Gepubliceerd op maandag 2 maart 2026
IEF 23314
Rechtbank Gelderland ||
25 feb 2026
Rechtbank Gelderland 25 feb 2026, IEF 23314; C/05/4544 70 / HA ZA 25-294 (STOKKE AS, PETER OPSVIK AS tegen BABYPARK B.V., BABY-DUMP B.V. en COLUMBUS TRADING-PARTNERS GMBH & CO. KG, CYBEX GMHB, CYBEX RETAIL GMHB), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/geen-litispendentie-bij-territoriaal-beperkte-eu-verboden-rechtbank-laat-stokke-cybex-procedure-doorgaan

Uitspraak ingezonden door Tobias Cohen Jehoram, Robert van Hattum, Florence Haverhals en Selmer Bergsma, De Brauw Blackstone Westbroek.

Geen litispendentie bij territoriaal beperkte EU-verboden: rechtbank laat Stokke/Cybex-procedure doorgaan

Rb Gelderland 25 februari 2026, IEF 23314; C/05/4544 70 / HA ZA 25-294 (STOKKE AS, PETER OPSVIK AS tegen BABYPARK B.V., BABY-DUMP B.V. en COLUMBUS TRADING-PARTNERS GMBH & CO. KG, CYBEX GMHB, CYBEX RETAIL GMHB). In dit incidentvonnis van de Rechtbank Gelderland staat een bevoegdheidsincident centraal in een civiele procedure tussen Stokke AS en Peter Opsvik AS (hierna: Stokke c.s.) en Babypark B.V., Baby-Dump B.V. en de Duitse vennootschappen Columbus Trading-Partners GmbH & Co. KG, Cybex GmbH en Cybex Retail GmbH (hierna gezamenlijk: Cybex c.s.). In de hoofdzaak hebben Stokke c.s., in een auteursrechtelijk geschil, pan-Europese (verbods)vorderingen ingesteld. Cybex c.s. vorderden in een incident aanhouding van de Nederlandse procedure op grond van artikel 29 van de Brussel I-bis-verordening, omdat zij reeds parallelle procedures aanhangig hadden gemaakt in Frankfurt en Rome. Volgens hen was sprake van litispendentie: dezelfde partijen, hetzelfde onderwerp en dezelfde oorzaak, zodat het Nederlandse gerecht de zaak moest aanhouden totdat de buitenlandse rechters over hun bevoegdheid hadden beslist. In reactie daarop hebben Stokke c.s. hun eis verminderd en verduidelijkt, in die zin dat zij Duitsland en Italië expliciet hebben uitgesloten van hun pan-Europese verbodsvorderingen. Ook beperkten zij onder meer een gevorderde rectificatie tot Nederlandse websites en pasten zij onderdelen van het petitum aan. Daarmee beoogden zij te bewerkstelligen dat de Nederlandse procedure geen betrekking meer had op de territoria waarvoor in Duitsland en Italië werd geprocedeerd.

De rechtbank overweegt dat artikel 29 Brussel I-bis beoogt te voorkomen dat tussen dezelfde partijen tegenstrijdige beslissingen worden gegeven die in verschillende lidstaten ten uitvoer kunnen worden gelegd. De rechtbank oordeelt dat geen sprake kan zijn van litispendentie in de zin van de Brussel I-bis-verordening wanneer de parallelle procedures verschillende territoriale reikwijdtes hebben. Nu Duitsland en Italië, waar Cybex zogenoemde ‘torpedo’-procedures was gestart, door middel van eisvermindering uitdrukkelijk waren uitgesloten van de Nederlandse vorderingen, ontbrak het aan hetzelfde onderwerp in de zin van artikel 29. Daardoor bestond geen risico meer op tenuitvoerlegging van tegenstrijdige beslissingen, hetgeen artikel 29 juist beoogt te voorkomen. De vordering tot aanhouding werd daarom afgewezen. Wel veroordeelt de rechtbank Stokke c.s. in de proceskosten van het incident, omdat de aanhoudingsvordering vóór de eiswijziging terecht was ingesteld. In de hoofdzaak wordt de procedure voortgezet en verwezen naar de rol voor conclusie van antwoord door Cybex c.s., waarbij iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

2.3. “De doelstelling van de Brussel I-bis verordening is het mogelijk maken van wederzijdse erkenning van beslissingen. Dat doel zou worden gehinderd indien onverenigbare beslissingen afkomstig uit verschillende lidstaten op gelijke voet uitvoerbaar zouden zijn. Daarom is in artikel 29 Brussel I-bis vastgelegd dat wanneer voor gerechten van verschillende lidstaten tussen dezelfde part ijen vorderingen aanhangig zijn, die hetzelfde onderwerp betreffen en op dezelfde oorzaak berusten, het gerecht waarbij de zaak het laatst is aangebracht zijn uitspraak ambtshalve aanhoudt totdat de bevoegdheid van het gerecht waarbij de zaak het eerst is aangebracht, vaststaat. Artikel 29 strekt ertoe, in het belang van een goede rechtsbedeling, parallelle procedures voor de gerechten van verschillende lidstaten en tegenstrijdige beslissingen die daarvan het gevolg kunnen zijn te voorkomen. De bepaling wil van meet af aan zoveel mogelijk uitsluiten dat een situatie ontstaat dat een beslissing niet wordt erkend wegens onverenigbaarheid met een beslissing die in de aangezochte staat tussen dezelfde partijen is gewezen.”

2.4. “De rechtbank is van oordeel dat als gevolg van de eiswijziging van Stokke c.s. de situatie zoals hiervoor bedoeld, zich thans niet (langer) voordoet. Doordat de vorderingen die in de onderhavige zaak voorliggen niet langer zien op het grondgebied van Duitsland en Italië, is de samenhang tussen de vorderingen in de procedures in die twee lidstaten en de vorderingen in de onderhavige procedure komen te vervallen. Daarmee is niet langer voldaan aan de vereisten van artikel 29 Brussel I-bis die een noodzaak tot aanhouding van de onderhavige zaak met zich brengen, zodat de daartoe strekkende vordering zal worden afgewezen. De hiervoor genoemde omstandigheden geven de rechtbank ook geen aanleiding om daartoe op de voet van artikel 30 Brussel I-bis alsnog ambtshalve over te gaan, zodat ook de vordering strekkende daartoe zal worden afgewezen.”