25 mrt 2026
Kopieer citeerwijze ||
Team Beverage AG tegen EUIPO en Zurich Deutscher Herold Lebensversicherung AG
Gerecht bevestigt verwarringsgevaar tussen TEAM BEVERAGE en TEAM en laat weigering van schorsing in stand
Gerecht EU 25 maart 2026, IEF 23407; IEFbe 4159; ECLI:EU:T:2026:214 (Team Beverage AG tegen EUIPO en Zurich Deutscher Herold Lebensversicherung AG). Het Gerecht verwerpt het beroep van Team Beverage AG tegen de beslissing van de Tweede Kamer van Beroep van het EUIPO. Team Beverage vraagt het figuratieve Uniemerk TEAM BEVERAGE aan voor verschillende diensten in klasse 36, waaronder verzekerings-, financiële en bancaire diensten. Zurich Deutscher Herold Lebensversicherung AG stelt oppositie in op basis van het oudere Uniewoordmerk TEAM, dat eveneens voor verzekeringsdiensten is ingeschreven. Tijdens de procedure stelt Team Beverage ook nietigheids- en vervalvorderingen tegen het oudere merk in en verzoekt zij om schorsing van de oppositieprocedure. Het Gerecht oordeelt dat de Kamer van Beroep dat verzoek terecht afwijst. Op grond van artikel 71, lid 1, onder a en b, van Gedelegeerde Verordening 2018/625 beschikt de Kamer van Beroep over een ruime beoordelingsmarge en moet zij de belangen van partijen afwegen. Daarbij mag zij betrekken dat eerdere, grotendeels gelijksoortige procedures tegen het oudere merk al zijn afgewezen, dat de verzoekster geen overtuigende redenen voor schorsing aanvoert en dat de omstandigheden wijzen op een vooral vertragend gebruik van die procedures. procedures.
Ten gronde bevestigt het Gerecht dat sprake is van verwarringsgevaar in de zin van artikel 8, lid 1, onder b, UMVo. De betrokken diensten zijn deels identiek en deels soortgelijk. Verzekeringsdiensten vallen rechtstreeks samen, terwijl andere financiële, bancaire en adviesdiensten soortgelijk zijn aan verzekeringen vanwege hun aard, complementariteit, gedeelde publiek, distributiekanalen en vergelijkbare regulering. Ook de tekens stemmen volgens het Gerecht visueel, auditief en begripsmatig in gemiddelde mate overeen. Het oudere merk TEAM wordt identiek overgenomen aan het begin van het aangevraagde teken TEAM BEVERAGE. Het element TEAM heeft voor de betrokken diensten een gemiddeld intrinsiek onderscheidend vermogen en is daarvoor niet beschrijvend. Ook BEVERAGE is niet beschrijvend, maar het domineert het aangevraagde teken niet; evenmin hebben de figuratieve elementen voldoende gewicht om de overeenstemming weg te nemen. Omdat de diensten deels identiek en deels soortgelijk zijn, de tekens gemiddeld overeenstemmen en het oudere merk een gemiddeld onderscheidend vermogen heeft, mag het EUIPO aannemen dat het relevante publiek TEAM BEVERAGE kan opvatten als een afgeleide of secundaire merkvariant van TEAM. Het beroep wordt daarom volledig verworpen en Team Beverage wordt in de kosten veroordeeld.
Sur l’appréciation globale du risque de confusion
84 Aux points 115 à 125 de la décision attaquée, en tenant compte de l’interdépendance de l’ensemble des facteurs pertinents, la chambre de recours a conclu à l’existence d’un risque de confusion au sens de l’article 8, paragraphe 1, sous b), du règlement 2017/1001. Au regard des facteurs d’identité et de similitude existant entre les services en cause et les signes en conflit ainsi que de la jurisprudence, elle a estimé que les différences entre lesdits signes auraient dû être d’un degré élevé pour écarter tout risque de confusion, ce qui n’était pas le cas en l’espèce. Au regard de la jurisprudence, la chambre de recours a également considéré que, malgré un niveau d’attention élevé, le public pertinent pourrait penser que le signe demandé était une marque secondaire, dérivée de la marque antérieure, en raison de la reprise, au début dudit signe, du seul terme composant la marque antérieure ainsi que de la structure spécifique de ce signe, qui apparaissait comme la juxtaposition de deux éléments autonomes pouvant, chacun, se suffire à lui-même.
85 La requérante conteste le bien-fondé de l’appréciation de la chambre de recours selon laquelle le public pertinent pourrait penser que le signe contesté était une marque secondaire, dérivée de la marque antérieure. Toutefois, elle ne formule aucun argument contre ladite appréciation. Dès lors, conformément à la jurisprudence citée au point 43 ci-dessus, son grief formulé à cet égard n’est pas recevable.
86 Il s’ensuit que les griefs formulés par la requérante ne sont pas de nature à remettre en cause la légalité de la conclusion tirée par la chambre de recours, dans la décision attaquée, au terme d’une appréciation globale de l’ensemble des facteurs pertinents, selon laquelle il existait un risque de confusion au sens de l’article 8, paragraphe 1, sous b), du règlement 2017/1001.
87 Dès lors, il convient de rejeter le second moyen comme étant, en partie, irrecevable et, en partie, non fondé.
88 Par conséquent, il y a lieu de rejeter les conclusions aux fins d’annulation de la requérante et, partant, le recours dans son intégralité.