Gepubliceerd op maandag 23 maart 2026
IEF 23383
Gerecht EU (voorheen GvEA) ||
18 mrt 2026
Gerecht EU (voorheen GvEA) 18 mrt 2026, IEF 23383; ECLI:EU:T:2026:198 (MAN Truck & Bus SE tegen EUIPO en Rolls-Royce Power Systems AG), https://ie-forum-be.minab.nl/artikelen/gerecht-bevestigt-nietigverklaring-van-het-uniemerk-v12x

Gerecht bevestigt nietigverklaring van het Uniemerk V12X

Gerecht EU 18 maart 2026, IEF 23383; IEFbe 4147; ECLI:EU:T:2026:198 (MAN Truck & Bus SE tegen EUIPO en Rolls-Royce Power Systems AG). In deze zaak vorderde MAN Truck & Bus SE vernietiging van de beslissing van de tweede kamer van beroep van het EUIPO, waarin het Uniewoordmerk V12X nietig was verklaard op verzoek van Rolls-Royce Power Systems AG. Het merk was ingeschreven voor motoren en motoronderdelen in klasse 7, met name voor gebruik in boten, schepen en stationaire toepassingen. Het Gerecht verwerpt eerst de bewijsrechtelijke bezwaren van MAN. Volgens het Gerecht schrijft Verordening 2017/1001 geen vaste vorm van bewijs voor, zodat ook screenshots, hyperlinks en andere online bronnen als bewijs kunnen dienen. Het enkele feit dat een website later mogelijk is gewijzigd of dat een link niet meer werkt, maakt zulke stukken nog niet ongeloofwaardig; daarvoor zijn concrete aanwijzingen van manipulatie nodig, en die had MAN niet gegeven. Ook het aanvullende bewijsmateriaal dat Rolls-Royce pas voor het eerst bij de kamer van beroep had ingediend, mocht volgens het Gerecht worden toegelaten. Dat materiaal was op het eerste gezicht relevant voor de uitkomst van de zaak, vulde eerder tijdig ingediend bewijs aan en diende mede als reactie op de afwijzende beslissing van de nietigheidsafdeling, die het eerdere dossier onvoldoende vond. Verder faalde ook de klacht dat de kamer van beroep haar beslissing op andere gronden zou hebben gebaseerd dan die welke Rolls-Royce had aangevoerd: voor zover bepaalde overwegingen al verder gingen, waren die volgens het Gerecht in elk geval niet beslissend, omdat de nietigverklaring al zelfstandig kon steunen op het beschrijvende karakter van het merk.

Inhoudelijk oordeelt het Gerecht dat de kamer van beroep terecht heeft vastgesteld dat V12X op de datum van de merkaanvraag beschrijvend was voor de betrokken waren in de zin van artikel 7, lid 1, onder c, gelezen in samenhang met artikel 59, lid 1, onder a, van Verordening 2017/1001. Het relevante publiek bestaat uit zowel het algemene publiek als professionals met specifieke kennis van motoren voor boten, schepen en stationaire toepassingen, waarbij hun aandachtsniveau door de technische aard en de prijs van de producten relatief hoog is. Het element “V12” mocht volgens het Gerecht worden opgevat als een beschrijving van een motor met twaalf cilinders in V-opstelling; dat volgde uit technische documentatie, vakpublicaties, websites en zelfs uit algemeen bekende feiten. Ook het element “X” mocht beschrijvend worden geacht, mede omdat MAN op haar eigen website uitlegde dat deze letter stond voor de volgende generatie motoren (neXt), een grotere cilinderinhoud (eXtra) en een uitstekende vermogen-gewichtsverhouding (eXcellent). Volgens het Gerecht gebruikte MAN het teken dus zelf om eigenschappen en kwaliteit van de betrokken motoren aan te duiden. De combinatie V12X bracht geen nieuwe, van de afzonderlijke elementen afwijkende betekenis voort en sloot juist aan bij de in de sector gebruikelijke praktijk om letters en cijfers te combineren voor technische aanduidingen van motoren en hun prestaties. Daarom is het teken als geheel beschrijvend. Omdat één absolute nietigheidsgrond al voldoende is, hoefde het Gerecht het gebrek aan onderscheidend vermogen niet zelfstandig beslissend te beoordelen. Ook het beroep van MAN op het eigendomsrecht van artikel 17 Handvest faalde, omdat merkbescherming alleen bestaat binnen de grenzen van de merkenverordening en een in strijd met artikel 7 ingeschreven merk op grond van artikel 59 nietig moet worden verklaard. Het beroep werd daarom volledig afgewezen; MAN werd veroordeeld in haar eigen kosten en die van Rolls-Royce, terwijl het EUIPO zijn eigen kosten draagt.

