Domeinnaamrecht  

IEF 5992

Minder dan optimaal oplettend

ziekenhuis rotterdam.BMPRechtbank Rotterdam, 8 april 2008, LJN: BC9129, Havenziekenhuis en Instituut voor Tropische Ziekten B.V. c.s. tegen de Stichting Medisch Centrum Rijnmond-Zuid (MCRZ).

Handelsnaamrecht / merkenrecht. Uitvoerig vonnis over het gebruik van de handelsnaam 'Ziekenhuis Rotterdam'. (Voorgenomen) gebruik van deze naam is niet misleidend in de zin van art. 5b Hnw, maar kan wel leiden tot verwarring met andere ziekenhuizen bij het niet-professionele publiek . Meegewogen wordt dat verwarring tussen ziekenhuizen verstrekkender gevolgen met zich mee kan brengen dan verwarring tussen andersoortige ondernemingen.

MCRZ kondigt medio 2007 aan haar naam te zullen wijzigen in 'Ziekenhuis Rotterdam' en registreert de domeinnaam ziekenhuisrotterdam.nl en het woord/beeldmerk met dezelfde woorden. Twee andere ziekenhuizen uit Rotterdam, het Havenziekenhuis en het Oogziekenhuis, maken hiertegen bezwaar. Al worden eisers niet op alle punten in het gelijk gesteld, resultaat is dat het MCRZ de handelsnaam 'Ziekenhuis Rotterdam' niet mag voeren.

Op de eerste plaats oordeelt de voorzieningenrechter dat het voeren van de naam 'Ziekenhuis Rotterdam' kan leiden tot verwarring met de handelsnamen Havenziekenhuis Rotterdam en Oogziekenhuis Rotterdam bij niet-professionele dienstverleners, voornamelijk bestaande uit patiënten en hun bezoekers, zoals familieleden:

4.4.4 (...) Bij hen ligt, nu alle drie de ziekenhuizen de namen “Ziekenhuis” en “Rotterdam” in hun handelsnaam (zullen) gebruiken, bepaald voor de hand dat zij zullen menen dat deze ziekenhuizen op enigerlei wijze met elkaar gelieerd zijn of zelfs gelijk zijn als aan Ziekenhuis Rotterdam geen enkel ander woord is toegevoegd. Dat de woorden “Haven” en “Oog” kenmerkende bestanddelen vormen van de handelsnamen van respectievelijk het Havenziekenhuis Rotterdam en het Oogziekenhuis Rotterdam, doet hier niet aan af; dergelijke woorden laten zich immers heel wel verklaren door het bestaan van diverse specialisaties binnen een ziekenhuis. Hierbij is meegewogen dat een aanzienlijk deel van dit publiek eenmalig of voor de eerste maal van de diensten van voornoemde ziekenhuizen gebruik maakt. Bovendien is tussen partijen in confesso dat bezoekers/ patiënten van ziekenhuizen vaak gespannen zullen zijn, terwijl voorts een deel vanwege herkomst of leeftijd, minder dan optimaal oplettend zal zijn. Dit effect hangt samen met de normale samenstelling en gesteldheid van ziekenhuispubliek en moet dus, voor het verwarringsgevaar, worden meegewogen.

Het feit dat het gaat om handelsnamen in de zorgsector is een factor van belang:

4.4.4. (...) Hierbij is meegewogen dat verwarring tussen ziekenhuizen verstrekkender gevolgen met zich mee kan brengen dan verwarring tussen andersoortige ondernemingen.

Eisers hadden voorts gesteld dat het voeren van de betreffende handelsnaam misleiding van het publiek in de zin van art. 5b Hnw oplevert. De Voorzieningenrechter is het hier niet mee eens:

4.6 Met de naam “Ziekenhuis Rotterdam” wordt het publiek geen onjuiste voorstelling gegeven over de aard van de onder die naam gedreven onderneming, omdat het inderdaad een ziekenhuis gevestigd te Rotterdam betreft. Dat is op zichzelf niet doorslaggevend. De benaming Ziekenhuis Rotterdam zou onder omstandigheden de indruk kunnen wekken dat zij het enige, althans het overkoepelende ziekenhuis in Rotterdam is. Dat er sprake is van zulke omstandigheden is echter thans onvoldoende aannemelijk. Daarbij is enerzijds gelet op de algemeen bekende omstandigheid dat Rotterdam meer dan één ziekenhuis telt, waaronder de drie eiseressen, die alle een reeds jaren gevestigde reputatie hebben, ten dele ook internationaal. Anderzijds is in aanmerking genomen het door MCRZ geuite, niet betwiste voornemen de naam vooral te gebruiken in combinatie met verwijzingen naar de Zorgboulevard. In die situatie kan thans niet worden gezegd dat misleiding van het publiek als bedoeld in artikel 5b van de Hnw te duchten is.

