Gepubliceerd op vrijdag 6 februari 2026
IEF 23267
Rechtbank Den Haag ||
28 jan 2026
Rechtbank Den Haag 28 jan 2026, IEF 23267; ECLI:NL:RBDHA:2026:1523 (Stichting React tegen Sara Mart c.s.), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/wamca-zaak-react-tegen-sara-mart-procedurele-kaders-en-kennisgeving-definitief-vastgesteld

WAMCA-zaak React tegen Sara Mart: procedurele kaders en kennisgeving definitief vastgesteld

Rb. Den Haag 28 januari 2026, IEF23267; ECLI:NL:RBDHA:2026:1523 (Stichting React tegen Sara Mart c.s.). In dit tweede procedurele tussenvonnis in een WAMCA-procedure stelt de rechtbank Den Haag de nadere voorschriften vast voor de collectieve actie van Stichting Namaakbestrijding React tegen Sara Mart c.s. De rechtbank bouwt voort op het eerdere tussenvonnis, waarin React ontvankelijk werd verklaard en als exclusieve belangenbehartiger is aangewezen. In dit vonnis wordt de nauw omschreven groep definitief afgebakend: alle rechthebbenden op intellectuele eigendomsrechten – in het bijzonder leden van Coöperatie SNB-REACT U.A. – op wier rechten volgens React inbreuk is gemaakt door Sara Mart c.s. via de websites saramart.eu, saramart.pl/nl-NL/ en hacoo.pl/nl-NL/ en via de mobiele applicaties SARAMART en Hacoo – sara lower price mart, met name door de verkoop van namaakproducten. Voor rechthebbenden die geen woonplaats of verblijf in Nederland hebben, verklaart de rechtbank het opt-outregime van artikel 1018f lid 1 Rv van toepassing.

Daarnaast geeft de rechtbank gedetailleerde instructies over de kennisgeving aan de achterban. Zij bepaalt dat Stichting React een advertentie moet plaatsen in het landelijke dagblad Trouw en een mededeling moet publiceren in het Centraal Register voor Collectieve Vorderingen, haar nieuwsbrief en op haar website, met een ambtshalve aangepaste tekst en datum zodat de wettelijke opt-outtermijn loopt tot en met 1 april 2026. Bekende rechthebbenden moeten bovendien individueel worden aangeschreven conform artikel 1018f lid 3 Rv. Stichting React heeft verklaard geen behoefte te hebben aan het vaststellen van een termijn voor het beproeven van een minnelijke regeling of voor het aanvullen van de gronden van de vordering (art. 1018g Rv). Omdat Sara Mart c.s. nog niet inhoudelijk hebben geantwoord, verwijst de rechtbank de zaak naar de rol van 11 maart 2026 voor conclusie van antwoord en houdt zij iedere verdere beslissing aan.

De rechtbank:

3.1.

bepaalt dat tot de nauw omschreven groep personen wier belangen Stichting React in deze collectieve procedure behartigt behoren: “alle rechthebbenden op intellectuele eigendomsrechten, met name zijnde leden van Coöperatie SNB-REACT U.A., op wier intellectuele rechten volgens Stichting React inbreuk is gemaakt door Sara Mart c.s. via ‘saramart.eu’, ‘saramart.pl/nl-NL/’ en ‘hacoo.pl/nl-NL/’ en de mobiele telefoon applicaties ‘SARAMART’, en ‘Hacoo - sara lower price mart’, met name door de verkoop van namaakproducten (counterfeit)”;

3.2.

bepaalt dat voor rechthebbenden die geen woonplaats of verblijf in Nederland hebben het opt-out regime als bedoeld in artikel 1018f lid 1 Rv van toepassing is;

3.3.

draagt Stichting React op om de onder 2.7 bedoelde tekst uiterlijk 18 februari 2026 te laten publiceren in het dagblad Trouw;

3.4.

draagt Stichting React op om de onder 2.8 bedoelde mededeling/aankondiging uiterlijk 18 februari 2026 te plaatsen:

 in het centraal register voor collectieve vorderingen;

 in haar nieuwsbrief;

 op haar website https://www.react.org/solutions/react-foundation;

3.5.

verwijst de zaak naar de rol van 11 maart 2026 voor conclusie van antwoord;

3.6.

houdt iedere verdere beslissing aan.