Gepubliceerd op woensdag 18 maart 2026
IEF 23362
Gerecht EU (voorheen GvEA) ||
14 jan 2026
Gerecht EU (voorheen GvEA) 14 jan 2026, IEF 23362; ECLI:EU:T:2026:11 (Variuscard Produktions – und Handels GmbH tegen EUIPO), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/gerecht-bevestigt-weigering-van-het-uniewoordmerk-cryptostamp-wegens-beschrijvend-karakter

Gerecht bevestigt weigering van het Uniewoordmerk CRYPTOSTAMP wegens beschrijvend karakter

Gerecht EU 14 januari 2026, IEF 23362; IEFbe 4139; ECLI:EU:T:2026:11 (Variuscard Produktions – und Handels GmbH tegen EUIPO). In het arrest beoordeelt het Gerecht de weigering van het woordmerk CRYPTOSTAMP voor goederen en diensten in de klassen 9, 16, 36 en 42, waaronder elektronische postzegels, geïntegreerde circuitpostzegels, postzegelalbums, vouchers, blockchaingerelateerde financiële diensten en software- en platformdiensten. De examinator had de aanvraag afgewezen op grond van artikel 7, lid 1, onder b en c, van Verordening (EU) 2017/1001, en de Tweede Kamer van Beroep had die weigering bevestigd. De Kamer van Beroep baseerde haar beoordeling op het Engelstalige publiek in onder meer Ierland, Cyprus en Malta. Zij oordeelde dat het relevante publiek het teken CRYPTOSTAMP zou begrijpen als de combinatie van het voorvoegsel “crypto”, in de betekenis van versleuteld of cryptografisch, en het woord “stamp”, onder meer in de betekenis van postzegel. Volgens de Kamer van Beroep zou het merk daarom worden opgevat als een “encrypted stamp” of “cryptographic stamp”, en had het een voldoende direct en concreet verband met de betrokken goederen en diensten. Voor sommige goederen, zoals elektronische postzegels en geïntegreerde circuitpostzegels, wees het teken volgens haar rechtstreeks op de aard van de goederen. Voor andere goederen, zoals postzegelhouders, albums, vouchers, gedrukte documenten en ruilkaarten, kon het teken wijzen op hun bestemming of op hun relatie met cryptografische postzegels. Voor de diensten in de klassen 36 en 42 kon het merk volgens de Kamer van Beroep eveneens beschrijven dat deze betrekking hadden op cryptografische postzegels, digitale tweelingen, NFT’s, blockchaintransacties of de technische verwerking daarvan.

Het Gerecht verwerpt het beroep volledig. Het stelt voorop dat voor toepassing van artikel 7, lid 1, onder c, UMVo voldoende is dat het teken voor het relevante publiek onmiddellijk en zonder verdere denkinspanning een kenmerk van de betrokken goederen of diensten kan beschrijven. Het Gerecht volgt de Kamer van Beroep zowel in haar afbakening van het relevante publiek als in haar uitleg van het teken. Het benadrukt dat het niet relevant is dat het woord “stamp” ook andere betekenissen kan hebben, zolang ten minste één van die betekenissen een kenmerk van de betrokken goederen of diensten aanduidt. Ook het argument dat “crypto” en “stamp” uit verschillende domeinen afkomstig zijn, slaagt niet, omdat de combinatie volgens het Gerecht grammaticaal normaal is en geen ongebruikelijke of semantisch afwijkende totaalindruk oproept. Verder oordeelt het Gerecht dat de Kamer van Beroep de betrokken goederen en diensten voldoende zorgvuldig en per homogene groep heeft onderzocht. Het bevestigt dat het teken voor bepaalde goederen de aard aanduidt en voor andere goederen en diensten ten minste hun bestemming, functie of onderwerp. Dat de term cryptostamp volgens de aangehaalde bronnen ook al op de markt werd gebruikt, mocht volgens het Gerecht als aanvullende aanwijzing voor het beschrijvende karakter worden meegenomen. Omdat het merk daarmee terecht beschrijvend is geacht in de zin van artikel 7, lid 1, onder c, UMVo, hoefde het Gerecht het middel over het ontbreken van onderscheidend vermogen in de zin van artikel 7, lid 1, onder b, UMVo niet meer inhoudelijk te behandelen. Ook het beroep op de beginselen van gelijke behandeling en goed bestuur faalt: eerdere EUIPO-beslissingen binden het EUIPO niet, en bovendien betrof de eerdere registratie waarop verzoekster zich beriep andere goederen dan in deze zaak. Het beroep wordt daarom in zijn geheel afgewezen. Omdat het EUIPO alleen om een proceskostenveroordeling had verzocht voor het geval een zitting zou plaatsvinden en geen zitting is gehouden, draagt iedere partij haar eigen kosten.

52       Voor zover "postzegelhouders", "opberg- en beschermingssystemen voor postzegels" en "postzegelalbums" worden gebruikt als drager voor fysieke postzegels, is het redelijk aan te nemen dat het relevante publiek het aangevraagde merk beschouwt als een aanduiding van het beoogde gebruik van deze producten, namelijk producten die worden gebruikt voor fysieke postzegels met digitale tegenhangers.