Tot slot wordt geoordeeld gebruik van het woord/beeldmerk ZIEKENHUIS ROTTERDAM ongeoorloofd is, nu in het merk de naam een zeer prominent onderdeel vormt:

4.8 Ter terechtzitting is door MCRZ verklaard dat zij dit beeldmerk als dienstmerk gaat gebruiken. Gelet op de aard van de onderneming - een ziekenhuis - valt redelijkerwijs te verwachten dat het publiek geen onderscheid zal maken tussen het gebruik van de handelsnaam ter aanduiding van de onderneming en het gebruik van het merk - waarvan de handelsnaam het meest in het oog springende deel is - ter aanduiding van de diensten van de onderneming. Dat betekent dat het gebruik van het dienstmerk en dat van de handelsnaam samenvallen of elkaar ten minste overlappen, zodat het verbod op het voeren van de handelsnaam voorshands ook het verbod op het gebruik van het merk meebrengt. Voortgezet gebruik van het dienstmerk na staking van het gebruik van de handelsnaam Ziekenhuis Rotterdam zou immers het verwarringsgevaar waarop in overweging 4.4.4 is gedoeld in stand houden en wellicht nog vergroten.

Lees vonnis hier.

IEF 5965

In de gereedschapsbranche

Vzr. Rechtbank Leeuwarden, 2 april 2008, LJN: BC9160, X, h.o.d.n. ‘Tooldiscounter’ tegen A, o.a. h.o.d.n. ‘Tooldiscount’

Kort geding. Handelsnaamgeschil. Verwarringsgevaar tussen ‘Tooldiscounter’ en ‘Tooldiscount’ wordt aangenomen.

Eiser drijft sinds 2003 een groothandel en een internetwinkel in onder meer gereedschappen onder de handelsnaam “Tooldiscounter” en de domeinnaam www.tooldiscounter.nl.In dezelfde regio is gedaagde in 2007 een soortgelijke onderneming gestart onder de naam “Tooldiscount”. Gedaagde bezit eveneens de domeinnaam www.tooldiscount.nl. Eiser heeft gedaagde gesommeerd het gebruik van de handelsnaam “tooldiscount” te staken en de domeinnaam www.tooldiscount.nl uit de lucht te halen. Gedaagde heeft aan deze sommatie geen gehoor gegeven en eiser is een kort geding gestart om haar vorderingen af te dwingen.

De vorderingen van eiser worden toegewezen. De voorzieningenrechter stelt voorop dat de door gedaagde gebruikte handelsnaam 'Tooldiscount' en de bijbehorende internetsite www.tooldiscount.nl slechts in geringe mate afwijken van de door eiser gebruikte handelsnaam 'Tooldiscounter' en de bijbehorende internetsite www.tooldiscounter.nl. Voldoende aannemelijk geworden is dat er bij het gebruik van deze twee handelsnamen c.q. de daaraan verbonden internetsites verwarringsgevaar bij het publiek te duchten is, aangezien:

(i) beide ondernemingen in de gereedschapsbranche actief zijn, meer in het bijzonder de verkoop van gereedschap via internet;
(ii) zij daarbij grotendeels dezelfde produkten aanbieden;
(iii) beide ondernemingen in dezelfde regio -Fryslân- gevestigd zijn;
(iv) beide ondernemingen middels de internetverkoop een landelijke dekking hebben.

Nu eiser een oudere handelsnaam heeft liggen zijn vorderingen op grond van artikel 5 Handelsnaamwet voor toewijzing gereed. Hier komt nog bij dat gedaagde ter zitting heeft erkend dat het hiervoor omschreven verwarringsgevaar bestaat en dat hij meelift met de bekendheid van de oudere handelsnaam 'Tooldiscounter'. Gedaagde heeft tevens verklaard bereid te zijn om het gebruik van de handelsnaam '(ISR) Tooldiscount' en de daaraan verbonden internetsite www.tooldiscount.nl te staken. Onder deze omstandigheden kan de vordering van X strekkende tot een verbod van het gebruik van de handelsnaam 'Tooldiscount' en het uit de lucht halen van de internetsite www.tooldiscount.nl worden toegewezen.

