Gepubliceerd op donderdag 5 februari 2026
IEF 23262
Rechtbank Amsterdam ||
2 jan 2026
Rechtbank Amsterdam 2 jan 2026, IEF 23262; ECLI:NL:RBAMS:2026:6 ([eiser] tegen [gedaagde 1] en [gedaagde 2]), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/ongeoorloofd-gebruik-van-reclamefoto-s-contractuele-beperkingen-beslissend-voor-schadebegroting

Ongeoorloofd gebruik van reclamefoto’s: contractuele beperkingen beslissend voor schadebegroting

Rb. Amsterdam 2 januari 2026, IEF 23262; RB 3966; ECLI:NL:RBAMS:2026:6 ([eiser] tegen [gedaagde 1] en [gedaagde 2]). De kantonrechter oordeelt in deze zaak over het gebruik van door een fotograaf gemaakte reclamefoto’s door de exploitanten van een sportschool. Partijen waren overeengekomen dat de foto’s uitsluitend mochten worden gebruikt op de eigen website en sociale media van de sportschool en pas nadat de factuur was voldaan. In de toepasselijke algemene voorwaarden was bovendien bepaald dat elk ander gebruik als een auteursrechtinbreuk geldt, dat bij dergelijk niet-toegestaan gebruik een vergoeding van ten minste driemaal de gebruikelijke licentievergoeding verschuldigd is en dat bij het ontbreken van naamsvermelding een aanvullende vergoeding moet worden betaald. Vast kwam te staan dat de factuur niet tijdig was betaald en dat de sportschool de foto’s niet alleen op Instagram en Google had geplaatst, maar ook, zonder enige toestemming, op externe sportplatforms (Classpass en Eversports), telkens zonder vermelding van de naam van de fotograaf. De kantonrechter acht beide gedaagden hoofdelijk aansprakelijk, nu zij gezamenlijk onder dezelfde handelsnaam naar buiten traden en samen de overeenkomst met de fotograaf hadden gesloten. De zaak is, ondanks de omvang van de vorderingen, met instemming van partijen op grond van artikel 96 Rv door de kantonrechter behandeld.

Bij de begroting van de verschuldigde vergoeding sluit de kantonrechter aan bij de overeengekomen tarieven uit de overeenkomst, en niet bij hogere markt- of richtlijntarieven waarop de fotograaf zich had beroepen. Uitgaande van in totaal 23 vastgestelde inbreuken (foto’s geplaatst op verschillende platforms) wordt de vergoeding voor niet-toegestaan gebruik vastgesteld op driemaal het overeengekomen tarief per foto, vermeerderd met een aanvullende vergoeding wegens het ontbreken van naamsvermelding. Dit leidt tot een totale schadevergoeding van € 6.655,28, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de dagvaarding. Daarnaast wordt de sportschool bevolen het gebruik van de foto’s op Classpass en Eversports te staken, op straffe van een dwangsom. De gedaagden worden als de in het ongelijk gestelde partijen hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten. Hoewel de algemene voorwaarden een volledige kostenveroordeling voorzagen, beperkt de kantonrechter de toe te wijzen kosten tot € 8.000 op basis van de indicatietarieven voor eenvoudige IE-zaken ex artikel 1019h Rv.

Vergoeding voor het niet toegestane gebruik

4.3.

Het staat in deze procedure niet ter discussie dat zes van de geleverde foto’s op de Instagrampagina en drie op de Googlepagina van [handelsnaam] stonden voordat de factuur was betaald. Ook staat vast dat tien foto’s op de website en app van Classpass hebben gestaan en vier op de website van Eversport.

4.4.

Artikel 4.4 van de algemene voorwaarden bepaalt dat geen enkel gebruik van de foto’s was toegestaan totdat de factuur was betaald. Het gebruik van de in totaal negen foto’s op Instagram en Google was dus verboden en daarvoor moeten [gedaagde 1] en [gedaagde 2] op grond van artikel 9.2 van de algemene voorwaarden een vergoeding betalen. Omdat het gebruik van de foto’s anders dan op de eigen website en sociale media van [handelsnaam] überhaupt niet was toegestaan onder de overeenkomst, moeten zij ook een vergoeding betalen voor het plaatsen van de foto’s op Classpass en Eversports.

4.5.

Volgens [eiser] moet de vergoeding voor het plaatsen van de foto’s op Classpass en Eversports berekend worden op basis van 24 inbreuken: tien foto’s op de website van Classpass, tien foto’s op de app van Classpass en vier foto’s op de website van Eversports. Uit de door [eiser] overgelegde screenshots blijkt echter dat dezelfde tien foto’s zowel op de website als op de app van Classpass stonden. Omdat het om dezelfde foto’s gaat die door dezelfde partij zijn geplaatst, zij het via twee kanalen (website en app), zal de kantonrechter uitgaan van veertien inbreuken. Samen met de foto’s op Instagram en Google zijn er dus in totaal 23 inbreuken waarvoor [gedaagde 1] en [gedaagde 2] een vergoeding moeten betalen.

4.6.

Omdat aan het gebruik van de foto’s een overeenkomst ten grondslag ligt, ziet de kantonrechter aanleiding om, anders dan [eiser] , aan te knopen bij de overeengekomen tarieven in plaats van de in de markt gebruikelijke tarieven (die [eiser] aan zijn vordering ten grondslag legt). Uit de factuur van 23 juli 2024 blijkt dat [eiser] € 1.663,80 in rekening heeft gebracht. In de overgelegde WeTransfer-bestanden is te zien dat heeft hij daarvoor in totaal 23 foto’s heeft aangeleverd. Het daadwerkelijk gehanteerde tarief per foto is dus € 72,34. Op grond van de algemene voorwaarden moeten [gedaagde 1] en [gedaagde 2] driemaal dit tarief betalen voor elk van de 23 inbreuken. Dat brengt de in totaal verschuldigde vergoeding voor het niet toegestane gebruik op € 4.991,46.