53       Hetzelfde geldt voor "gedrukte producten", "gedrukte documenten die geldelijke waarden vertegenwoordigen of voor financiële doeleinden bestemd zijn", "gedrukte vouchers", "vouchers", "ruilkaarten", "verzamelalbums" en "ruilkaarten anders dan voor spellen", die de fysieke drager van gecodeerde stempels kunnen vormen, zodat het aangevraagde merk een indicatie kan geven van hun aard of doel.

54       Wat betreft de diensten die vallen onder klasse 36 en 42, zijn de beoordelingen van de Raad van Beroep in de paragrafen 33 en 34 van de bestreden beslissing eveneens correct, volgens welke het aangevraagde merk in wezen beschrijvend is voor "financiële diensten, namelijk de uitgifte van op blockchain gebaseerde financiële activa in de vorm van digitale tweelingen [digitale representaties van tastbare of immateriële objecten], geauthenticeerd door niet-fungibele tokens [NFT's] (financiële sector)" en "financiële transactiediensten via een internetplatform met betrekking tot activa in de vorm van digitale tweelingen [digitale representaties van tastbare of immateriële objecten], geauthenticeerd door niet-fungibele tokens [NFT's] of blockchain-tokens", vallend onder klasse 36, alsmede de dienst van "het creëren van digitale tweelingen (digitale representaties van een tastbaar of immaterieel object), slimme contracten of niet-fungibele tokens (NFT's)", vallend onder klasse 42. 42. Inderdaad, overeenkomstig de betekenis ervan, en in het licht van de verwijzingen Zoals door de examinator is aangegeven en waarnaar de Raad van Beroep in de bestreden uitspraak heeft verwezen, geeft het aangevraagde merk aan dat de digitale tweelingen waarop deze diensten betrekking hebben, versleutelde stempels zijn.

55       Op dezelfde wijze kon de Raad van Beroep in wezen terecht oordelen, in punt 34 van de bestreden beslissing, en de verzoekster erkent dit in haar pleidooien, dat het aangevraagde merk informatie overbracht over de dienst van "het ontwerpen van postzegels, elektronische postzegels" vallend onder klasse 42, namelijk dat het betreffende ontwerp betrekking had op fysieke postzegels met digitale tweelingen of versleutelde postzegels.

56       Dezelfde conclusie geldt voor de "levering van prepaidkaarten en vouchers", de "verwerking van betalingen door middel van vouchers en tokens", de "elektronische overdracht van gelden door middel van blockchaintechnologie" in klasse 36, en voor "softwareontwikkeling", "softwareconsulting", "software as a service [SaaS], met name met gebruikmaking van en in verband met blockchaintechnologie", "platform as a service [PaaS], met name in verband met blockchaintechnologie en de levering en handel in digitale certificaten", "certificering door de uitgifte van digitale certificaten voor eigendom van digitale producten en inhoud en het verlenen van bijbehorende licenties", het "ontwerp van verwisselbare kaarten" en "blockchain as a service [BaaS]" in klasse 42. Immers, voor zover het aangevraagde merk dit kan aangeven, zoals gespecificeerd in de paragrafen 33 en 34, kan de bestreden beslissing, waarin wordt gesteld dat deze diensten betrekking hebben op versleutelde postzegels, hun bestemming aangeven. In dit verband dient te worden benadrukt dat, zoals blijkt uit de in paragraaf 48 aangehaalde jurisprudentie, het voldoende is dat het bord een beschrijving geeft van een van de mogelijke bestemmingen van de betreffende diensten die het relevante publiek waarschijnlijk in aanmerking zal nemen bij het maken van zijn keuze en die derhalve een essentieel kenmerk daarvan vormt.

57       In tegenstelling tot het argument van de aanvrager dat, ervan uitgaande dat het relevante publiek een verband ziet tussen het aangevraagde merk en de goederen en diensten waarop de registratieaanvraag betrekking heeft, dit pas na verschillende reflectiestadia zou gebeuren, volstaat het op te merken dat, zoals blijkt uit de beoordelingen in de paragrafen 49 tot en met 56 hierboven, het aangevraagde merk in staat is om direct informatie te verschaffen over de aard en het doel van de goederen en diensten waarop de registratieaanvraag betrekking heeft, zodat de associatie tussen het genoemde merk en de genoemde goederen en diensten onmiddellijk zal zijn.

58       Dienovereenkomstig moet worden geoordeeld dat de Raad van Beroep geen fout heeft gemaakt in zijn beoordeling toen hij in wezen vaststelde dat het aangevraagde merk een voldoende directe en concrete band had met de goederen en diensten waarop de aanvraag tot registratie betrekking had, zodat het relevante publiek onmiddellijk, zonder verder nadenken, de beschrijving of een van de kenmerken ervan zou kunnen waarnemen.