Het jegens gedaagde gevorderde verbod van het gebruik van de afzonderlijke elementen 'Tool' en 'Discount(er)' zal worden afgewezen, nu eiser ter zitting heeft aangegeven dat hij slechts belang heeft bij een verbod op het in gezamenlijkheid gebruiken van de woorden 'Tool' en 'Discount' als handelsnaam. Bovendien zijn de afzonderlijke woorden 'Tool' en 'Discount' algemeen gangbare beschrijvende begrippen, waaraan op zichzelf naar voorlopig oordeel geen bescherming toekomt.

Eiser vordert geen volledige proceskostenvergoeding zodat gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten volgens het liquidatietarief. 

Lees het vonnis hier.

IEF 5964

Zich met muzikale begeleiding langzaamaan uitkleedt

strnl.gifVzr. Rechtbank Zwolle, 1 oktober 2007, LJN: BC6178, Eiser, h.o.d.n. Striptease Service Nederland tegen Gedaagde , h.o.d.n. Striptease Nederland, voorheen h.o.d.n. Stripteez

Handelsnaamgeschil. Inbreuk? Onrechtmatige daad? Eiser drijft sinds 1993 een onderneming die zich bezighoudt met dienstverlening op het gebied van striptease en aanverwante diensten, onder de naam “Striptease Service Nederland”. Eiser maakt gebruik van de website www.striptease.nl. Gedaagde drijft sinds ongeveer een jaar een onderneming, die soortgelijke diensten aanbiedt als de onderneming van eiser. De onderneming trad aanvankelijk naar buiten onder de naam “Stripteez”. Sinds enige maanden treedt de onderneming naar buiten onder de naam “Striptease Nederland”, onder andere op de website van Stripteez en via een gesponsorde vermelding (advertentie) bij de zoekmachine Google. Gedaagde heeft op 6 februari 2007 de domeinnaam “stripteasenederland.nl” doen registreren.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de naam “Striptease Service Nederland”, naar haar bestanddelen bezien, te weinig onderscheidend vermogen heeft om als handelsnaam in de zin van de Handelsnaamwet aangemerkt te kunnen worden, nu deze is samengesteld uit woorden die in het normale taalgebruik gangbaar zijn en als zuiver beschrijvend dienen te worden aangemerkt:

“4.7 (…) Het woord “Striptease” is een algemeen gangbaar (van oorsprong Engels) woord dat volgens het groot woordenboek der Nederlandse taal Van Dale de volgende betekenis heeft: “voorstelling waarin een dame (of heer) zich met muzikale begeleiding langzaamaan uitkleedt”. Het gebruik van het woord “Striptease” is essentieel voor het beschrijven van de door beide partijen aangeboden, identieke diensten. Het dient ondernemingen die diensten op het gebied van striptease aanbieden vrij te staan zich te bedienen van het woord “striptease”. Zij hebben een groot belang dat woord, dat immers de kern van hun diensten aanduidt, te mogen gebruiken.

Het woord “Service” is een algemeen gangbaar woord dat wijst op het dienstverlenend karakter van de onderneming en is als zodanig ook niet te beschermen in de zin van de Handelsnaamwet.

Het woord “Nederland” tenslotte dient om het gebied aan te geven waarbinnen de bedrijfsactiviteiten van de onderneming zich uitstrekken en is evenmin voor bescherming vatbaar.”

Gedaagde handelt evenmin onrechtmatig jegens eiser:

“4.12.  Eiser heeft als bijkomende omstandigheden aangevoerd dat “Striptease Service Nederland” met haar jarenlange ervaring in de striptease een goede reputatie heeft opgebouwd bij het publiek en dat gedaagde door de recente naamswijziging van “Stripteez” naar “Striptease Nederland” op onrechtmatige wijze klanten van “Striptease Service Nederland” probeert te ontfutselen. Eiser stelt dat gedaagde een andere weg had dienen in te slaan, bijvoorbeeld door de oude naam “Stripteez” te blijven gebruiken of door te kiezen voor een naam die minder gelijkenis vertoont. Door dat niet te doen handelt hij onrechtmatig jegens eiser.

4.13.  Gedaagde heeft betwist dat “Striptease Service Nederland” een exclusieve positie op de stripteasemarkt heeft opgebouwd, laat staan dat daaraan afbreuk kan worden gedaan. Voorts heeft hij ter zitting naar voren gebracht dat hij gekozen heeft voor deze naamswijziging, omdat hij er (commercieel) belang bij heeft dat het woord “Striptease” in zijn handelsnaam voorkomt. Dit om te bewerkstelligen dat zijn onderneming vindbaar is op het Internet voor (potentiële) klanten via de zoekmachine Google, die 95% marktaandeel op Internet heeft. Met de naam “Stripteez” was hij zo goed als onvindbaar op Internet.

