Tussenkop 'Noodklok klinkt bij Zaankanaries' scherp aangezet, maar zorgvuldig
RvdJ 31 oktober 2014, IEF 14488 (Zaankanaries tegen Noordhollands Dagblad)
Mediarecht. Ingezonden brieven. Het Noordhollands Dagblad/Dagblad Zaanstreek heeft in het artikel “Verdubbeling nodig” op journalistiek zorgvuldige wijze bericht over roeivereniging Zaankanaries (klaagster). De door een lid van de vereniging verstrekte informatie is op een juiste wijze verwerkt en Strouwen was niet verplicht het artikel voor inzage aan de geïnterviewde toe te sturen. Verder is met de plaatsing van de ingezonden brief van klaagster de klacht op een correcte manier afgehandeld.
De Raad stelt vast dat de heer Kempenaar ten behoeve van klaagster de publiciteit heeft gezocht. Klaagster heeft niet betwist dat Kempenaar de in het artikel verwerkte informatie heeft verstrekt en heeft gezegd wat in het artikel aan hem is toegeschreven. Dit geldt wellicht niet voor de term ‘noodklok’, maar het is journalistiek gebruikelijk dat een (deel van een) artikel in een kop scherp wordt aangezet.
Het stond Strouwen bovendien vrij om te bepalen op welke wijze hij de informatie van Kempenaar in een artikel zou verwerken. Niet aannemelijk is geworden dat Strouwen daarbij een zodanig vertekend en onnodig negatief beeld van klaagster heeft geschetst of een onzorgvuldige weergave van de feiten heeft gegeven, dat daarmee geen sprake meer is van waarheidsgetrouwe berichtgeving.
Verder is een journalist niet verplicht om vooraf een artikel ter inzage toe te sturen, tenzij hij dit met de betrokkene is overeengekomen. Niet is gebleken dat Strouwen met Kempenaar hierover een afspraak heeft gemaakt en die niet is nagekomen.
Ten slotte meent de Raad dat de klacht van klaagster op een correcte wijze is afgehandeld. De ingezonden brief van klaagster is kort na het artikel geplaatst. Niet is gebleken dat met klaagster is afgesproken dat de brief onverkort zou worden gepubliceerd. Strouwen heeft de brief op een zorgvuldige wijze ingekort door dit te doen in overleg met zijn collega’s en daarbij de inhoudelijke essentie en toonzetting van de brief intact te laten. Voor de lezer is de boodschap van klaagster duidelijk: zij meent dat het artikel een sombere teneur heeft en is het daarmee niet eens.
Een en ander leidt tot de slotsom dat Strouwen en het Noordhollands Dagblad/Dagblad Zaanstreek journalistiek zorgvuldig hebben gehandeld.
Mediarecht. Ingezonden brieven. Opinie. Zorgvuldig. H. Wansink en de Volkskrant hebben met de publicatie van het opiniestuk “’Politisering van Sint en Piet is het laatste waarop kinderen zitten te wachten’” niet journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Wansink mocht daarin zijn mening verkondigen ‘dat de Sinterklaastraditie iets met slavernij te maken zou hebben, weliswaar wordt betoogd door activisten tot en met de Verenigde Naties, maar zonder kennis van zaken.’ Het is voorstelbaar dat Stichting Nederland Wordt Beter (klaagster) zich hierdoor gegriefd voelt, maar van niet-waarheidsgetrouwe of partijdige berichtgeving is geen sprake.
Uitspraak ingezonden door Matthijs Kaaks,
Mediarecht. Lichtvaardige beschuldiging. Hoor & wederhoor. Geschil betreft ontzegging van toegang van appellant tot de universiteit. Appellant had ongefundeerde en onjuiste beschuldigingen verstuurd over docent aan rector, de Raad van Toezicht, Minister en 22 studenten. Vervolgens heeft hij geweigerd daarover met rector in gesprek te gaan. Hof bevestigt vonnis.
Uitspraak ingezonden door Laura Broers en Bas Le Poole,
Uitspraak ingezonden Mira Herens, 
Mediarecht. Vrijheid van meningsuiting. Strafrecht. Vaststaat dat het opzet van verdachte op bedreiging gericht is geweest, nu hij bij de politie heeft verklaard dat hij Wilders heeft willen waarschuwen. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. De vrijheid van meningsuiting vormt geen schuilplaats voor degene die een ander met de dood bedreigt, ook niet als dit op een meer of minder artistieke wijze gebeurt.