Gepubliceerd op dinsdag 26 mei 2026
IEF 23573
Rechtbank Den Haag ||
13 mei 2026
Rechtbank Den Haag 13 mei 2026, IEF 23573; C/09/690949 ((Graypants tegen Venema)), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/modelinbreuk-via-dropshipping-rb-den-haag-passeert-verweren-over-art-21-rv-en-misbruik-van-procesrecht

Uitspraak ingezonden door Sabin Tigu & Evianne Roos, Ploum.

Modelinbreuk via dropshipping: rb. Den Haag passeert verweren over art. 21 Rv en misbruik van procesrecht

Rb. Den Haag 13 mei 2026, IEF 23573; C/09/690949 (Graypants tegen Venema). In deze zaak tussen Graypants en Venema (handelend onder de naam Neora) staat de vraag centraal of het aanbieden van een LED-tafellamp via een dropshipwebsite inbreuk maakt op het Uniemodel van Graypants en, in het verlengde daarvan, of Graypants nog belang heeft bij haar vorderingen nadat de vermeende inbreuk al was gestaakt en een onthoudingsverklaring was afgegeven. Graypants is houder van een geregistreerd Uniemodel voor de zogeheten Wick-lamp. Venema exploiteert een webshop waarop onder meer de “Olyx – Moderne LED tafellamp” werd aangeboden. Volgens Graypants wekt dit product dezelfde algemene indruk als haar Wick-model. Na sommatie heeft Venema het product van de website verwijderd. Partijen hebben vervolgens onderhandeld over een minnelijke regeling, waarbij Graypants onder meer een onthoudingsverklaring en vergoeding van juridische kosten verlangde. Venema weigerde die kosten te betalen, maar stuurde uiteindelijk wel een, beperkter, ondertekende onthoudingsverklaring waarin hij expliciet erkent inbreuk te hebben gemaakt en toezegt iedere verdere inbreuk te staken, op straffe van een boete. Omdat geen overeenstemming werd bereikt over de kosten, startte Graypants een bodemprocedure waarin zij onder meer een stakingsbevel, opgave van verkoopgegevens, rectificatie, schadevergoeding en een volledige proceskostenveroordeling vordert. Venema voert als kernverweer dat Graypants geen belang meer heeft bij haar vorderingen, nu de inbreuk al is gestaakt en grotendeels aan de verlangde maatregelen is voldaan. Volgens hem is de procedure uitsluitend ingesteld om een proceskostenveroordeling te verkrijgen, hetgeen strijd zou opleveren met artikel 21 Rv en neerkomt op misbruik van procesrecht. De rechtbank stelt voorop dat, gelet op de door Venema ondertekende onthoudingsverklaring, tussen partijen vaststaat dat sprake is van inbreuk op het Wick-model. De daarin opgenomen erkenning van de modelrechten en de inbreuk daarop, alsmede de toezegging om deze te staken, maken dat dit punt geen nadere inhoudelijke beoordeling meer vergt. Eventuele nietigheidsverweren tegen het model blijven buiten beschouwing, nu geen reconventionele nietigheidsvordering is ingesteld en de geldigheid van het model daarom wordt verondersteld. Het verweer dat Graypants geen belang meer heeft bij haar vorderingen wordt verworpen.

De rechtbank overweegt dat partijen weliswaar hebben onderhandeld en Graypants daarbij een deel van haar oorspronkelijke eisen heeft laten vallen, maar steeds onder de voorwaarde dat een vergoeding van juridische kosten zou worden betaald. Nu die voorwaarde niet is vervuld, is geen minnelijke regeling tot stand gekomen. Graypants staat het daarom vrij het geschil alsnog in volle omvang aan de rechter voor te leggen. Dat de inbreuk inmiddels is gestaakt en een onthoudingsverklaring is afgegeven, doet niet af aan het belang bij een executoriale titel en bij nevenvorderingen zoals een stakingsbevel, opgave en schadevergoeding. Ook het verwijt dat Graypants de procedure enkel heeft ingesteld met het oog op een proceskostenveroordeling faalt. Van strijd met artikel 21 Rv of misbruik van procesrecht is geen sprake. De rechtbank wijst vervolgens het gevorderde stakingsbevel toe, evenals een verplichting tot het verstrekken van uitgebreide opgave van verkoop-, inkoop- en distributiegegevens, nu Graypants belang heeft bij inzicht in de omvang van de inbreuk en de behaalde winst. De gevorderde rectificatie wordt eveneens toegewezen, zij het zonder recall. Daarnaast wordt de vordering tot schadevergoeding, op te maken bij staat, toegewezen, omdat voldoende aannemelijk is dat Graypants schade kan hebben geleden door aantasting van het onderscheidend vermogen en reputatie van haar model. Ten aanzien van de proceskosten oordeelt de rechtbank dat sprake is van een IE-handhavingszaak in de zin van artikel 1019h Rv. De door Graypants opgevoerde kosten, die onder het toepasselijke indicatietarief blijven, worden volledig toegewezen. Het betoog van Venema dat de zaak feitelijk alleen nog om kosten draaide en dat daarom een lagere vergoeding passend zou zijn, wordt niet gevolgd. Het vonnis bevestigt daarmee dat ook in situaties waarin een inbreuk na sommatie wordt gestaakt en een onthoudingsverklaring wordt afgegeven, de rechthebbende nog steeds een zelfstandig en voldoende belang kan hebben bij rechterlijke vaststelling van de inbreuk en bij toewijzing van nevenvorderingen, waaronder een volledige proceskostenvergoeding.