4.14.  Voorshands wordt geoordeeld dat niet te verwachten valt dat de bodemrechter tot het oordeel zal komen dat de handelwijze van gedaagde, die niet handelsnaaminbreukmakend is, niettemin onrechtmatig jegens eiser moet worden geacht. Eiser heeft wel gesteld dat hij een exclusieve positie op de stripteasemarkt heeft, waaraan door de handelwijze van gedaagde afbreuk wordt gedaan, maar dit is door gedaagde gemotiveerd betwist en door eiser onvoldoende aannemelijk gemaakt. De stelling van eiser dat gedaagde een andere weg had kunnen inslaan, is op zich juist, maar het motief van gedaagde om te kiezen voor deze naamswijziging -gelet op het door hem geschetste belang om voor het publiek gemakkelijker vindbaar te zijn op Internet- is naar het oordeel van de voorzieningenrechter heel begrijpelijk en plausibel. Daarbij komt dat door eiser op geen enkele wijze aannemelijk is gemaakt dat “Striptease Service Nederland” (reputatie)schade lijdt c.q. dreigt te lijden tengevolge van de handelwijze van gedaagde.”

Lees het vonnis hier.

IEF 5953

Eerst even voor jezelf lezen

Rechtbank Rotterdam, 8 april 2008, LJN: BC9129, Havenziekenhuis en Instituut voor Tropische Ziekten B.V. c.s. tegen de Stichting Medisch Centrum Rijnmond-Zuid

“4.4. (…) Hoewel op dit moment MCRZ de litigieuze naam “Ziekenhuis Rotterdam” vrijwel niet gebruikt, zal de voorzieningenrechter er, met partijen, vanuit gaan dat zij, zodra zij daarvoor klaar is (later dit jaar), deze naam op zodanige wijze zal voeren dat dit is aan te merken als handelsnaam-gebruik.

4.4.4 (…)Bij ingebruikneming van de handelsnaam Ziekenhuis Rotterdam zal dus zowel direct, het ene ziekenhuis wordt ten onrechte voor het andere ziekenhuis gehouden, als indirect, er wordt een niet bestaand verband tussen de ziekenhuizen verondersteld, verwarringsgevaar te duchten zijn bij een relevant deel van het publiek. Dat betekent dat het MCRZ verboden zal worden de handelsnaam Ziekenhuis Rotterdam te voeren. Hierbij is meegewogen dat verwarring tussen ziekenhuizen verstrekkender gevolgen met zich mee kan brengen dan verwarring tussen andersoortige ondernemingen.”

Lees het vonnis hier.  

Vzr. Rechtbank Zwolle, 1 oktober 2007, LJN: BC6178, Eiser, h.o.d.n. Striptease Service Nederland tegen Gedaagde , h.o.d.n. Striptease Nederland, voorheen h.o.d.n. Stripteez

4.7.  (…) De voorzieningenrechter is van oordeel dat de naam “Striptease Service Nederland”, naar haar bestanddelen bezien, te weinig onderscheidend vermogen heeft om als handelsnaam in de zin van de Handelsnaamwet aangemerkt te kunnen worden, nu deze is samengesteld uit woorden die in het normale taalgebruik gangbaar zijn en als zuiver beschrijvend dienen te worden aangemerkt. Het woord “Striptease” is een algemeen gangbaar (van oorsprong Engels) woord dat volgens het groot woordenboek der Nederlandse taal Van Dale de volgende betekenis heeft: “voorstelling waarin een dame (of heer) zich met muzikale begeleiding langzaamaan uitkleedt”.

Het gebruik van het woord “Striptease” is essentieel voor het beschrijven van de door beide partijen aangeboden, identieke diensten. Het dient ondernemingen die diensten op het gebied van striptease aanbieden vrij te staan zich te bedienen van het woord “striptease”. Zij hebben een groot belang dat woord, dat immers de kern van hun diensten aanduidt, te mogen gebruiken. Het woord “Service” is een algemeen gangbaar woord dat wijst op het dienstverlenend karakter van de onderneming en is als zodanig ook niet te beschermen in de zin van de Handelsnaamwet. Het woord “Nederland” tenslotte dient om het gebied aan te geven waarbinnen de bedrijfsactiviteiten van de onderneming zich uitstrekken en is evenmin voor bescherming vatbaar.”

