Gepubliceerd op woensdag 11 maart 2026
IEF 23338
Gerecht EU (voorheen GvEA) ||
11 mrt 2026
Gerecht EU (voorheen GvEA) 11 mrt 2026, IEF 23338; ECLI:EU:T:2026:189 (MAX magazín s. r. o tegen RCS Mediagroup SpA en EUIPO), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/normaal-merkgebruik-bij-kleine-oplage-het-gerecht-over-max-magazine-en-bewijs-van-gebruik

Normaal merkgebruik bij kleine oplage: het Gerecht over MAX‑magazine en bewijs van gebruik

Gerecht EU 11 maart 2026, IEF 23338; IEFbe 4126; ECLI:EU:T:2026:189 (MAX magazín s. r. o tegen RCS Mediagroup SpA en EUIPO). Deze zaak betreft een geschil tussen MAX magazín s. r. o. en RCS Mediagroup SpA over de geldigheid van het EU‑woordmerk MAX voor onder meer tijdschriften, kranten en boeken in klasse 16 en dragers in klasse 9. MAX magazín heeft in 2022 bij EUIPO een vervallenverklaring gevraagd wegens niet‑normaal gebruik in de afgelopen vijf jaar (art. 58 lid 1 onder a EUTMR), waarna de Cancellation Division het merk volledig vervallen heeft verklaard met ingang van 29 september 2022. De merkhouder RCS stelde hoger beroep in en de Kamer van Beroep liet het verval in stand voor de goederen in klasse 9 en voor kranten, periodieken en boeken in klasse 16, maar oordeelde dat er voldoende bewijs was van normaal gebruik voor tijdschriften (magazines) in klasse 16, onder meer op basis van een test‑publicatie met de eiseres en een latere licentieovereenkomst met een Duitse uitgever, ondersteund door covers, facturen, verklaringen en verkoop via Duitse kiosken en spoorwegboekhandels. MAX magazín vordert bij het Gerecht gedeeltelijke nietigverklaring van deze beslissing, met als doel volledige vervallenverklaring van het merk, terwijl EUIPO en RCS vragen om afwijzing van het beroep en om veroordeling van MAX magazín in de proceskosten.

Het Gerecht beoordeelt één centrale grief: dat de Kamer van Beroep artikel 58 lid 1 onder a EUTMR (in samenhang met art. 18) zou hebben geschonden door ten onrechte normaal gebruik voor tijdschriften aan te nemen. Het Hof herhaalt de criteria voor normaal gebruik (plaats, tijd, aard en omvang van gebruik, globale beoordeling, geen louter symbolisch gebruik) en stelt vast dat de relevante periode 29 september 2017–28 september 2022 is, en dat het geschil enkel nog tijdschriften in klasse 16 betreft. Het oordeelt dat de test‑nummers die door MAX magazín met toestemming van RCS zijn gepubliceerd, deel uitmaken van het bewijsmateriaal en openbaar, naar buiten toe gebruik van het merk vormen, en dat ook de latere Duitse licentie met relevante oplagen, regelmatige uitgifte, distributie via diverse verkooppunten en facturen met aantallen verkochte en geretourneerde exemplaren, voldoende aantonen dat het gebruik niet slechts marginaal of symbolisch is. Verklaringen van de licentienemer en andere stukken buiten de periode mogen als ondersteunend bewijs worden meegewogen, terwijl argumenten over lage oplage, gebrek aan financiële investering of vergelijking met grotere tijdschrifttitels geen afbreuk doen aan het oordeel dat er reëel marktonderhoud plaatsvond; daarom verwerpt het Gerecht de enige rechtsklacht, wijst het beroep volledig af en veroordeelt MAX magazín in de kosten van RCS, terwijl EUIPO zijn eigen kosten draagt.

52. "In the light of all of the foregoing, it must be held that the Board of Appeal did not err in its assessment when it found that the evidence adduced by the intervener was sufficient to prove that the contested mark had been put to genuine use in the European Union during the relevant period for magazines in Class 16."

53. "Furthermore, even assuming that, in stating that the Board of Appeal did not ‘carefully motivate’ genuine use of the contested mark, the applicant seeks to submit that the contested decision contained an insufficient statement of reasons in that regard, it must be held that that complaint is not substantiated. Moreover, in the present case, it must be noted that the considerations set out in paragraphs 32 to 48 of the contested decision disclose in a clear and unequivocal manner the reasoning that led the Board of Appeal to find that the evidence adduced by the intervener established genuine use of the contested mark for magazines in Class 16. It follows that the contested decision is not, in any event, vitiated by an insufficient statement of reasons."