4.5. Hoewel de onthoudingsverklaring breed en weinig specifiek is geformuleerd inzake de intellectuele eigendomsrechten van Graypants, is in ieder geval de verbijzondering opgenomen “terzake de lamp Wick, welke is geregistreerd als model bij het EUIPO”. De onthoudingsverklaring houdt tevens een erkenning in dat inbreuk is gemaakt op die intellectuele eigendomsrechten en dat gedaagde die inbreuk zal staken en gestaakt houden. Gedaagde heeft in de onthoudingsverklaring een verbijzondering opgenomen wat hij dan zal staken namelijk ‘het vervaardigen, doen vervaardigen, aanbieden, imponeren, verkopen, leveren, in voorraad houden ofanderszins verhandelen van producten, die inbreuk maken op de Wick lamp “. Gelet op het voorgaande staat tussen partijen dus vast dat Venema met het aanbieden van het Product inbreuk heeft gemaakt op het Wick-model van Greypants

4.8. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Graypants toegelicht dat zij zich ook beroept op het auteursrecht op de foto’s van Graypants die Venema voor zijn website zou hebben gebruikt. Het is de rechtbank echter niet duidelijk om welke foto’s het gaat. Graypants heeft dit in haar dagvaarding niet toegelicht. De rechtbank gaat hier dan ook als onvoldoende onderbouwd aan voorbij

4.11. Uit het voorgaande volgt dat Graypants gedurende de onderhandelingen met Venema een aantal van haar sommaties uit de eerste brief heeft laten vallen, steeds onder de voorwaarde van een vergoeding voor de gemaakte juridische kosten. Zo heeft zij in het kader van de onderhandelingen geen schadevergoeding meer geëist (zie hiervoor onder 2.6) en in het kader van de onderhandelingen het Shopify-extract geaccepteerd als opgave voor informatie over de voorraad, de verkochte producten, de in- en verkoopprijs en de behaalde omzet en winst (zie hiervoor onder 2.8). Venema wilde echter niet voldoen aan daaraan verbonden voorwaarde tot het betalen van een vergoeding voor de gemaakte juridische kosten. Dit betekent dat er geen minnelijke regeling tot stand is gekomen, dus ook niet ten aanzien van de sommaties waarvan Graypants in het kader van die schikkingsonderhandelingen heeft afgezien. Graypants kan het geschil dus in volle omvang aan de rechter mag voorleggen en maakt — door dit te doen — geen misbruik van procesrecht. Het e-mailbericht van Graypants van 18juni 2025, waarin zij aangeeft dat nu de onthoudingsverklaring reeds is ontvangen de procedure slechts nog zal draaien om de vergoeding van de kosten en het schadebedrag, maakt evenmin dat sprake is van misbruik van recht. De onthoudingsverklaring ziet immers op de erkenning van de inbreuk op intellectuele eigendomsrechten, zodat op dat punt geen discussie meer is tussen partijen. Dat neemt niet weg dat Greypants belang heeft bij de daarmee samenhangende inbreuk- en nevenvorderingen, reeds vanwege de executoriale titel. Bovendien wordt meer gevorderd dan in de onthoudingsverklaring wordt toegezegd. Het overleggen van het Shopif’-extract — waarvan de waarde door Graypants wordt betwist — en de algemene verklaring van een sourcing agent, neemt het belang van Greypants bij haar opgavevordering evenmin weg. Zij heeft immers recht op en belang bij een juiste en volledige opgave van de informatie en dat er consequenties aan worden verbonden als blijkt dat de opgave niet juist en volledig is geweest.