Lees het vonnis hier.

Vzr. Rechtbank Leeuwarden, 2 april 3008, LJN: BC9160, X , h.o.d.n. 'Tooldiscounter' tegen A, o.a. h.o.d.n. 'Tooldiscount' e/o 'ISR Tooldiscount',

“A heeft ter zitting erkend dat het hiervoor omschreven verwarringsgevaar bestaat en dat hij meelift met de bekendheid van de oudere handelsnaam 'Tooldiscounter', en heeft tevens verklaard bereid te zijn om het gebruik van de handelsnaam '(ISR) Tooldiscount' en de daaraan verbonden internetsite www.tooldiscount.nl te staken. Onder deze omstandigheden kan de vordering van X strekkende tot een verbod van het gebruik van de handelsnaam 'Tooldiscount' en het uit de lucht halen van de internetsite www.tooldiscount.nl worden toegewezen. Het jegens [a] gevorderde verbod van het gebruik van de afzonderlijke elementen 'Tool' en 'Discount(er)' zal worden afgewezen, nu X ter zitting heeft aangegeven dat hij slechts belang heeft bij een verbod op het in gezamenlijkheid gebruiken van de woorden 'Tool' en 'Discount' als handelsnaam. Bovendien zijn de afzonderlijke woorden 'Tool' en 'Discount' algemeen gangbare beschrijvende begrippen, waaraan op zichzelf naar voorlopig oordeel geen bescherming toekomt.”

Lees het vonnis hier.

IEF 5946

Van de ene of de andere site.

gemgim.JPGGerechtshof ’s-Gravenhage, 3 april 2008, rolnummer 06/1178, Gemnet B.V. tegen Stichting Stimulat (met dank aan Ernst-Jan Louwers, Louwers IP/Technology Advocaten).

Pré-BVIE merken- en domeinnaamzaak. Het hof vernietigt het vonnis waarvan beroep. Aangeboden diensten zijn  eerder complementair dan concurrerend. Verwarringsgevaar, o.a. omdat beide tekens gebruikt worden voor een website die in de overheidssfeer een netwerk van informatie biedt.

Appellante Gemnet BV (onderdeel van KPN) biedt tal van informatie- en communicatiediensten aan via haar besloten netwerk. Zo geeft zij op haar website www.gemnet.nl en besloten websites uitgebreide informatie ten behoeve van gemeenten. Gemnet is houder van het woord- en beeldmerk Gemnet en hanteert Gemnet als handelsnaam.

Geïntimeerde Stichting Stimular gebruikt o.a. de aanduiding Gimnet en de domeinnaam www.gimnet.nl. Stimular verschaft informatie en ondersteuning aan gemeenten bij de invoering van milieuzorg. De website is een informatieve site voor gemeenten.

Het Hof acht de informatiediensten van beide partijen complementair en vindt dat een bepaalde mate van concurrentie niet uit te sluiten valt. Bovendien overlappen de doelgroepen elkaar gedeeltelijk en is niet weersproken dat Gemnet een bekend merk is bij het relevante publiek. Het enkele feit dat Stimular een ideële doelstelling heeft en geen winstoogmerk heeft, rechtvaardigt niet de conclusie dat zij met de via de site aangeboden diensten geen economisch voordeel behaalt als bedoelt in 13A, lid 1, sub b.

“16. Ten aanzien van het gebruik, respectievelijk het concurrerende, dan wel complementaire karakter van de aangeboden diensten is het hof voorshands van oordeel dat enerzijds de diensten eerder als complementair , dan als concurrerend kunnen worden aangemerkt: waar Gemnet informatie-uitwisseling bevordert op allerlei gebied, beperkt Stimular zich tot het verstrekken van informatie op het gebied van milieubeleid. Anderzijds valt, waar de sites, voor zover het om milieubeleid gaat, een gedeeltelijk overlappende doelgroep hebben en – naar Gemnet heeft gesteld en Stimular niet heeft weersproken – beide informatie op het gebied van milieubeleid bieden, een zekere concurrentie niet uit te sluiten.

