26 mrt 2026
Kopieer citeerwijze ||
Fauré Le Page Maroquinier SAS en Fauré Le Page Paris SAS tegen Goyard ST-Honoré SAS
Oud jaartal in luxemerk kan misleidend zijn wanneer het ten onrechte eeuwenoud vakmanschap en prestige suggereert
HvJ EU 26 maart 2026, IEF 23425; IEFbe 4169; ECLI:EU:C:2026:250 (Fauré Le Page Maroquinier SAS en Fauré Le Page Paris SAS tegen Goyard ST-Honoré SAS). Het Hof verduidelijkt de reikwijdte van art. 3, lid 1, onder g, Richtlijn 2008/95, dat ziet op merken die het publiek kunnen misleiden. Het hoofdgeding betreft twee Franse merken met de aanduiding “Fauré Le Page Paris 1717”, ingeschreven in 2011 voor onder meer lederwaren, reistassen, koffers en handtassen. De achtergrond is dat de historische onderneming Maison Fauré Le Page, sinds 1716 actief in Parijs op het gebied van wapens, munitie en lederen accessoires, in 1992 wordt ontbonden, terwijl Fauré Le Page Paris pas in 2009 wordt opgericht en kort daarna het oudere Franse merk “Fauré Le Page” overneemt. Goyard ST-Honoré, actief in de luxe lederwaren- en reisartikelensector, vordert nietigverklaring van de merken wegens hun vermeend misleidende karakter. De cour d’appel de Paris oordeelt na terugverwijzing dat de bestanddelen “Parijs 1717” bij het relevante publiek de indruk kunnen wekken dat sprake is van een sinds 1717 voortgezette onderneming en van overgedragen eeuwenoud vakmanschap, terwijl daarvan feitelijk geen sprake is. Volgens die rechter is dat van belang omdat consumenten van luxe lederwaren bijzonder veel gewicht hechten aan geschiedenis, traditie en erfgoed, en daaruit kwaliteit en prestige van de waar afleiden. In cassatie voeren de vennootschappen Fauré Le Page aan dat een merk alleen misleidend kan zijn wanneer het onjuiste informatie geeft over de kenmerken van de waren of diensten zelf, en niet wanneer het slechts betrekking heeft op kenmerken van de merkhouder. De verwijzende rechter vraagt daarom of een merk dat een getal bevat dat door het relevante publiek wordt opgevat als een verwijzing naar het oprichtingsjaar van de onderneming, en dat daardoor de suggestie wekt van eeuwenoud vakmanschap dat de waar een kwaliteitsgarantie en een prestigieus imago verleent, onder art. 3, lid 1, onder g, kan vallen.
Het Hof stelt voorop dat voor toepassing van art. 3, lid 1, onder g, Richtlijn 2008/95 beslissend is of het teken op zichzelf werkelijke misleiding of ten minste een voldoende ernstig risico van misleiding kan opleveren; het latere gebruik van het merk is daarvoor niet doorslaggevend. Vervolgens preciseert het Hof dat deze weigerings- of nietigheidsgrond alleen ziet op misleiding omtrent een kenmerk van de waren of diensten, en niet louter op een kenmerk van de merkhouder. Datum en plaats van oprichting van een onderneming zijn dus op zichzelf geen kenmerken van de waren. Het Hof oordeelt echter dat een getal in een merk, wanneer het door het relevante publiek wordt opgevat als een verwijzing naar het oprichtingsjaar van de onderneming, in voorkomend geval de suggestie kan wekken van een bepaald, bijvoorbeeld eeuwenoud, vakmanschap, en dat juist dit vakmanschap door consumenten kan worden verbonden met een kwaliteitsgarantie en een prestigieus imago van de waren zelf. In de context van luxeartikelen kan kwaliteit immers niet alleen voortvloeien uit materiële eigenschappen, maar ook uit allure en prestige; het Hof verwijst daarvoor uitdrukkelijk naar Copad. Daarom kan, wanneer van dergelijk langdurig vakmanschap in werkelijkheid geen sprake is, daaruit worden afgeleid dat het merk het publiek kan misleiden in de zin van art. 3, lid 1, onder g. Het Hof beantwoordt de prejudiciële vragen dan ook aldus dat een merk misleidend kan zijn wanneer het een getal bevat dat door het relevante publiek als oprichtingsjaar van een onderneming wordt opgevat en daardoor, gezien de historische afstand van dat jaar, de suggestie wekt van eeuwenoud vakmanschap dat de waren een kwaliteitsgarantie en een prestigieus imago verleent, terwijl van zulk langdurig vakmanschap geen sprake is. De concrete toepassing blijft aan de nationale rechter, die het merk als geheel moet beoordelen, dus met inbegrip van het element “Parijs” en de totale boodschap die de combinatie “Fauré Le Page Paris 1717” bij het relevante publiek oproept.
Het Hof (Derde kamer) ingewikkeld voor recht:
Artikel 3, lid 1, onder g), van richtlijn 2008/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der samenvatting
moet aldus worden uitgelegd dat
wanneer een merk een getal bevat dat door het relevante publiek kan worden opgevat als een verwijzing naar het oprichtingsjaar van een onderneming en, gezien hoe ver dit jaar in het verleden ligt, de suggestie wekt van eeuwenoud vakmanschap dat de waren waarvoor het merk is opgenomen een kwaliteitsgarantie en een prestigieus imago, terwijl er geen sprake is van een vloeiende capaciteit, kan worden afgeleid dat dit merk publiek kan worden misleid in de zin van deze bevindingen.