Gepubliceerd op donderdag 23 april 2026
IEF 23498
Rechtbank Amsterdam ||
15 apr 2026
Rechtbank Amsterdam 15 apr 2026, IEF 23498; ECLI:NL:RBAMS:2026:3948 ([eiser] tegen Mediahuis), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/rb-amsterdam-vermelding-naam-strafrechtelijke-antecedenten-en-familiebanden-in-de-limburger-niet-onrechtmatig

Uitspraak ingezonden door Charissa Koster, DayOne Legal

Rb. Amsterdam: vermelding naam, strafrechtelijke antecedenten en familiebanden in De Limburger niet onrechtmatig

Rb. Amsterdam 15 april 2026, IEF 23498; ECLI:NL:RBAMS:2026:3948 ([eiser] tegen Mediahuis). De voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam oordeelt in kort geding dat De Limburger niet onrechtmatig heeft gehandeld door in twee online artikelen uit 2022 en 2026 de eiser met naam en toenaam te noemen en daarbij te verwijzen naar zijn strafrechtelijke antecedenten, eerdere witwasverdenking, zijn in 2012 geliquideerde broer en, in het artikel uit 2022, zijn vroegere zakelijke banden met een vastgoedondernemer die volgens justitie betrokken zou zijn bij witwaspraktijken. Het eerste artikel ging over de integriteit van het openbaar bestuur, meer specifiek over een private investering van een topman van het Limburgs Energiefonds in een omstreden vakantiepark van de familie van eiser. Het tweede artikel ging over de verlening van een exploitatievergunning voor datzelfde vakantiepark ondanks een deels negatief Bibob-advies. Volgens de voorzieningenrechter raken beide publicaties daarmee aan kwesties van algemeen belang en had Mediahuis voldoende toegelicht waarom ook de rol en achtergrond van eiser in die context journalistiek relevant waren. Daarbij weegt mee dat eiser de juistheid van de in de artikelen genoemde feiten niet betwistte.

Ook het feit dat eiser in beide artikelen met zijn volledige naam is genoemd, acht de voorzieningenrechter niet onrechtmatig. Mediahuis had voldoende aannemelijk gemaakt dat eiser al eerder met volledige naam in publicaties over deze kwesties was genoemd, zodat anonimisering geen reëel doel meer zou dienen. Ten aanzien van het artikel uit 2026 overweegt de rechter bovendien expliciet dat daarin niet staat dat het negatieve Bibob-oordeel specifiek het gevolg was van de antecedenten van eiser; in het artikel staat slechts dat de eigenaarsfamilie achter de vergunningaanvrager niet door de Bibob-screening kwam. De belangenafweging tussen de vrijheid van meningsuiting van Mediahuis en het privacy- en reputatiebelang van eiser valt daarom uit in het voordeel van Mediahuis. De gevorderde verwijdering of anonimisering van de artikelen wordt afgewezen, evenals het gevraagde algemene verbod om in de toekomst nog over eisers antecedenten en zijn banden met zijn broer en voormalige zakenpartner te publiceren, omdat de rechtmatigheid van een publicatie steeds aan de hand van de concrete inhoud en context moet worden beoordeeld. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van € 2.101.

Volledige naam van [eiser]

4.12.

Dat [eiser] in beide artikelen bij zijn volledige naam wordt genoemd en bijvoorbeeld niet geanonimiseerd is niet onrechtmatig. In de Leidraad voor Journalistiek2 staat over het kunnen identificeren van personen (verdachten en veroordeelden):

‘Journalisten dienen te voorkomen dat informatie of beelden worden gepubliceerd waardoor verdachten en veroordeelden door het grote publiek eenvoudig kunnen worden geïdentificeerd en getraceerd. Aan deze regel zijn journalisten niet gehouden wanneer:

a. de naam een essentieel bestanddeel van de berichtgeving is,

b. wanneer het niet vermelden van de naam wegens de algemene bekendheid van de betrokkene geen doel dient,

c. wanneer door het niet vermelden van de naam verwarring kan ontstaan met anderen die hierdoor voorzienbaar kunnen worden geschaad,

d. wanneer het vermelden van de naam gebeurt in het kader van opsporingsberichtgeving, of

e. wanneer de betrokkene zelf de openbaarheid zoekt.’

4.13.

Bij beide artikelen is voldoende aannemelijk dat het legitiem is dat de volledige naam van [eiser] is genoemd omdat sprake is van een situatie zoals hiervoor genoemd onder b. Mediahuis heeft voldoende toegelicht dat er meerdere artikelen zijn waarin [eiser] met zijn volledige naam wordt genoemd. Onder meer in een artikel van het Eindhovens Dagblad van 1 februari 2025 wordt [eiser] met zijn volledige naam genoemd, samen met de naam van zijn broer [naam broer] en het feit dat hij geliquideerd is, en dat het vakantiepark [naam vakantiepark] onder een vergrootglas komt te liggen als ‘vermeend crimineel broeinest’. Ook andere publicaties maken dus melding van de band van [eiser] met het vakantiepark [naam vakantiepark] , zodat het weglaten van de naam van [eiser] of het anonimiseren geen doel dient. Het relevante publiek weet toch wel wie wordt bedoeld, ook als in de artikelen van De Limburger zou hebben gestaan ‘ [eiser] .’, ‘ [eiser] . [eiser] ’, ‘X’, of bijvoorbeeld ‘bestuurder van de Stak van het vakantiepark’ of ‘broer van [naam broer] ’ of ‘voormalig zakenpartner van [naam ondernemer] ’. In al die gevallen zou door de eerdere berichtgeving duidelijk zijn dat hiermee [eiser] wordt bedoeld.