17. Het hof komt op grond van het van het bovenstaande, anders dan de Voorzieningenrechter, tot het oordeel dat er enige mate van overeenstemming bestaat tussen de beide categorieën aangeboden diensten. (…)”

(…) 19. Ten aanzien van het relevante publiek, zoals hiervoor in r.o. 15 omschreven, acht het hof voorshands enerzijds aannemelijk dat een deel daarvan weliswaar doelgericht gebruik maakt van de ene of de andere site.  Anderzijds is, naar ’s hofs voorlopig oordeel gelet op de grote mate van auditieve en visuele gelijkenis tussen Gemnet en Gimnet en het feit dat beide tekens gebruikt worden voor een website die in de overheidssfeer een netwerk van informatie biedt, gevaar voor verwarring te duchten.”

Het Hof vernietigt het vonnis van de Voorzieningenrechter en veroordeelt Stimular om ieder gebruik van 'Gimnet' of 'gimnet', in het bijzonder het gebruik van de domeinnaam www.gimnet.nl te staken.

Lees het arrest hier. Vonnis Rechtbank Rotterdam hier.

IEF 5897

Er kan sprake zijn van inbreuk op het merkenrecht

Kamervragen met antwoord, nr. 1679, 2e Kamer. Vragen van de leden Sterk en Atsma (beiden CDA) aan de ministers van Onderwijs Cultuur en Wetenschap, van Economische Zaken en voor Jeugd en Gezin over reclame gericht op kinderen op internet. (Ingezonden 12 februari 2008); antwoord. O.a.

“3. Uit het rapport blijkt dat via tikfout-domeinen, zoals www.pokemom.nl en www.sesamstaat.nl kinderen vaak ongepaste reclame, zoals advertenties voor porno-websites, tegenkomen. Wat vindt u hiervan?

Het is onwenselijk dat kinderen door een tikfout onbewust en ongewild op een internetsite komen die niet voor hen is bedoeld. De partij die de oorspronkelijke domeinnaam bezit, kan hiertegen optreden. Er kan sprake zijn van inbreuk op het merkenrecht. (…) Er is ook jurisprudentie waarbij een partij die een tikfout-domein beheerde, deze moest afstaan aan de merkrechthouder.

(…) Tenslotte wijs ik erop dat het wetsvoorstel oneerlijke handelspraktijken expliciet verbiedt kinderen in een reclame rechtstreeks aan te zetten geadverteerde producten te kopen of hun ouders (of andere volwassenen) tot de aanschaf van die producten te bewegen (artikel 193i, onder e). (…) De Consumentenautoriteit heeft in haar Agenda voor 2008 de handhaving van de aanstaande wet oneerlijke handelspraktijken als prioriteit benoemd."

Lees alle vragen en antwoorden hier.

IEF 5872

Faits divers

Necrologie Hugo Claus. “Dat hergebruik van (eigen) materiaal leverde hem herhaaldelijk het verwijt van plagiaat op. Hij wuifde dat achteloos weg: ‘Ik citeer nogal eens dingen die ik gehoord heb. Vooral van mezelf trouwens. Maar ook wel eens van een ander. Als het maar een muziekje heeft: dat is de enige moraal. Alles is bruikbaar voor een dichter, als een kruidenier ga ik te werk.’”

Lees hier meer (Parool.nl).

Toevloed gezondheidsclaims. “De beoordeling van gezondheidsclaims voor voedingsmiddelen in de EU loopt enorme achterstand op. Beweringen op producten zoals 'goed voor uw botten' kunnen daardoor ook in de toekomst nog onwaar zijn.
Bedrijven moeten de beweringen sinds kort laten toetsen door het EU-agentschap voor veilige voeding EFSA in Parma. Het agentschap heeft een wettelijke termijn van een jaar voor de beoordeling van zogenoemde functieaanspraken ('stimuleert de spijsvertering'). De termijn is slechts vijf maanden voor gezondheidsaanspraken voor kinderen ('helpt Engelse ziekte bij kinderen te voorkomen'). Maar de toevloed blijkt zo groot, dat sommige aanvragen voor slogans waarschijnlijk pas veel later worden getoetst, meldden bronnen in Brussel.”

Lees hier meer (Adformatie.nl).

Emile Ratelband pleegt plagiaat. “De positiviteitsgoeroe zou hele stukken van zijn boek Somatology hebben overgeschreven. (…) ‘Daar verzet ik mij tegen’, reageert mevrouw Carstian ontstelt als ze hoort dat Emile bij haar in de leer zou zijn geweest. ‘Hij is hier maar twee keer geweest en de leer is veel de moeilijk en ingewikkeld om er na zo'n korte periode een boek over te kunnen schrijven.’ Emile reageert verbijsterd: "Ik ben daar tientallen keren geweest en heb duizenden kilometers op en neer gereden. Anders had ik mijn boek toch nooit aan haar opgedragen?

