Gepubliceerd op donderdag 18 juni 2026
IEF 23629
Rechtbank Den Haag ||
3 jun 2026
Rechtbank Den Haag 3 jun 2026, IEF 23629; ECLI:NL:RBDHA:2026:14890 ((Container Centralen tegen Celieplant).), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/geen-merkinbreuk-container-centralen-onderbouwt-handel-in-eurocontainers-onvoldoende

Geen merkinbreuk: Container Centralen onderbouwt handel in eurocontainers onvoldoende

Rb. Den Haag 3 juni 2026, IEF 23629; ECLI:NL:RBDHA:2026:14890 (Container Centralen tegen Celieplant). In deze zaak tussen Container Centralen en Celieplant staat de vraag centraal of Celieplant toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomsten, merkinbreuk heeft gemaakt of onrechtmatig heeft gehandeld door eurocontainers van Container Centralen of daarop gelijkende containers op te slaan en in circulatie te brengen. De Rechtbank Den Haag oordeelt dat Container Centralen haar stellingen onvoldoende heeft onderbouwd. Alle vorderingen worden afgewezen. De eerder ten laste van Celieplant gelegde bewijsbeslagen worden opgeheven. Container Centralen exploiteert een rouleersysteem van zogenoemde CC Eurocontainers, die veel worden gebruikt in de bloemen- en potplantenbranche. Zij is houdster van een Uniebeeldmerk voor onder meer deze containers. Het modelrecht en het octrooirecht op de CC Eurocontainer zijn inmiddels verlopen. Celieplant is actief als importeur, exporteur en commissionair van planten en was tot 2023 deelnemer aan het CC Eurocontainer Poolsysteem. Daarnaast huurt zij ook eurocontainers van andere marktpartijen. Aanleiding voor het geschil vormde een bewijsbeslag dat Container Centralen in maart 2024 liet leggen bij J.B.B. Pack. Volgens het proces-verbaal van de deurwaarder werden daar zowel "originele EC-containers" als "nagenoeg identieke imitatie EC-containers" aangetroffen. Ook bij Celieplant werd later bewijsbeslag gelegd. Container Centralen stelde dat Celieplant haar contractuele verplichtingen had geschonden door CC Eurocontainers op het terrein van JBB te stallen en daarnaast merkinbreuk maakte door originele en namaakcontainers aan te bieden, te verhuren of anderszins in circulatie te brengen. Volgens Container Centralen leidde dit bovendien tot vervuiling van haar poolsysteem, omdat namaakcontainers niet van originele containers zouden zijn te onderscheiden. De rechtbank volgt die redenering niet. Zij stelt voorop dat de CC Eurocontainers die Celieplant op grond van de OWS-overeenkomsten huurt een gesloten route afleggen: Container Centralen levert de containers af en haalt deze ook zelf weer op bij de eindafnemer. Die containers kunnen daarom niet bij Celieplant achterblijven. Verder heeft Celieplant voldoende onderbouwd dat zij ook eurocontainers van andere marktpartijen huurt. Tussen partijen staat vast dat inmiddels meerdere ondernemingen vergelijkbare eurocontainers produceren en aanbieden. Omdat zowel het modelrecht als het octrooirecht van Container Centralen zijn verlopen, mogen andere marktpartijen dergelijke containers in beginsel vervaardigen en verhuren. Het staat Celieplant eveneens vrij om deze te huren.

Volgens de rechtbank is niet gesteld of gebleken dat Celieplant deze containers huurt met het doel ze te laten meedraaien in het CC Eurocontainer Poolsysteem, noch dat zij weet dat deze daadwerkelijk in dat systeem terechtkomen. Ook de stelling dat Celieplant een voorraad namaakcontainers of CC Eurocontainers aanhoudt, te koop aanbiedt of verder in circulatie brengt, is onvoldoende onderbouwd. Hoewel de deurwaarder in zijn processen-verbaal termen gebruikt als "originele EC-container", "Eurocontainers" en "imitatie EC-containers", heeft hij niet toegelicht waarop hij baseert dat het daadwerkelijk om CC Eurocontainers ging. Evenmin volgt uit de processen-verbaal of de daarbij gevoegde foto's ondubbelzinnig dat de aangetroffen containers voorzien waren van het merk van Container Centralen. Dat de deurwaarder volgens de advocaat van Container Centralen mondeling zou hebben verklaard dat dit wel het geval was, is niet met stukken onderbouwd. De rechtbank komt daarom tot de slotsom dat Container Centralen tegenover de gemotiveerde betwisting door Celieplant onvoldoende heeft onderbouwd dat sprake is van wanprestatie, merkinbreuk of enig ander onrechtmatig handelen. Ook de gevorderde inzage in de beslagen stukken wordt afgewezen, omdat Container Centralen geen voldoende rechtmatig belang heeft om via inzage alsnog bewijs voor haar stellingen te verzamelen. In reconventie vordert Celieplant opheffing van de gelegde bewijsbeslagen. De rechtbank oordeelt dat de door Celieplant ingediende verklaring ex artikel 1019i Rv niet alsnog tot verval van de getroffen voorzieningen leidt. Het doel van die bepaling is immers te voorkomen dat een gedaagde te lang verstoken blijft van een beoordeling ten gronde. Nu Container Centralen inmiddels een bodemprocedure aanhangig heeft gemaakt, bestaat daarvoor geen aanleiding meer. Omdat de vorderingen van Container Centralen echter ondeugdelijk zijn gebleken, worden de beslagen alsnog opgeheven en eindigt ook de gerechtelijke bewaring. Container Centralen wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank past artikel 1019h Rv toe en kent, inclusief het niet-IE-deel, het griffierecht en de nakosten, een proceskostenvergoeding toe van € 22.663. Deze versie is iets compacter, maar behoudt naar mijn mening alle relevante feiten, de kern van het oordeel én het interessante procesrechtelijke punt over artikel 1019i Rv.

