Uitzending Brandpunt Reporter van maatschappelijk belang
Vzr. Rechtbank Amsterdam 20 september 2015, IEF 15362; ECLI:NL:RBAMS:2015:6674 (eisers tegen KRO-NCRV)
Mediarecht. Eisers (Volkert van der G en advocaat) wilen uitzending van een aflevering van het televisieprogramma Brandpunt Reporter voorkomen. In de voorgenomen uitzending wordt gebruik gemaakt van beeld- en geluidsopnamen die eiser 2 heimelijk van eiser 1 heeft gemaakt. Ook worden in de voorgenomen uitzending conclusies getrokken ten aanzien van de vraag of eiser 1 een of meer van de voorwaarden heeft overtreden die aan zijn invrijheidstelling zijn gesteld. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de belangen van de programmamakers bij uitzending van het programma zwaarder wegen dan de belangen van eisers bij eerbiediging van hun privacy. De in de reportage aan te kaarten onderwerpen vormen kwesties van maatschappelijk belang. Media mag zich opiniërend uitlaten wanneer het beschikbare feitenmateriaal daar voldoende basis voor biedt.
4.7. Het belang van KRO-NCRV is dat zij zich in het openbaar kritisch, informerend, opiniërend en waarschuwend moet kunnen uitlaten over misstanden die de samenleving raken. Het belang van [eiser 1] en [eiser 2] is erin gelegen dat zij niet lichtvaardig worden blootgesteld aan voor hen ongewenste publiciteit omtrent hun privé-gegevens en privé-situatie. Welk van deze belangen, die in beginsel gelijkwaardig zijn, de doorslag behoort te geven, hangt af van de omstandigheden van het geval.
4.9. Blijkens de verklaringen van KRO-NCRV ter zitting wordt in de reportage van Brandpunt Reporter de vraag aan de orde gesteld of [eiser 1] zich houdt aan de voorwaarden die zijn gesteld aan zijn voorwaardelijke invrijheidstelling. Met name gaat het om de vraag of hij het mediaverbod heeft overtreden door medio 2014 foto’s van zichzelf toe te spelen aan De Telegraaf. Ook komt in de reportage aan de orde dat [eiser 1] in de visie van de programmamakers zijn resocialisatie tegenwerkt, terwijl resocialisatie een van de doelen is van de regeling van de voorwaardelijke invrijheidsstelling. Resocialisatie kan immers bijdragen aan het voorkomen van recidive; het hoofddoel van voornoemde regeling. Deze in de reportage aan te kaarten onderwerpen vormen naar het oordeel van de voorzieningenrechter kwesties van maatschappelijk belang.
4.11. Concreet hebben [eiser 1] en [eiser 2] bezwaar gemaakt tegen de conclusie in de uitzending dat [eiser 1] één of meer bijzondere voorwaarden heeft overtreden. Zij wijzen er daarbij op dat het Openbaar Ministerie toezicht houdt op de naleving van de voorwaarden en [eiser 1] stelt dat het Openbaar Ministerie de conclusie van niet-naleving niet heeft getrokken. Daarom is het volgens [eiser 1] en [eiser 2] niet toelaatbaar dat de programmamakers dat wel doen. Met deze stellingname miskennen [eiser 1] en [eiser 2] echter dat de media zich opiniërend mogen uitlaten wanneer, zoals hier het geval lijkt, het beschikbare feitenmateriaal daar voldoende basis voor biedt.
4.13. Al het voorgaande afwegende, prevaleert het belang van KRO-NCRV bij uitzending van de heimelijk gemaakte opnamen boven dat van [eiser 1] en [eiser 2] bij eerbiediging van hun privacy. De vorderingen zijn dan ook niet toewijsbaar.
Op andere blogs:
mediareport
Mediarecht. Onrechtmatige publicatie. Rectificatie. Op de website van Quote heeft een bericht gestaan waarin gemeld wordt dat de BN'er een cocaïneverslaving zou hebben gehad en daarvoor in behandeling is geweest in een afkickkliniek. Er ontbreekt onderbouwing met feitenmateriaal. Quote moet een rectificatie op haar website en in de eerstvolgende papieren en digitale editie van haar tijdschrift plaatsen: op haar openingspagina www.quotenet.nl op de plaats direct voorafgaand aan de reclameuiting van Blendle.
