Gepubliceerd op donderdag 25 juni 2026
IEF 23647
Antilliaanse Gerechten ||
10 jun 2026
Antilliaanse Gerechten 10 jun 2026, IEF 23647; ECLI:NL:OGEAA:2026:160 (Ducapro tegen QW), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/arubaanse-rechter-mandaat-ducapro-onvoldoende-voor-collectieve-handhaving-muziekrechten

Arubaanse rechter: mandaat Ducapro onvoldoende voor collectieve handhaving muziekrechten

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 10 juni 2026, IEF 23647; ECLI:NL:OGEAA:2026:160 (Ducapro tegen QW). Het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba wijst de vorderingen van Ducapro tegen Q-Waves af. Q-Waves exploiteert een radiostation op Aruba en zendt muziekwerken uit. Ducapro beroept zich op haar rol als vertegenwoordiger van BUMA/STEMRA op Aruba en stelt dat Q-Waves onrechtmatig handelt door zonder toestemming en zonder betaling muziekwerken openbaar te maken van auteurs en rechthebbenden die via BUMA/STEMRA zouden worden vertegenwoordigd. Zij vordert onder meer een verklaring voor recht, een verbod op verder gebruik van die muziekwerken en schadevergoeding. Het Gerecht stelt voorop dat muziekwerken onder de Arubaanse Auteursverordening worden beschermd en in beginsel niet zonder toestemming van de rechthebbende openbaar mogen worden gemaakt. De Nederlandse Auteurswet, de Wet op de naburige rechten en de Wet toezicht collectieve beheersorganisaties gelden echter niet op Aruba, omdat het geen Rijkswetten zijn. Ook behandelt het Gerecht de vordering niet als collectieve actie op grond van artikel 3:305a BW, omdat Ducapro die grondslag niet vanaf het verzoekschrift duidelijk aan haar vordering ten grondslag legt.

De door Ducapro overgelegde mandaat overeenkomst met BUMA/STEMRA is volgens het Gerecht onvoldoende om de vorderingen te dragen. Ducapro presenteert zich daarin wel als collectieve beheersorganisatie, maar op Aruba ontbreekt een wettelijke regeling die haar die positie geeft of voorziet in toezicht op inning, beheer en verdeling van auteursrechtelijke vergoedingen. Bovendien maakt Ducapro onvoldoende duidelijk van welk eigen repertoire zij de belangen behartigt en is het mandaat niet exclusief. Daardoor kan Q-Waves er bij betaling aan Ducapro niet zeker van zijn dat zij bevrijdend betaalt en later niet alsnog door BUMA/STEMRA of een andere partij wordt aangesproken. Volgens het Gerecht ontbreekt op Aruba een toereikende wettelijke structuur voor het berekenen, innen, beheren en uitkeren van vergoedingen aan rechthebbenden. Als zo’n systeem wenselijk is, moet de Arubaanse wetgever daarvoor een landsverordening vaststellen. De vorderingen van Ducapro worden daarom afgewezen en Ducapro wordt veroordeeld in de proceskosten.

5.11

Het Gerecht overweegt het volgende. Blijkens de Mandaat Overeenkomst heeft Ducapro zich voorgedaan als een collectieve beheersorganisatie als bedoeld in de Nederlandse regelgeving. Echter, dat is zij niet, zoals hiervoor uitgelegd, omdat die Nederlandse regels op Aruba niet gelden en op Aruba eigen regels hierover niet bestaan. De basis onder de Mandaat Overeenkomst wordt verder aan het wankelen gebracht omdat Ducapro niet heeft duidelijk gemaakt van welk repertoire zij de belangenbehartiger is. Daarmee is het wederkerigheidselement in de Mandaat Overeenkomst ontkracht. Ook is van belang dat de Mandaat Overeenkomst niet exclusief is. QW heeft dus gelijk met haar stelling dat als zij aan Ducapro betaalt niet kan worden uitgesloten dat weer een andere partij zich opwerpt die ook op grond van een overeenkomst met BUMA/STEMRA een vergoeding claimt of dat BUMA/STEMRA dat zelf doet.

5.12

Met die laatste stelling van QW komt het Gerecht tot het belangrijkste argument dat tot afwijzing van de vorderingen van Ducapro leidt. Er is op Aruba geen dan wel onvoldoende wettelijke structuur waarbinnen vergoedingen voor gebruik van auteursrechten kunnen worden berekend, geïncasseerd, beheerd en vergoed aan de uiteindelijk rechthebbenden met een toezichtsysteem op deze geldstromen (modern gezegd: er is geen governance structuur). Naar het oordeel van het Gerecht is het aan de wetgever om hierop desgewenst actie te nemen. De contractuele basis waarop Ducapro zich beroept is dus onvoldoende. Een wettelijke regeling zou aan QW als betalingsplichtige de zekerheid bieden dat zij een redelijke vergoeding betaalt en dat zij niet te veel of zelfs dubbel betaalt. Een dergelijke regeling zou de rechthebbende de grootst mogelijke zekerheid bieden dat hij daadwerkelijk een vergoeding ontvangt. Maar ook dat er vergoedingen worden berekend die qua tarifering passen in de Arubaanse economische context. Het Gerecht tekent aan dat QW, en naar haar zeggen, de andere radiostations ook, bereid zijn tot betaling van dergelijke vergoedingen mits over voormelde punten duidelijkheid ontstaat. En naar het oordeel van het Gerecht is daarvoor een landsverordening noodzakelijk.

5.13

De vorderingen van Ducapro worden dus afgewezen. Zij wordt veroordeeld in de proceskosten van QX.