Gepubliceerd op woensdag 8 april 2026
IEF 23451
Rechtbank Amsterdam ||
1 apr 2026
Rechtbank Amsterdam 1 apr 2026, IEF 23451; ECLI:NL:RBAMS:2026:3265 ([eiser 1] tegen Longnorth c.s.), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/terugvordering-na-vernietiging-van-een-schadevonnis-rechtsopvolgers-niet-zonder-meer-gebonden-aan-de-veroordeling-van-de-cedent

Terugvordering na vernietiging van een schadevonnis: rechtsopvolgers niet zonder meer gebonden aan de veroordeling van de cedent

Rb. Amsterdam 1 april 2026, IEF 23451; ECLI:NL:RBAMS:2026:3265 ([eiser 1] tegen Longnorth c.s.). In deze procedure vorderen [eiser 1] en [eiser 2] terugbetaling van bedragen die in 2019 zijn betaald na een vonnis van de rechtbank Den Haag, waarin [eiser 1] wegens merkinbreuk met betrekking tot Jack Daniel’s-producten was veroordeeld tot betaling van schadevergoeding en proceskosten aan Jack Daniel’s, Brown-Forman en Pitts Bay. In hoger beroep heeft het gerechtshof Den Haag vervolgens geoordeeld dat Pitts Bay haar vordering al op 27 december 2007 aan Longnorth en Bacardi had gecedeerd, zodat Pitts Bay zelf niets meer van [eiser 1] te vorderen had; voor zover de eerdere vonnissen Pitts Bay betroffen, zijn die vernietigd en is Pitts Bay tot terugbetaling veroordeeld. In de onderhavige procedure beroepen eisers zich jegens Longnorth, Bacardi, Jack Daniel’s, Brown-Forman en hun advocaat op gezag van gewijsde, derden- of precedentwerking, onverschuldigde betaling en onrechtmatige daad. De rechtbank wijst dat grotendeels af. Longnorth en Bacardi waren in de procedure bij het hof geen formele of materiële procespartij, zodat zij niet op die grond aan de veroordeling van Pitts Bay zijn gebonden. Art. 236 Rv brengt volgens de rechtbank alleen mee dat in deze procedure vaststaat dát Pitts Bay haar vordering in 2007 aan Longnorth en Bacardi had overgedragen; daaruit volgt niet dat Longnorth en Bacardi daardoor zelf zonder meer gehouden zijn tot terugbetaling. Ook het beroep op derden- of precedentwerking faalt. Verder is de betaling van de zogenoemde Pitts Bay-vordering zelf niet onverschuldigd geweest: de vernietiging van het eerdere vonnis betekent niet dat die materiële vordering niet bestond, maar slechts dat Pitts Bay niet meer de rechthebbende was. Het hof had immers al geoordeeld dat [eiser 1] die vordering op 20 maart 2019 bevrijdend aan Longnorth en Bacardi had betaald, en eisers hebben in deze procedure niet onderbouwd dat op [eiser 1] geen of slechts een lagere schadevergoedingsplicht rustte. Anders ligt het uitsluitend voor het bedrag van € 10.664,78 aan proceskosten dat ten behoeve van Pitts Bay op grond van het vernietigde eindvonnis was betaald: daarvoor is de rechtsgrond door het tussenarrest komen te vervallen, zodat Longnorth en Bacardi dat bedrag wél moeten terugbetalen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 augustus 2022. Voor de proceskosten van het hoger beroep geldt dat [eiser 1] daarvoor slechts een vordering op Pitts Bay als procespartij heeft, zodat ook dat deel niet tegen Longnorth en Bacardi toewijsbaar is.