133     Volgens de Raad van Beroep komt de samenvoeging van afzonderlijke cijfers en letters overeen met de praktijk in de relevante markt om in één teken de aanduidingen met betrekking tot het type motor en het vermogen ervan te combineren. Bijgevolg zou het bestreden merk op de datum van de aanvraag tot registratie direct en zonder tussenliggende overwegingen zijn opgevat als een beschrijvende aanduiding in de zin van artikel 7, lid 1, onder c), van Verordening 2017/1001.

134     De aanvrager betwist deze analyse en stelt dat het betwiste merk geen betekenis heeft in relatie tot de betreffende producten en daarom niet beschrijvend is.

135     Enerzijds zou het betwiste merk bestaan ​​uit twee elementen die niet beschrijvend zijn, niet overeenkomen met de gebruiken van de betreffende markt en in één doorlopend stuk geschreven zijn, zonder enige spatie tussen deze twee elementen.

136     Aan de andere kant zou het betwiste merkteken in geen enkel woordenboek voorkomen en zou het ongebruikelijk zijn dat een combinatie van cijfers en letters een duidelijke betekenis heeft.

137     In dit verband is het voor de beoordeling van het beschrijvende karakter van het betwiste merk irrelevant dat de uitdrukking "V12X" niet in het dagelijks taalgebruik voorkomt en met name niet in woordenboeken te vinden is [zie in die zin de arresten van 9 juli 2010, Exalation tegen OHIM (Vektor-Lycopin), T-85/08, EU:T:2010:303, punt 55 en de daarin aangehaalde jurisprudentie; van 6 maart 2015, Braun Melsungen tegen OHMI (SafeSet), T-513/13, niet gepubliceerd, EU:T:2015:140, punt 42 en de daarin aangehaalde jurisprudentie, en van 17 oktober 2018, Weber-Stephen Products tegen EUIPO (iGrill), T-822/17, niet gepubliceerd, EU:T:2018:693, punt 30 en de daarin aangehaalde jurisprudentie].

138     Deze beoordeling is gebaseerd op de perceptie die het relevante publiek heeft van het algehele teken in relatie tot de betreffende goederen. In dit verband is een woordmerk, samengesteld uit verschillende beschrijvende elementen die betrekking hebben op de kenmerken van de betreffende goederen, volgens de jurisprudentie als geheel beschrijvend wanneer het bestaat uit de eenvoudige samenvoeging van deze elementen zonder ongebruikelijke wijzigingen, met name van syntactische of semantische aard. Omgekeerd kan een dergelijke combinatie van elementen niet beschrijvend zijn als er een waarneembare discrepantie bestaat tussen het woord waaruit het merk bestaat en de eenvoudige som van de samenstellende elementen. Dit impliceert dat, vanwege de ongebruikelijke aard van de combinatie met betrekking tot de genoemde producten, het woord een indruk wekt die voldoende verschilt van die welke wordt gewekt door de eenvoudige combinatie van de aanduidingen die worden geboden door de elementen waaruit het is samengesteld, zodat het prevaleert boven de som van die elementen [zie in die zin arrest van 25 februari 2010, Lancôme tegen OHIM, C-408/08 P, EU:C:2010:92, punt 62 en de daarin aangehaalde jurisprudentie, en beschikking van 23 mei 2024, Tyczka tegen EUIPO (READYPACK), T-330/23, niet gepubliceerd, EU:T:2024:324, punt 30 en de daarin aangehaalde jurisprudentie; zie ook, naar analogie, arrest van 12 februari 2004, Campina Melkunie, C-265/00, EU:C:2004:87, punten 39 tot en met 41].

139     In het onderhavige geval bestaat het betwiste merk uit de eenvoudige samenvoeging van de elementen “V12” en “X”, die, in tegenstelling tot wat de aanvrager beweert, voor het relevante publiek gemakkelijk en direct herkenbaar zijn als verwijzend naar kenmerken van de betreffende producten (zie paragrafen 100, 101, 115 tot en met 120, 123 en 129 tot en met 131 hierboven).

140     Bovendien is, in tegenstelling tot de bewering van de aanvrager, het gebruik van combinaties van cijfers en letters gangbaar in de betreffende sector voor het aanduiden van motortypes en hun vermogen (zie paragraaf 117 hierboven). De Raad van Beroep merkt terecht op dat het in deze sector gebruikelijk is om na de aanduiding "V12" een cijfer of letter te plaatsen om het vermogen of de kenmerken van scheepsmotoren aan te geven, een praktijk die de aanvrager zelf ook hanteert (zie paragraaf 115 hierboven).

141     Bovendien kan, overeenkomstig de in punt 113 hierboven genoemde jurisprudentie, de grotere aandacht van het relevante publiek en de specifieke ervaring en expertise van een deel daarvan hen in staat stellen de beschrijvende connotaties van het betwiste merk nog gemakkelijker te begrijpen.