete uitwerking van zo’n stijl, dat wil in dit geval zeggen: de concrete tekst tezamen met het concrete icoon, kan eventueel bescherming toekomen.

3.4.4.

De rechtbank is van oordeel dat dit ontwerp van BHV-Specialist een eigen karakter ontbeert en dat modelrechtelijke bescherming om die reden ontbreekt. De opdruk van BHV-Specialist bestaat uit een combinatie van eenvoudige instructieteksten (het stappenplan) en een aantal woordspelingen (zoals “Thirst Aid”, “In case of thirstiness”), geplaatst in eenvoudige tekstvakken, voorzien van een generiek vlam-icoon.

Een model kan slechts een eigen karakter hebben indien de algemene indruk die het bij

de geïnformeerde gebruiker wekt, afwijkt van de algemene indruk van het relevante

vormgevingserfgoed, rekening houdend met de aard van het voortbrengsel, de betrokken

bedrijfstak en de ontwerpvrijheid. Eenvoudige woordbeelden en alledaagse pictogrammen

in gangbare lettertypes halen die drempel niet. Dat betekent dat de opdruk van BHV-Specialist op zichzelf (los van de standaardvorm en rode kleur van de fles) ook onvoldoende onderscheidend is om modellenrechtelijke bescherming te verkrijgen.

Auteursrecht

3.5.

BHV-Specialist beroept zich verder op auteursrechtelijke bescherming van de

vormgeving en opdruk van haar waterfles, met verwijzing naar art. 1 en 10 Auteurswet.

Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) geldt voor werken van toegepaste kunst dezelfde auteursrechtelijke maatstaf als voor andere werken.2 Volgens het HvJEU is een “werk” een object dat de persoonlijkheid van

de auteur weerspiegelt door uitdrukking te geven aan diens vrije en creatieve beslissingen.

Voor de inbreuktoets moet worden beoordeeld of creatieve elementen van het beschermde werk herkenbaar zijn verwerkt in het vermeend inbreukmakende object. Daarbij is de totaalindruk die de twee voorwerpen oproepen, niet relevant. Het moet gaan om de herkenbare overname van beschermde trekken van het werk, niet om een globale totaalindruk.

3.5.1.

Gezien het vorenstaande dient vastgesteld te worden vastgesteld welke elementen van de fles van BHV-Specialist eventueel als auteursrechtelijk beschermde trekken kunnen worden aangemerkt en vervolgens of die elementen herkenbaar zijn terug te vinden in de fles van 101BHV.

Ook hier geldt dat de vorm van de fles van BHV-Specialist een standaard dubbelwandige RVS-drinkfles betreft met brandblusser-look. De cilindervorm, de aanwezigheid van een dop met drinktuit/rietje, de karabijnhaak en de rode kleur zijn grotendeels technisch of functioneel bepaald en sluiten aan bij wat in de markt reeds gangbaar was voor gadget-drinkflessen en BHV-relatiegeschenken.

3.5.2.

Wat resteert, zijn wederom de grafische en tekstuele elementen op de fles. Of deze elementen het resultaat van vrije en creatieve beslissingen zijn die de persoonlijkheid van de maker in het product doen uitkomen, kan in het midden blijven. Voor zover hiervan sprake is geldt dat juist in de grafische en tekstuele elementen op de flessen aanzienlijk verschillen bestaan, die nader worden uitgewerkt in rechtsoverweging 3.6.2 en 3.6.3. Deze verschillen zijn dusdanig omvangrijk dat indien aan de fles van BHV-Specialist al auteursrechtelijke bescherming toekomt, de fles van 101BHV hierop geen inbreuk maakt.

Slaafse nabootsing

3.6.

BHV-Specialist beroept zich subsidiair op onrechtmatige daad in de vorm van slaafse nabootsing.

Voor slaafse nabootsing is vereist dat (i) het uiterlijk van het product van BHV-Specialist een eigen plaats op de markt heeft, (ii) 101BHV dat uiterlijk nodeloos dicht benadert en (iii) daardoor bij het relevante publiek verwarringsgevaar ontstaat.

3.6.1.

Ten aanzien van de vorm en kleur van de fles van BHV-Specialist, geldt hetgeen hiervoor reeds daaromtrent is overwogen. Gelet op het reeds bestaande vormgevingserfgoed heeft de fles van BHV-Specialist in zoverre geen zodanig sterk onderscheidend vermogen dat gesproken kan worden van een eigen, unieke plaats op de markt. Zoals eerder al is overwogen, is het algemene concept van een waterfles met “brandblusser-look” vrij en onbeschermd. 101BHV maakt zich dan ook niet schuldig aan slaafse nabootsing door eveneens een waterfles op de markt te brengen die een brandblusser-look heeft.

3.6.2.

Wat betreft de grafische en tekstuele elementen op beide flessen geldt het volgende. De fles van BHV-Specialist toont een vlam-icoon met rookwolken, bevat de Engelstalige slogans “THIRST AID / FOR DRY MOUTHS ONLY / IN CASE OF THIRSTINESS” en bevat een Engelstalig stappenplan.

De fles van 101BHV toont een ander vormgegeven vlam-icoon zonder rookwolken, bevat de Nederlandstalige tekst “EERSTE HULP BIJ DORST 600m1 WATER”, “JE DORST IS

GEBLUST”, “ALLEEN VOOR DORSTIGE NOODGEVALLEN”, en bevat een Nederlandstalig stappenplan. Enkel de fles van 101BHV heeft een kader om de tekst.

3.6.3.

Gezien het vorenstaande, concludeert de rechtbank dat juist op het gebied van de concrete tekst en iconen, beide flessen in het oog springende verschillen vertonen (zoals een andere vlamvorm, een andere taal en inhoud van de tekst, andere woordspelingen en het (niet) gebruiken van een kader). Om die reden kan niet geoordeeld worden dat 101BHV onderdelen 1 op 1 heeft overgenomen van BHV-Specialist waardoor 101BHV bij het ontwerp van haar fles onvoldoende afstand heeft genomen van de fles van BHV-Specialist.

Van slaafse nabootsing is reeds om die reden geen sprake.