Ook de op onrechtmatige daad gebaseerde vorderingen falen. Ten aanzien van de betrokken advocaat benadrukt de rechtbank de hoge drempel voor aansprakelijkheid van een advocaat jegens derden: hij heeft geen feitelijk onjuiste mededelingen gedaan, maar in de eerdere procedure een juridisch standpunt ingenomen over de procesrechtelijke betekenis van de ontbinding van Pitts Bay naar Bermudarecht, en dat stond hem vrij. Evenmin is gebleken dat hij door zijn verdere processtrategie na het tussenarrest en eindarrest onrechtmatig heeft gehandeld. Om dezelfde reden slagen de verwijten aan Longnorth en Bacardi, en aan Jack Daniel’s en Brown-Forman, niet voor zover die erop neerkomen dat zij niet zouden hebben ingegrepen toen de advocaat de rechtbank volgens eisers onjuist informeerde. Ook het verwijt dat zij [eiser 1] onrechtmatig tot betaling hebben gedwongen door executiedruk uit te oefenen, wordt verworpen: hoewel dreiging met executie van een uitvoerbaar-bij-voorraad verklaard vonnis in beginsel onrechtmatig kan zijn indien dat vonnis later wordt vernietigd, ligt dat hier genuanceerder omdat de vernietiging niet berustte op het niet-bestaan van de Pitts Bay-vordering, maar op de eerdere cessie daarvan aan Longnorth en Bacardi, die de betaling ook hebben ontvangen; bovendien hebben eisers onvoldoende concreet gemaakt welke schade zij daardoor hebben geleden, terwijl betaling aan de juiste gerechtigde in elk geval niet als schade kwalificeert. Ook jegens Jack Daniel’s en Brown-Forman faalt het beroep op onverschuldigde betaling, omdat de rechtbank vaststelt dat de Pitts Bay-vordering en de daarbij behorende proceskostenvergoeding aan Longnorth en Bacardi zijn betaald, niet aan Jack Daniel’s en Brown-Forman. De slotsom is daarom dat de vorderingen van eisers nagenoeg geheel worden afgewezen: alleen Longnorth en Bacardi worden veroordeeld tot betaling van € 10.664,78 plus rente, en voor het overige worden de vorderingen afgewezen. Omdat eisers grotendeels in het ongelijk zijn gesteld, worden zij veroordeeld in de proceskosten van Longnorth c.s. ten bedrage van € 16.068.

Jack Daniel’s en Brown-Forman: niet onrechtmatig gehandeld en geen onverschuldigde betaling

4.18.

[eiser 1] . stelt dat Jack Daniel's en Brown-Forman haar op onrechtmatige wijze hebben gedwongen het eindvonnis na te komen, omdat het eindvonnis is vernietigd. De schade die [eiser 1] . stelt daardoor te hebben geleden bestaat uit de onterechte betaling van de Pitts Bay-vordering en de proceskosten. Ook stelt [eiser 1] . dat Jack Daniel's en Brown-Forman onrechtmatig hebben gehandeld, omdat zij niet hebben ingegrepen toen [gedaagde 5] de rechtbank onjuist had geïnformeerd over de gevolgen van de ontbinding van Pitts Bay. Daarnaast stelt [eiser 1] . dat Jack Daniel's en Brown-Forman aansprakelijk zijn op grond van onverschuldigde betaling, omdat Jack Daniel's en Brown-Forman mogelijk de betaling van de Pitts Bay-vordering hebben ontvangen.

4.19.

Jack Daniel's en Brown-Forman betwisten dat zij onrechtmatig hebben gehandeld en dat zij de betalingen hebben ontvangen.

4.20.

De rechtbank heeft onder 4.6 vastgesteld dat [gedaagde 5] de rechtbank in de vorige procedure niet onjuist heeft ingelicht, zodat de gestelde aansprakelijkheden op die grond tegen Jack Daniel's en Brown-Forman niet slaagt. Ook zijn Jack Daniel's en Brown-Forman niet aansprakelijk voor de Pitts Bay-vordering op grond van onrechtmatige daad. De rechtbank komt tot dit oordeel op dezelfde gronden als zij hierover heeft overwogen ten aanzien van Longnorth en Bacardi onder rechtsoverweging 4.17.

4.21.

Ook heeft [eiser 1] . niet onverschuldigd betaald aan Jack Daniel's en Brown-Forman. De rechtbank heeft vastgesteld dat [eiser 1] . de Pitts Bay-vordering en de proceskostenvergoeding heeft betaald aan Longnorth en Bacardi (zie onder 4.13). [eiser 1] . heeft de Pitts Bay-vordering en de proceskostenvergoeding dus niet (onverschuldigd) betaald aan Jack Daniel's en Brown-Forman.

conclusie: vorderingen [eiser 1] . grotendeels niet toewijsbaar

4.22.

De conclusie van het voorgaande is dat de vorderingen van [eiser 1] . nagenoeg geheel worden afgewezen.