(…) Een Zwitserse schrijver beweert dat Emile hele pagina's uit zijn boek heeft overgeschreven en wil mr. Positivo gaan aanklagen. (…) Mevrouw Carstian laat het hier bij zitten: ‘Tegen dat soort mensen moet je helemaal niets doen.’”

Lees hier meer (Telegraaf.nl).

Nieuwe .nl geschillenregeling roept vragen op. Artikel Maarten Haak  op Webwereld.nl.
“(…) Maar wat als de verliezer wel een procedure initieert: welke rechtskracht heeft een advies van een .nl-geschillenbeslechter dan? De geschillenregeling bepaalt daar niets over. Mag (of moet) de rechter de geschillenprocedure dan overdoen, of toetst de rechter uitsluitend of er geen fundamentele beginselen zijn geschonden? (…) Het advies van de geschillenbeslechter onder de nieuwe regeling kan wellicht worden aangemerkt als een 'bindend advies'. Dat heeft tussen de partijen dezelfde werking als een vaststellingsovereenkomst.

Gek genoeg bepaalt de geschillenregeling dat ook tijdens een geschillenprocedure een gewone procedure voor de rechter kan worden gestart. Moet de rechter zijn oordeel dan aanhouden totdat de geschillenregeling tot een einde is gekomen? De regeling lijkt dat niet te impliceren.”

Lees hier meer (Webwereld.nl).

IEF 5860

Te Koop

bbiec.gifAernoud Bourdrez (Use-IP) wijst op een koopje: The domain name https://www.bbie.com/ is for sale. Prices in the region of US$ 4650. “Get On The Web Limited registered for its own websites, portals and client projects a number of generic domain names (including this one) some years ago, which are now no longer required. We are considering selling this domain name alone, or the domain name plus partially-developed website. If you are interested in this domain name please complete this offer form.”

IEF 5791

Accupoolklemmen

Rechtbank ’s-Gravenhage 16 januari 2008, HA ZA 07-81. Amadeo Marti Carbonell tegen Automotoren Centrum Van Veldhuisen B.V. en AMC Engine Parts B.V. en Johannes van Veldhuisen.

Wel gemeld, nog niet besproken. Merkinbreuk, handelsnaaminbreuk en inbreukmakend gebruik domeinnamen.

Eiser, Carbonell, fabriceert metalen ringetjes en accupoolklemmen voor de autoindustrie, alsook cilinderkoppen voor auto’s en is houder van o.m. het Gemeenschapswoordmerk AMC. Gedaagde, Van Veldhuisen, is in 1988 een eenmanszaak begonnen onder de naam Automotorencentrum Van Veldhuisen. Deze onderneming is opgegaan in twee besloten vennootschappen: Auto Motoren Centrum Van Veldhuisen BV en AMC Engine Parts BV.

AMC Engine Parts BV is houdster van de domeinnaam amc-engineparts.nl. AMC-Motorenrevisie is houdster van de domeinnaam amc-revisie.nl. Bij vonnis van 21 juni 2006 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank Auto Motoren Centrum Van Veldhuisen BV en AMC Engineparts BV bevolen iedere inbreuk op het gemeenschapsmerk van Carbonell te staken en gestaakt te houden, meer specifiek elk gebruik van de domeinnaam amc-engineparts.nl. 

De rechtbank oordeelt dat voor de bescherming van de handelsnaam “niet nodig is dat de naam AMC bij iedereen hier te lande bekend is, maar onvoldoende is daarvoor dat die naam hier te lande bij enkele personen bekend is”. Er is door eiser “onvoldoende gemotiveerd gesteld dat de handelsnaam AMC in Nederland een dusdanige bekendheid geniet, dat daarvoor verwarring te duchten is”.

Tenslotte wordt geoordeeld dat gedaagde “geen beroep op een ouder handelsnaamrecht toekomt. Ook indien een jongere handelsnaam merkinbreuk oplevert, kan het gebruik van de handelsnaam echter niet worden verboden, indien dit volgens de eerlijke gebruiken in nijverheid en handel gebeurt. Bij de beoordeling van de inachtneming van het vereiste van eerlijk gebruik moet rekening worden gehouden met de mate waarin het gebruik van de handelsnaam van de derde door het betrokken publiek of althans een aanzienlijk deel daarvan zou worden begrepen als aanwijzing voor het bestaan van een verband tussen de waren van de derde en de houder van het merk of een persoon die toestemming heeft voor het gebruik van het merk, alsook met de mate waarin de derde zich daarvan bewust had moeten zijn. Voorts moet rekening worden gehouden met de omstandigheid dat het een merk betreft dat daar waar het is ingeschreven en waar bescherming wordt gevraagd, een zekere bekendheid geniet, waaruit de derde voordeel zou kunnen behalen om zijn waren in de handel te brengen.