Onrechtmatige publicatie. Mediarecht. Privacy. In een
Mediarecht. Onrechtmatige publicatie, toch rechtmatig. In kort geding werd onvoldoende steun gevonden in feiten voor het
Vrijheid van meningsuiting. De zaak betrof een artikel van de aanvragers over de gevangen leden van het KADEK. Zij hebben kritiek op de omstandigheden in de gevangenis van Abdullah Öcalan, de leider van een terroristische organisatie. Dit wilde zij publiceren in een dagblad. Het Hof constateerde dat de tekst als geheel niet oproept tot geweld, gewapend verzet of opstand. Het riep ook niet op tot haatzaaiing, dat de meest zwaarwegende factor is. Derhalve, schending van art. 10 EVRM: vrijheid van meningsuiting.
Vrijheid van meningsuiting. Het gaat om een lokale leider van een politieke partij die werd veroordeeld voor illegale foto's en publicaties die werden gevonden in het kantoor van zijn partij. Meneer Duman vindt dit inmenging in zijn recht op vrijheid van meningsuiting. Het Hof merkte op dat, hoewel de heer Duman heeft ontkend enige kennis van het materiaal te hebben, dit toch een inmenging in zijn rechten is op grond van art. 10 EVRM. Het Hof constateert dat de redenen voor de veroordeling niet relevant genoeg zijn. In het bijzonder kan het gedrag van meneer Duman niet worden uitgelegd als steun aan onrechtmatig handelen. Er is geen aanwijzing dat het materiaal pleit voor geweld, gewapend bezit of een opstand. Oftewel, schending van art. 10 EVRM: vrijheid van meningsuiting.
Recht op vrijheid meningsuiting. Zaak tegen de heer Kharlamov, professor aan de Universiteit Orel State Technical University. Hij stelde zich op het standpunt dat het bestuursorgaan van de universiteit niet legitiem kon worden beschouwd als gevolg van tekortkomingen in de verkiezingsprocedure. Het Hof constateerde dat de nationale rechter geen rekening heeft gehouden met de specifieke kenmerken van academische relaties, zoals in het bijzonder de bescherming van autoriteit van universiteit of de reputatie. Dit kan niet worden gelijk gesteld met die van een individu. De nationale rechter heeft geen billijk evenwicht gevonden tussen de noodzaak tot staking en de bescherming van de universiteit tegenover de vrijheid van meningsuiting over de academische organisatie. Oftewel, schending van art. 10 EVRM: vrijheid van meningsuiting.
Mediarecht. Onrechtmatige publicatie. Eiser is werkzaam geweest bij een reisbranche waarvan de reisorganisatie in 2007 failliet is verklaard. Eiser richtte daarna reisorganisatie Hellas Travel BV op. T&S is een uitgeverij die een publicatie op website Travelpro.nl plaatste. Eiser vindt dat T&S door openbaarmaking van de publicatie onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld. De voorzieningenrechter oordeelt als volgt: Er is een voldoende mate van zekerheid dat de vordering tot rectificatie niet wordt toegewezen in de bodemprocedure. De vraag of een publicatie onrechtmatig is ligt in het spanningsveld tussen het recht op uitingsvrijheid enerzijds en het recht op bescherming van eer en goede naam, de persoonlijke levenssfeer en het recht om gevrijwaard te worden van discriminatie anderzijds. Van belang is dat de publicatie een voorwoord/column is, waarbij het de lezer voldoende duidelijk is dat het slechts de mening van de schrijver weergeeft. De publicatie bevat geen feitelijke onjuistheden. Er is geen sprake van onrechtmatig handelen.
Sociale media. Vrijheid van meningsuiting. Zwanendriften is het recht om zwanen te houden, waarbij de zwanendrifter eigenaar is van de zwanen en de zwanenkoppels, die zijn gekenmerkt door een tatoeage op de snavel en een ring om de poot, en de daaruit voortkomende jonge zwanen. De zwanen mogen worden geleewiekt door een dierenarts, waarbij een middenhandsbeentje, met de slagpennen, van de vleugel wordt geamputeerd. Partijen verschillen van inzicht over het beroep van zwanendrifter. Er loopt inmiddels een strafrechtelijk onderzoek. Gedaagde plaatst op internet uitlatingen over het zwanendriften, waarvan eisers vinden dat hun goede naam wordt geschaad. De uitingen op sociale media zijn niet onjuist, onnodig grievend of onrechtmatig zijn, gezien het lopend strafrechtelijk onderzoek en de besluitvorming omtrent een algeheel verbod. De eer of goede naam van eisers is niet aangetast, omdat het veeleer gericht is op de werkgever. Ook de vergelijking met de leeuwenjacht, is niet ontoelaatbaar omdat de twee praktijken in de ogen van gedaagde als dierenleed moeten worden aangemerkt.