Veiligheidsplan Koningsdag Rotterdam een werk, geen inbreuk
Rechtbank Rotterdam 17 april 2015, IEF 15023; ECLI:NL:RBROT:2015:3940 (New Generation Security tegen Gideon)
Auteursrecht. De Gemeente Rotterdam besteedt de beveiliging van Koningsdag uit. Beide beveiligingsbedrijven sturen een offerte met een veiligheidsplan. Door de combinatie van de selecties en de ordening van passages, illustraties, tabellen en lay-out, is er sprake van een werk. De totaalindruk die het beleidsplan van Gideon maakt verschilt duidelijk van de totaalindruk van het oorspronkelijke plan van NGS. De gelijkenis van de te onderscheiden passages doen daar niets aan af, de onbeschermde elementen op zichzelf beschouwd doen er niet toe. Er is ook geen spraken van slaafse nabootsing.
5.5. (...) Een en ander neemt echter niet weg dat er bij (de combinatie van) de selectie en de ordening van deze passages, het gebruik van illustraties en tabellen en de lay-out van het veiligheidsplan als geheel wel degelijk sprake is geweest van ruimte voor het maken van creatieve keuzes, waardoor het veiligheidsplan als geheel weer wel het persoonlijk stempel van de maker draagt. Dit brengt met zich dat het veiligheidsplan als ‘werk’ in de zin van artikel 10 lid 1 aanhef en onder 1 van de Auteurswet kan worden aangemerkt.
5.8. Dit criterium in ogenschouw nemend en gelet op hetgeen hiervoor onder 5.5. reeds is overwogen, is de kantonrechter van oordeel dat de totaalindruk die het beleidsplan van Gideon Security maakt duidelijk verschilt van de totaalindruk van het oorspronkelijke plan van NGS, hetgeen met name wordt veroorzaakt door de gemaakte keuzes voor een wat andere indeling en volgorde van de verschillende passages tezamen met het gebruik van illustraties, tabellen en de lay-out van het veiligheidsplan als geheel. Aan deze verschillende totaalindruk kan de hiervoor reeds geconstateerde gelijkenis van de te onderscheiden afzonderlijke passages niet afdoen, nu deze passages als onbeschermde elementen op zichzelf beschouwd er immers niet toe doen. Dit leidt er toe dat geen sprake is van inbreuk op het auteursrecht van NGS op het beleidsplan als zodanig.
5.13. Ook het anderszins profiteren van andermans product, bedrijfsdebiet, inspanning kennis of inzicht, zonder dat dit in strijd is met een intellectueel eigendomsrecht, is op zichzelf niet onrechtmatig, ook niet als dit nadeel aan die ander toebrengt. Om tot onrechtmatig handelen te kunnen concluderen zijn bijkomende omstandigheden nodig.
Auteursrecht. Merkenrecht. Bij verstek wordt Kidooz veroordeeld tot staken van inbreuk op de auteurs- en merkenrechten, o.a. door het verveelvoudigen van (driedimensionale) producten in de vorm van Disneyfiguren, of het tonen van producten met op de merkrechten van Disney overeenstemmende tekens [red. op kinderkleding]. De volledige proceskosten ex 1019h Rv zijn bij dagvaarding gespecificeerd en per e-mail nog bijgewerkt tot de dag van de mondelinge behandeling. De kosten aan de zijde van Disney zullen conform specificatie worden begroot op € 7.303,65.
Prejudiciële vragen gesteld door Hof van Beroep Brussel [
Uitspraak ingezonden door Dirk Visser en Patty de Leeuwe,
Uitspraak ingezonden door Robbert Sjoerdsma en Tobias Cohen Jehoram,
Programmagegevens. Geen geschriftenbescherming. De Telegraaf Media Groep (TMG) krijgt geen schadevergoeding van de Staat voor het jarenlang niet mogen publiceren van programmagegevens in haar krant. Volgens de rechtbank heeft TMG te lang gewacht met de rechtszaak om deze schadevergoeding af te kunnen dwingen.
Bijdrage ingezonden door Rein-Jan Prins,
Auteursrecht. Foto. Eiser is een professionele fotograaf en maakt reclamecampagnes voor onder meer Profile Tyre Center. Hij heeft een fotoserie gemaakt en deze in exclusieve licentie gegeven aan haar voor de promotie van winterbanden. De foto is ook gebruikt op de website van gedaagde, die het websitebouwerverweer afgewezen ziet worden. De algemene voorwaarden van de Fotografenfederatie zijn niet tussen partijen overeengekomen, de verhoging van de schadeberekening hebben een duidelijk punitief karakter en dat is aan het Nederlandse schadevergoedingsrecht vreemd en er kan geen grondslag voor worden gevonden in de Handhavingsrichtlijn (noch in