Handelsnamen Garbo for women en Garbo Amsterdam voor lesbische feesten verwarringwekkend
Vzr. Rechtbank Amsterdam 7 april 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:1764 (Pink Pearls Amsterdam tegen Garboforwomen)Handelsnamenrecht. Inbreuk. Partijen organiseren feesten, evenementen en festivals die zich richten op lesbische vrouwen. Eiser heeft in 2010 het Benelux beeldmerk GARBO AMSTERDAM gedeponeerd en is een eenmanszaak gestart onder de naam Garbo Amsterdam, daartoe worden garboamsterdam.com en garboamsterdam.nl gebruikt. Gedaagde handelt sinds 2008 onder de handelsnaam garboamsterdam.info geregistreerd en exploiteert garboforwomen.nl. In reconventie oordeelt de rechtbank dat gedaagde voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat, indien op internet op de term “Garbo Amsterdam” wordt gezocht, de ondernemingen door elkaar vermeld staan. Gedaagde heeft er belang bij dat het verwarringsgevaar zo snel mogelijk wordt beëindigd. Vorderingen in reconventie worden toegewezen.
6.5. Maar ook indien die activiteiten wel zouden kunnen worden geschaard onder de klasse waarvoor het beeldmerk is geregistreerd, geldt het volgende. Hoewel de naam van de door [B] gegeven feesten strikt genomen Garbo for Women is, heeft [A] niet betwist dat in de lesbische scene de “Garbo feesten in Amsterdam” al jarenlang een begrip zijn. Tegen deze achtergrond bezien wekken het merk en de handelsnaam van [A], te weten Garbo Amsterdam, dan ook verwarring tussen beide ondernemingen. [A] heeft het merk Garbo Amsterdam pas op 28 maart 2010 geregistreerd. Haar onderneming onder deze naam is zij pas op 15 augustus 2010 gestart en heeft zij, na een onderbreking van enige jaren, in 2013 voortgezet. Haar merk en handelsnaam zijn dan ook van recenter datum dan de – in ruime zin opgevatte – handelsnaam van [B]. [A] kan op grond van artikel 2.23 lid 2 BVIE dan ook niet optreden tegen het gebruik door [B] van de domeinnamen garboamsterdam.eu en garboamsterdam.info. Andersom kan [B] wel op grond van artikel 6:162 BW en artikel 5 van de Handelsnaamwet een verbod vragen op het gebruik door [A] van het merk en de handelsnaam Garbo Amsterdam en de domeinnamen garboamsterdam.com en garboamsterdam.nl.
6.6. De slotsom van het voorgaande is dat de vordering in conventie zal worden afgewezen en dat de vordering in reconventie zal worden toegewezen. [B] heeft daarbij een voldoende spoedeisend belang. Aan de hand van haar productie 14 heeft [B] voldoende aannemelijk gemaakt dat, indien op internet op de term “Garbo Amsterdam” wordt gezocht, bij de resultaten de ondernemingen van partijen door elkaar heen staan vermeld. [B] heeft er belang bij dat het verwarringsgevaar zo snel mogelijk wordt beëindigd. [A] zal dan ook worden veroordeeld het gebruik van de namen Garbo Amsterdam, garboamsterdam.nl en garboamsterdam.com te staken en gestaakt te houden en om deze domeinnamen over te dragen aan [B]. Gelet op de stelling dat [A] geen recht heeft op die domeinnamen, kan de vordering om de domeinnamen aan [B] over te dragen niet anders worden begrepen dan dat de overdracht om niet geschiedt. Tot slot zal [A] ook worden veroordeeld de handelsnaam Garbo Amsterdam te doen verwijderen uit haar registratie in het Handelsregister. Een termijn van telkens twee werkdagen komt daarbij redelijk voor. De gevorderde dwangsommen zullen worden gematigd en gemaximeerd als na te melden.
Op andere blogs:
DomJur
Uitspraak ingezonden door Ilse Werts, Wim Maas en Frederick Leentfaar,
Uitspraak ingezonden door Boris von der Assen,
Handelsnaamrecht. Vader van Helldorfer heeft ongeveer 85 jaar geleden een juwelierswinkel geopend. Twee zoons hebben het overgenomen en zijn deels verhuisd. Na verkoop van een van de locaties, staat in een artikel "Helldorfer terug in stad" aangekondigd, met verwijzing naar de locatie waar vader Helldorfer is begonnen. Uit de akte volgt dat de koper "Helldorfer Presikhaaf" mocht voeren, maar de bedrijfsovername van de tweede vestiging gaf geen soortgelijk recht voor "Helldorfer Binnenstad". Een beroep op non-usus van de naam in de binnenstad van Arnhem baat niet. Staking wordt bevolen.
Handelsnamen. Geen verwarring. Eiseres vordert gedaagde te verbieden een handelsnaam te voeren die naast het element “Van der Valk” het element “Eindhoven” bevat. De rechtbank oordeelt dat gedaagde met de beoogde handelsnaam “Van der Valk-hotel Eindhoven-Best” voldoende afstand neemt en dat met name gezien de toevoeging van de plaatsnaam ‘Best'. Gevaar voor verwarring is niet te duchten. De aard van de ondernemingen en de geringe afstand maakt het oordeel niet anders. De rechtbank wijst alle vorderingen af.
Als randvermelding. Proceskostenveroordeling. Handelsnaam. Verwarring. Hoewel eiser niet ontvankelijk is in zijn vordering wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten. Gedaagde voert een handelsnaam die niet in overeenstemming is met de inschrijving in het register van de Kamer van Koophandel. Gedaagde heeft nooit gereageerd op brieven van eiser, terwijl gedaagde eiser eenvoudig had kunnen wijzen op de juiste B.V. Tot slot is gedaagde onderdeel van een conglomeraat van B.V.'s en handelsnamen dat bijdraagt aan de verwarring.
Uitspraak ingezonden door Rutger van Rompaey en Iris Jansen,
Uitspraak ingezonden door Lars Bakers en Annelot Sitsen,