4.5. De rechtbank is van oordeel dat Container Centralen haar stellingen, in het licht van de gemotiveerde betwisting daarvan door Celieplant, onvoldoende heeft onderbouwd. Tussen partijen staat vast dat de CC Eurocontainers die Celieplant op grond van de OWS-overeenkomsten van Container Centralen huurt een "gesloten route" van kweker naar eindklant afleggen (zie 2.13). Container Centralen haalt immers de door Celieplant van haar gehuurde CC Eurocontainers zelf weer bij de eindklant van Celieplant op. Deze CC Eurocontainers kunnen dus niet bij Celieplant achterblijven.

4.6. Celieplant heeft daarbij voldoende onderbouwd dat zij van derden eurocontainers huurt, bijvoorbeeld van Bunnik, voor het transport van planten waar zij als importeur, exporteur en commissionair bij is betrokken. Tussen partijen staat vast dat er inmiddels verschillende marktpartijen zijn die qua uiterlijk en afmetingen sterk vergelijkbare eurocontainers maken. Deze marktpartijen mogen dit in beginsel ook doen, nu het octrooirecht en het modelrecht van Container Centralen inmiddels zijn vervallen. Dergelijke eurocontainers mogen in beginsel worden verhuurd; het staat Celieplant op haar beurt in beginsel vrij om deze te huren. Gesteld noch gebleken is immers dat Celieplant deze eurocontainers huurt met het doel om deze eurocontainers mee te laten draaien in het CC Eurocontainer Poolsysteem of dat Celieplant dat zou doen in de wetenschap dat de gehuurde eurocontainers daadwerkelijk in het CC Eurocontainer Poolsysteem terecht zullen komen. In het geval Celieplant eurocontainers van anderen huurt ligt het in de lijn der verwachting dat Celieplant deze containers soms korte tijd moet opslaan voordat deze weer worden opgehaald of voor het vervoer van een andere partij planten kunnen worden ingezet. Hiertegen kan Container Centralen zich dus evenmin verzetten. Hierbij komt dat Container Centralen, tegenover de betwisting door Celieplant, niet voldoende heeft onderbouwd dat zij de enige partij is die CC Eurocontainers verhuurt. Ook andere partijen verhuren deze soms.

4.7. Tegenover de betwisting door Celieplant heeft Container Centralen evenmin voldoende onderbouwd dat Celieplant een voorraad van namaak eurocontainers of van CC Eurocontainers aanhoudt of deze zelf te koop of te huur aanbiedt dan wel (verder) in circulatie brengt. Uit de beschrijving van de deurwaarder en de verklaring van Van Tol kan niet worden afgeleid dat Celieplant, buiten de OWS-overeenkomsten om, andere activiteiten ontplooit met CC Eurocontainers. Uit de processen-verbaal volgt ook niet ondubbelzinnig dat de door de deurwaarder bij JBB en bij Celieplant aangetroffen eurocontainers daadwerkelijk voorzien waren van het Merk. De deurwaarder heeft dat immers niet met zoveel woorden in de processen-verbaal vermeld en het is ook niet waar te nemen op de daarbij behorende foto’s. De deurwaarder bezigt in de processen-verbaal weliswaar de termen ‘EC containers’, ‘originele EC container’, ‘Eurocontainers’ enerzijds en ‘imitaties’, ‘imitatie EC containers’ en ‘nagenoeg identieke imitatie EC-containers’ anderzijds, maar hij heeft nagelaten toe te lichten wat hij precies met deze termen bedoelt en waarop hij baseert dat het om EC containers gaat. Daarmee kan uit het proces-verbaal van de deurwaarder ook niet worden afgeleid dat de aangetroffen containers daadwerkelijk CC Eurocontainers waren. Tijdens de zitting heeft Container Centralen gesteld dat de betreffende deurwaarder aan de advocaat van Container Centralen heeft meegedeeld dat de containers die hij heeft aangetroffen voorzien zijn van het Merk, maar daarvan zit geen onderbouwing in het dossier. Hiervan kan dus niet worden uitgegaan.

4.8. Kortom, Container Centralen heeft tegenover de betwisting door Celieplant onvoldoende onderbouwd dat sprake is van wanprestatie, merkinbreuk of onrechtmatig handelen aan de zijde van Celieplant. Dit betekent dat alle daarop gegronde vorderingen van Container Centralen moeten worden afgewezen. De gevorderde inzagevorderingen delen dat lot. Bij deze stand van zaken heeft Container Centralen geen voldoende (rechtmatig) belang om inzage in het beslagen bewijs te verkrijgen, om zo alsnog de gestelde onrechtmatige daad en/of de gestelde merkinbreuk te kunnen onderbouwen.