Conclusie is dat de vorderingen kunnen worden toegewezen, voor zover deze erop zien Van Veldhuisen c.s. te bevelen het gebruik te staken en gestaakt te houden van handelsnamen welke bestaan uit de afkorting AMC, dan wel de afkorting AMC bevatten (waaronder tevens de genoemde domeinnamen zijn te verstaan), alsmede het gebruik te staken en gestaakt te houden van het dienstmerk AMC, dan wel te verbieden enige naam waarvan de afkorting AMC deel uitmaakt te gaan voeren.

Lees hier het vonnis.

IEF 5742

Voldoende belang

wgl.gifVzr.  Rechtbank Haarlem, 25 januari 2008, LJN: BC3298, Eiser tegen Gedaagde (winegallery.nl).

Wel gemeld, maar nog niet samengevat. Merkhouder komt met succes op tegen het gebruik van de domeinnaam winegallery.nl. Echter, gedaagde hoeft de domeinnaam niet aan de merkhouder over te dragen. “ Gedaagde zou de domeinnaam wel aan eiser kunnen verkopen. Dat geeft gedaagde, indien hij de rechthebbende op de domeinnaam is, voldoende belang bij zijn verweer tegen de door eiser gevorderde overdracht (om niet) van de domeinnaam.”

Eiser is rechthebbende op het woord- en beeldmerk Wine Gallery en heeft in het kader van een doorstart de handelsnamen Wine Gallery en Wine Gallerij van de curator van de gefailleerde onderneming DBL verworven. Gedaagde meent dat de domeinnaam aan haar toekomt. Volgens gedaagde waren op de datum van het faillissement de facturen door DBL niet betaald, waardoor op grond van de algemene voorwaarden de rechten zouden terugvallen aan gedaagde. Bovendien stelt gedaagde dat zij de domeinnaam al aan een derde heeft verkocht.

De voorzieningenrechter overweegt dat het voeren van een website onder een domeinnaam die identiek is aan het merk, is aan te merken als gebruik van het merk. Dat ongerechtvaardigd voordeel getrokken kan worden uit het merk WINE GALLERY, blijkt volgens de voorzieningenrechter uit het volgende e-mailbericht: “Als mensen mij bellen om wijn te bestellen, wat uiteraard ook gebeurd, dan verwijs ik ze uiteraard naar mijn schoonvader. De rechter leidt hieruit af dat de kans aanwezig is dat (potentiële) klanten bij het zoeken op internet terechtkomen bij de website van gedaagde.

In dit kort geding is alleen niet komen vast te staan dat de domeinnaam door gedaagde aan een derde is overgedragen en aan wie van de partijen de domeinnaam toekomt. De algemene voorwaarden acht de KG rechter niet van toepassing.

In het geding is volgens de voorzieningenrechter niet (voldoende) komen vast te staan dat de facturen aan het gefailleerde DBL zijn verzonden, ontvangen en onbetaald gelaten. Daarbij speelt onder meer een rol dat volgens opgave van de curator van DBL gedaagde zich niet met een vordering in het faillissement heeft gemeld.

Opmerkelijk is wellicht dat het belang dat gedaagde de domeinnaam aan eiser kan verkopen de voorzieningenrechter ervan weerhoudt om de vordering tot overdracht toe te wijzen.
“4.13 (…) Hoewel gedaagde, gezien genoemd merkenrecht van eiser, de domeinnaam niet zal kunnen gebruiken - dat zal alleen eiser kunnen -, zou gedaagde de domeinnaam wel aan eiser kunnen verkopen. Dat geeft gedaagde, indien hij de rechthebbende op de domeinnaam is, voldoende belang bij zijn verweer tegen de door eiser gevorderde overdracht (om niet) van de domeinnaam. De voorzieningenrechter tekent hierbij aan dat gesteld noch gebleken is dat in het onderhavige geval sprake is van domeinnaamkaping, welke handelwijze tot een ander oordeel kan leiden. De vordering, zoals vermeld onder 3.1 onder B., zal dan ook worden afgewezen.”
De voorzieningenrechter wijst de merkinbreuk toe en de overdracht van de domeinnaam af met compensatie van de proceskosten.

Lees het vonnis hier.